Giacomo Puccini

Definitie

Mark Cartwright
door , vertaald door Theo Poot
gepubliceerd op 06 juni 2023
Beschikbaar in andere talen: Engels, Frans
X
Photo-portrait of Giacomo Puccini (by Unknown Artist, Public Domain)
Fotoportret van Giacomo Puccini
Unknown Artist (Public Domain)

Giacomo Puccini (1858-1924) was een Italiaanse componist die het meest bekend is om zijn opera's La Bohème, Tosca, Madama Butterfly en Turandot. Puccini haalde inspiratie uit een breed scala aan literaire bronnen en zijn laatromantische muziek vol onsterfelijke melodieën benadrukten de sterke personages, het drama en het snelle tempo van zijn emotionele opera's, die ook vandaag de dag nog onverminderd populair zijn.

Jeugd

Giacomo Puccini werd geboren in Lucca in de Italiaanse regio Toscane op 22 december 1858. Hij stamde uit een lange geslachtslijn van musici die al sinds de voorafgaande eeuw de positie van organist in de San Martino kathedraal van Lucca bekleedden. Giacomo's vader Michele (1813-1864) was zowel organist als koorleider van de kathedraal en directeur van de plaatselijke muziekschool, het Istituto Pacini; hij stierf toen Giacomo net zes jaar oud was. De traditie ten spijt zou Giacomo, hoewel ook geïnteresseerd in muziek, een heel ander carrièrepad kiezen dan zijn voorvaderen.

Giacomo, de vijfde van acht kinderen, werd opgevoed door zijn moeder Albina, die ervoor zorgde dat hij orgelles kreeg en leerde zingen. Giacomo zong vanaf zijn tiende in het koor van de kathedraal. Hij ging naar het Istituto Pacini en studeerde af in 1880, met als eindexamenstuk zijn Messa di Gloria. Dankzij de financiële hulp van een neef en een succesvolle aanvraag voor een beurs, kon Giacomo naar het conservatorium in Milaan. Hij ambieerde veel meer dan een positie als organist in Lucca, sinds zijn lot al in 1876 werd bezegeld toen hij in Pisa een uitvoering hoorde van Aida van Giuseppe Verdi (1813-1901). De magie van Verdi's tragische opera die zich afspeelde in het oude Egypte overtuigde Puccini ervan dat ook hij zijn brood moest verdienen met het schrijven van opera's.

Het verhaal van een tragische sopraanheldin die sterft in een zingende finale zou keer op keer gebruikt worden door Puccini.

Het afstudeerwerk van de jonge componist aan het Conservatorium was de Capriccio Sinfonico, een veelbelovend orkeststuk, maar het was zijn eenakter Le villi (De feeën), die deuren zou openen voor Puccini. Het werk werd opgevoerd in het Teatro dal Verme in Milaan in 1883. Puccini's professionele carrière begon in 1884 toen hij muziek uit zijn opera uitvoerde tijdens een privéfeestje, en dit toevallig gehoord werd door Giulio Ricordi, de beroemde muziekuitgever die Verdi in zijn boeken had staan. Ricordi voegde Puccini toe aan zijn stal van componisten en gaf hem opdracht, nog een opera te schrijven. Het resultaat was de opera Edgar, die in 1889 in première ging in La Scala in Milaan. Het publiek van La Scala was altijd al moeilijk voor zich te winnen en in tegenstelling tot zijn eerste opera, viel Puccini's tweede opera tegen. De componist beschouwde het werk zelf als een "vergissing" (Thompson, 174).

Western Classical Music, c. 1700-1950
Westerse Klassieke Muziek, ca. 1700-1950
Simeon Netchev (CC BY-NC-SA)

