Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

Definitie

Mark Cartwright
door , vertaald door Theo Poot
gepubliceerd op 14 juni 2023
Beschikbaar in andere talen: Engels, Frans
X
Tchaikovsky by Kuznetsov (by Nikolai Dmitriyevich Kuznetsov, Public Domain)
Tsjaikovski, door Kuznetsov
Nikolai Dmitriyevich Kuznetsov (Public Domain)

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) was een Russisch componist die vooral bekend werd door zijn symfonieën, de balletten Zwanenmeer, Doornroosje en De Notenkraker, en de opera's Jevgeni Onegin en Pique Dame (Schoppenvrouw). Tsjaikovski componeerde innovatieve en unieke Russische muziek met een groot gevoel voor melodie. Zijn werk blijft behoren tot de meest geliefde muziek van de grote componisten.

Jeugd

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski werd op 7 mei 1840 geboren in Kamsko-Votkinsk, nabij het Oeralgebergte in het westen van Rusland. Zijn vader was Ilja Petrovitsj, een mijningenieur die de plaatselijke ijzerfabriek leidde. Het gezin verhuisde in 1850 naar Sint-Petersburg. Pjotr Iljitsj was ingeschreven op een universiteit voor een opleiding om in overheidsdienst te gaan, maar hij nam daarnaast privé pianolessen. Hij had een oudere broer, Nicolaas, een jongere zus, Sasha, en kreeg in 1850 twee jongere broers, de tweeling Anatoly en Modest.

In 1854 stierf de moeder van Pjotr Iljitsj aan cholera. Tsjaikovski studeerde in 1859 af aan de School voor Jurisprudentie en trad toe tot de ambtenarij als klerk op het ministerie van Justitie, maar was niet tevreden met deze bestemming. In 1862 trad hij toe tot het net geopende conservatorium van Sint-Petersburg, waar hij compositie studeerde bij Anton Rubinstein (1829-1894). Binnen vier jaar studeerde hij af en werd docent harmonie aan het Conservatorium van Moskou. Ook dit conservatorium was gloednieuw en Tsjaikovski verzekerde zich van de positie dankzij het mecenaat van Antons broer Nikolaj Rubinstein (1835-1881), de gevierde pianist en componist. Tsjaikovski bekleedde zijn leraarschap tot 1878, gedurende welke tijd hij verschillende leerboeken over harmonie schreef. Na 1878 concentreerde Tsjaikovski zich op het componeren.

Tsjaikovski's carrière als componist begon met de openbare uitvoering van een ouverture in maart 1866. Het stuk maakte deel uit van de partituur voor het toneelstuk Groza (De storm) van Ostrovsky. In 1868 werd zijn eerste symfonie, getiteld Winterdagdromen, uitgevoerd met Rubinstein als dirigent (Tsjaikovski componeerde het in 1866 en herzag het in 1874). In februari 1869 werd Tsjaikovski's eerste opera, Voyevoda (Droom aan de Wolga), opgevoerd in het Bolsjojtheater in Moskou. Het werd geen succes – Tsjaikovski vernietigde zelfs de partituur – en zijn tweede opera Oprichnik (De strandwachter) evenmin. Het symfonische gedicht Romeo en Julia uit 1869, gebaseerd op het toneelstuk van William Shakespeare, was wel een succes. Tsjaikovski herzag het, zoals hij zo vaak deed met zijn werk, in 1870 en opnieuw in 1880.

TSJAIKOVSKI VERMENGDE VAKKUNDIG WESTERSE SYMFONISCHE MUZIEK MET IDIOMEN UIT DE RUSSISCHE FOLKLORE EN MUZIEK.

Volwassen werk

In mei 1872 schreef Tsjaikovski zijn Tweede symfonie, die bekend werd onder de titel Kleine Russische. Net als in zijn Eerste symfonie gebruikte hij volksmelodieën, ditmaal niet uit Rusland maar uit Oekraïne. Tsjaikovski had de symfonie gecomponeerd tijdens een verblijf op het landgoed van zijn zwager in de buurt van Kamenka in Oekraïne. De symfonie kreeg bijval toen hij voor het eerst werd uitgevoerd in 1873. In deze periode werkte Tsjaikovski ook als muziekcriticus voor de krant Russkiye vedomosti. In 1874 schreef hij zijn Eerste pianoconcert, dat in 1875 met succes werd uitgevoerd in Boston, met een orkest onder leiding van Hans von Bülow.

Tchaikovsky in 1863
Tsjaikovski in 1863
Unknown Artist (Public Domain)

Tsjaikovski had grote bewondering voor de muziek die vóór hem was gecomponeerd, met name het werk van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Hij was vooral geïnteresseerd in opera en reisde door Europa om werken als de Ring van Richard Wagner (1813-1883) en Carmen van Georges Bizet (1838-1875) te zien. Hij bewonderde ook de balletten van Léo Delibes (1836-1891), die de partituren van het ballet veel meer aandacht gaf dan voorheen gebruikelijk. Terug in Rusland componeerde Tsjaikovski het symfonische gedicht Francesca da Rimini, gebaseerd op een episode uit de Goddelijke Komedie van Dante Alighieri (1265-1321), en de Variaties op een rococothema voor cello en orkest in 1876. In 1878 voltooide hij zijn Vioolconcert, dat in Zwitserland was geschreven.

Voor de eerste uitvoering van zijn opzwepende Ouverture 1812 (1880), die werd geïnspireerd door de Russische overwinning op het leger van Napoleon tijdens de terugtrekking uit Moskou, paste Tsjaikovski een innovatief gebruik van klokken toe. In de finale van het stuk werden de klokken van de Oespenski-kathedraal gebruikt (het verzoek van de componist om tegelijkertijd de andere kerkklokken van Moskou te