Puccini kreeg meer voet aan de grond met zijn derde opera, Manon Lescaut, op een beproefd libretto dat gebruikt was voor Jules Massenet's opera Manon (1884), die zelf gebaseerd was op de roman L'histoire du chevalier des Grieux et de Manon Lescaut uit 1731 van Abbé Prévost. Puccini probeerde ook een nieuwe stad uit voor zijn première: Turijn, op 1 februari 1893. Manon Lescaut was een razend succes - de componist werd 30 keer teruggeroepen op het podium - met als vervolg producties in Londen en Philadelphia in 1894. De carrière van de componist was eindelijk gelanceerd. Het verhaal van Manon Lescaut, verteld in vier bedrijven, laat Des Grieux verliefd worden op Manon, en ze lopen weg om te ontsnappen aan de klauwen van de oudere Géronte. Toch voelt Manon zich aangetrokken tot het luxueuze leven dat ze met Géronte zou kunnen leiden en ze verkiest hem boven Des Grieux. Géronte verdenkt Manon ervan dat ze haar affaire met zijn rivaal nieuw leven inblaast en arresteert haar, zodat ze gedeporteerd zal worden. Des Grieux gaat aan boord van het schip dat Manon meeneemt en ze worden herenigd, maar Manon sterft in zijn armen. Het publiek was er dol op. Het gegeven van een tragische sopraanheldin die sterft in een gezongen finale zou keer op keer door Puccini worden gebruikt.

Zoals Puccini ooit een sopraan instrueerde tijdens repetities, "Je moet op wolken van melodie lopen".

Karakter en muzikale stijl

De New Oxford Companion to Music beschrijft de werkwijze van de componist als volgt: "Puccini was een langzame werker, niet snel tevreden met onderwerp en libretto, en hij begon voortdurend aan nieuwe projecten aan om ze vervolgens weer op te geven" (1508). Dezelfde bron geeft het volgende inzicht in Puccini's karakter: "De intense droefheid die zoveel van zijn muziek doordringt, weerspiegelt zijn eigen temperament. Want achter de succesvolle componist met zijn voorliefde voor bloedige sporten, snelle auto's en vrouwen verschool zich een eenzame en gevoelige man" (1509). De componist beschreef zichzelf ooit als "een machtige jager op wilde vogels, mooie vrouwen en goede libretti" (Steen, 812).

Puccini was als componist uniek in die zin dat hij weinig interesse toonde in het adapteren van muziek uit het verleden of het overnemen van innovaties van tijdgenoten. Zoals een historicus opmerkt:

Wie hij ook was, hij stond volledig buiten de intellectuele trend van zijn tijd. Muzikaal gezien had Puccini aan niemand iets te danken... Ergens, op de een of andere manier, ontwikkelde hij een persoonlijke, onnavolgbare stijl die opvalt tussen de Italiaanse opera's van zijn tijd als het lied van een nachtegaal in een zwerm spreeuwen.

(Schonberg, 473-4)

Photograph of Puccini and Toscanini
Foto van Giacomo Puccini en Toscanini
Unknown Artist (Public Domain)

De componist had "een feilloos gevoel voor theater en een gave voor meeslepende melodieën, samen met een voorliefde voor sentimentele plots, die het publiek nog steeds tot tranen toe roeren" (Thompson, 153). Sommige critici vinden Puccini's melodieën te zoet naar hun smaak - Igor Stravinsky (1882-1971) beschreef Madama Butterfly ooit als "stroperige vioolmuziek" (Steen, 811) - en zijn libretto's als te plat en naïef om als echte kunst beschouwd te worden, maar deze punten zijn waarschijnlijk juist de reden waarom zijn opera's zo populair blijven bij het publiek. Puccini's opera's zijn "eenvoudig, gemakkelijk te volgen en bevolkt met personages met problemen die empathie opwekken bij elk publiek" (Schonberg, 475). Bovenal draagt de muziek de actie. Zoals Puccini ooit een sopraan instrueerde tijdens repetities, "je moet op wolken van melodie lopen" (Schonberg, 483).

Gezinslevenleven en schandaal

Dankzij het succes van zijn opera's kon Puccini de rest van zijn leven comfortabel leven. In 1891 kocht hij een villa in het stadje Torre del Lago vlakbij zijn geboortestad Lucca; tegenwoordig heet het Villa Puccini en is het een museum gewijd aan de componist. Daar woonde hij met zijn minnares sinds 1886, Elvira Gemignani, die al getrouwd was (met een schoolvriend van Puccini). Het koppel begon hun relatie toen Elvira een muziekleerlinge van Puccini werd. Ze kregen een zoon, Antonio (geb. december 1886), en ze trouwden uiteindelijk in januari 1904 nadat Elvira's man overleed.

Een tragedie trof het huishouden in 1909 toen een bediende, Doria Manfredi, door Elvira (zonder enig bewijs) herhaaldelijk beschuldigd werd van een affaire met Puccini. Deze had een lange staat van dienst als vrouwenversierder, maar in dit geval lijkt hij onschuldig te zijn geweest. Doria, beschaamd door de beschuldigingen, pleegde zelfmoord door vergif in te nemen; later medisch onderzoek wees uit dat ze nog maagd was. Doria's familie daagde Elvira voor de rechter wegens smaad - en won. Elvira werd veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf. Het schandaal verdreef Puccini naar Milaan en Parijs; zijn huwelijk overleefde ternauwernood.

The Puccini Family
Het gezin Puccini
Unknown Artist (CC BY-SA)

De grote opera's

La Bohème

Puccini's volgende opera groeide uit tot een van de absolute favorieten van operaliefhebbers wereldwijd. La Bohème (Het Boheemse Meisje) leek vreselijk modern toen het op 1 februari 1896 in première ging in het Teatro Regio in Turijn. Het libretto van Luigi Illica en Giuseppe Giacosa, verteld in vier bedrijven, speelt zich af in de kunstenaarswereld van Montmartre in Parijs en was gebaseerd op de roman van Henri Murger, Scènes de la vie de Bohème. Vier bohemiens delen een zolder: Rodolfo (een dichter), Marcello (een schilder), Schaunard (een muzikant), en Colline (een filosoof). Rodolfo wordt verliefd op zijn buurvrouw Mimi, maar zij sterft op tragische wijze aan de gevolgen van tuberculose. Toen Puccini klaar was met het schrijven van de trieste finale, merkte hij op: "Ik moest opstaan en toen ik midden in de studeerkamer stond, alleen in de stilte van de nacht, huilde ik als een kind. Het was alsof ik mijn kind zag sterven" (Steen, 820).

Merkwaardig genoeg gaf Puccini het punt waar Mimi stierf, in zijn originele handgeschreven partituur aan door een schedel met gekruiste beenderen in de kantlijn te tekenen. De première van La Bohème werd gedirigeerd door Arturo Toscanini (1867-1957). De critici waren niet onder de indruk, maar de kaartverkoop vertelde een ander verhaal. Puccini kon het zich veroorloven om zijn villa uit te breiden en een jacht te kopen, en misschien onvermijdelijk kreeg dit de naam Mimi I.

Tosca

Tosca ging in première in het Teatro Costanzi in Rome op 14 januari 1900. La Bohème was modern, Tosca voegde een bijna brutaal realisme toe aan de mix met een libretto van drie aktes vol verkrachting, moord, executie en zelfmoord. Dit libretto, wederom van Illica en Giacosa, was gebaseerd op Victorien Sardou's toneelstuk La Tosca. In het verhaal dat zich afspeelt in Rome tijdens de Franse Revolutionaire Oorlogen (1792-1802), is Tosca een zangeres en geliefde van Cavaradosi, een schilder van wie ze zeker meent te weten dat hij een affaire heeft met Marchese Attavanti. Een sinistere politiechef, Baron Scarpia, arresteert en martelt Cavaradosi om de verblijfplaats van de voortvluchtige consul Angelotti te achterhalen. Scarpia wil Tosca voor zichzelf en wint haar gunst door te beloven Cavaradosi vrij te laten via een nep-executie. Tosca steekt Scarpia neer en doodt hem, maar Cavaradosi's executie blijkt echt te zijn en hij wordt gedood door het vuurpeloton. In wanhoop springt Tosca dan van de kantelen van het kasteel en sterft. Het verhaal was te schokkend voor veel critici, maar het publiek was er gek op. Met de opbrengst kocht Puccini een auto, maar samen met zijn chauffeur kreeg hij in de buurt van Lucca een ongeluk en brak zijn been.

Poster for La Bohème
Affiche voor La Bohème
Adolfo Hohenstein (Public Domain)

Madama Butterfly

Puccini kwam eindelijk terug in La Scala voor de première van Madama Butterfly in februari 1904. Het verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen zoals naverteld in het toneelstuk Madame Butterfly van David Belasco (1853-1931), dat op zijn beurt was gebaseerd op het korte verhaal Madame Butterfly van John Luther Long. Hierin zijn de memoires van Jennie Correll, de vrouw van een missionaris in Japan, vermengd met het korte verhaal Madame Chrysanthème van Pierre Loti uit 1887. Het verhaal had dus al een lange weg afgelegd tegen de tijd dat Puccini het distilleerde tot een nieuwe tranentrekkende opera, ditmaal in slechts twee bedrijven. Het libretto is wederom van Illica en Giacosa. De opera presenteert een Japanse geisha, Cio-Cio-San, ook bekend als Butterfly, die gelooft dat ze getrouwd is met Pinkerton, een luitenant bij de Amerikaanse marine. Pinkerton vertrekt, maar keert uiteindelijk terug naar Japan met zijn Amerikaanse vrouw. Butterfly neemt in uiterste wanhoop afscheid van haar zoon en pleegt vervolgens zelfmoord. De opera werd niet goed ontvangen bij de première, maar Puccini bracht wijzigingen aan, met name een uitbreiding naar drie bedrijven. De opera werd opgevoerd in Brescia in het Teatro Grande in mei 1904 en het publiek was nu enthousiast. Madama Butterfly is sindsdien niet meer weg te denken uit het operarepertoire over de hele wereld. Puccini werd rijker met elke nieuwe opera; hij kocht een nieuwe auto, ditmaal een Lancia, en een tweede boot die hij Butterfly noemde.

Puccini gebruikte weer een roman van David Belasco voor zijn volgende opera, La fanciulla del West (Het meisje van het gouden westen). De opera ging in première in de Metropolitan Opera van New York in december 1910. De cast bestond onder andere uit Emmy Destin (1878-1930) en Enrico Caruso (1873-1921). Puccini's bankmanager moet opnieuw verrukt zijn geweest en de componist trakteerde zichzelf op jacht nummer drie, Minnie genoemd naar het Gouden Meisje van het Westen.

Puccini koos ervoor om zijn volgende opera, La rondine (De zwaluw), in Wenen in première te laten gaan, maar vanwege de Eerste Wereldoorlog (1914-18) werd het verplaatst naar het neutrale Monte Carlo in maart 1917 (Wenen moest wachten tot 1920). Met Italië en Oostenrijk als vijanden in de oorlog, schaadde de beslissing van de componist om een opdracht uit Wenen aan te nemen zijn populariteit in eigen land. Puccini's trio eenakters Il tabarro (De mantel), Suor Angelica (Zuster Angelica) en Gianni Schicchi - samen Il trittico (Het drieluik) genoemd - gingen in première in New York in december 1918.

Madama Butterfly Poster
Affiche voor Madama Butterfly
Leopoldo Metlicovitz (Public Domain)

Turandot

Puccini's twaalfde en laatste opera was Turandot. Het libretto is van Giuseppe Adami en Renato Simonov. Opnieuw draait het verhaal om een onfortuinlijke heldin, de slavin Liù. Het driedelige libretto is gebaseerd op een sprookje van de 18e-eeuwse Venetiaanse toneelschrijver Carlo Gozzi met wellicht elementen uit 1001 Nacht. Turandot is een gemene prinses die haar vrijers uitdaagt drie raadsels te beantwoorden. Prins Calaf beantwoordt de raadsels en daagt Turandot dan uit om zijn echte naam te ontdekken voor de volgende dag; als ze daarin slaagt zal hij zijn leven verliezen. Turandot martelt Calafs trouwe slavin Liù om achter de geheime identiteit te komen, maar Liù pleegt zelfmoord om haar meester te beschermen (men vraagt zich af of ze geïnspireerd was door het tragische lot van het dienstmeisje Doria). Voor één keer heeft de opera een gelukkig einde - een bekeerde Turandot trouwt met Calaf - maar de tragedie vond deze keer plaats in het echte leven toen Puccini stierf voordat het werk af was. Twee scènes ontbraken en dus werd het laatste liefdesduet toegevoegd door Franco Alfano op basis van Puccini's schetsen. Turandot ging twee jaar na de dood van de componist in première in La Scala op 25 april 1926. Toscanini dirigeerde opnieuw en net toen Liù op het toneel stierf, stopte hij de muziek, legde zijn dirigeerstok neer en informeerde het publiek: "Op dit punt in de opera stierf de componist" (Sadie, 294). Het publiek vond het allemaal prachtig, vooral de aria Nessun dorma (Niemand zal slapen) was erg populair.

Puccini's beroemdste werken

De belangrijkste werken van Giacomo Puccini, met tussen haakjes het jaar waarin ze voor het eerst werden uitgevoerd, zijn:

Manon Lescaut (1893)
La Bohème - Het Boheemse Meisje (1896)
Tosca (1900)
Madama Butterfly (1904)
La fanciulla del West - Het meisje van het gouden westen (1910)
La rondine - De zwaluw (1917)
Il trittico - Het drieluik (1918)
Turandot (1926)

Overlijden en nalatenschap

In 1921, toen zijn gezondheid achteruit ging, verhuisde Puccini van zijn villa naar een nieuwe vlakbij Viareggio, hoewel hij Torre del Lago behield als zijn jachthuis. Giacomo Puccini stierf aan een hartaanval in Brussel op 29 november 1924. Hij was zijn hele leven al een zware roker en onderging op dat moment een behandeling voor keelkanker. Puccini was lid geworden van de fascistische partij en dictator Benito Mussolini sprak de begrafenisrede uit tijdens een dienst in de Duomo van Milaan waar Toscanini het orkest dirigeerde. Puccini werd begraven in Torre del Lago.

Puccini's Turandot bleek de laatste grote opera van een componist te zijn die universeel werd bewonderd door het publiek. Opera werd grotendeels vervangen door de bioscoop en andere vormen van theater als de meest populaire vormen van entertainment. Puccini's nadruk op karakter en een samenhangend verhaal verteld met muziek en woorden betekende "dat hij de voorloper was van de musicalcomponisten in de 20e eeuw" (Steen, 819). Opera maakte later in de eeuw een comeback en vandaag de dag zijn er nog maar weinig operahuizen over de hele wereld die een seizoen draaien zonder een opera van Puccini. De muziekhistoricus en Puccini-biograaf Julian Budden geeft de volgende redenen voor de blijvende populariteit van Puccini's werk: "Zijn superieure beheersing van het operavak, zijn melodische gave en zijn emotionele oprechtheid zorgen er samen voor dat zijn opera's vandaag de dag nog net zo vers in het geheugen liggen als toen ze geschreven werden" (Arnold, 1509).


Dit artikel is opgedragen aan de vader van de auteur, David Cartwright. Van de ene operaliefhebber aan de andere en met onvergetelijke herinneringen aan nachten in Praag en Verona.

Vragen en antwoorden

Waar is Giacomo Puccini het bekendst om?

Giacomo Puccini is vooral bekend als componist van opera's, met name La Bohème, Tosca, Madama Butterfly en Turandot.

Wat is Puccini's beroemdste stuk?

De beroemdste afzonderlijke muziekstukken van Giacomo Puccini zijn Nessun Dorma uit Turandot en O mio babbino caro uit Gianni Schicchi.

Waarin verschilt Puccini van Verdi?

Verschillen tussen de opera's van Giuseppe Verdi en Giacomo Puccini zijn onder andere dat de eerste zich meer bezighield met historische figuren of figuren uit de literatuur, terwijl de laatste de voorkeur gaf aan libretto's met een modernere en tragische heldin als middelpunt van het verhaal.

Over de vertaler

Theo Poot
1953. Na 45 jaar onderwijs nu gepensioneerd. Ervaring in basis- en voortgezet onderwijs (docent geschiedenis), educatief schrijven en redactie (geschiedenismethodes, digitale projecten), toets- en examenconstructie.

Over de auteur

Mark Cartwright
Mark is als voltijds historicus, onderzoeker, auteur en redacteur gevestigd in Italië. Zijn speciale interesses zijn aardewerk, architectuur, wereldmythologie en het ontdekken van de ideeën die alle beschavingen gemeen hebben. Hij heeft een MA in Politieke Filosofie en is publicatiedirecteur bij AHE.

Dit werk citeren

APA-stijl

Cartwright, M. (2023, juni 06). Giacomo Puccini [Giacomo Puccini]. (T. Poot, Vertaler). World History Encyclopedia. Ontleend aan https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-21941/giacomo-puccini/

Chicago stijl

Cartwright, Mark. "Giacomo Puccini." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia. Laatst gewijzigd juni 06, 2023. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-21941/giacomo-puccini/.

MLA-stijl

Cartwright, Mark. "Giacomo Puccini." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia. World History Encyclopedia, 06 jun 2023. Web. 12 jun 2024.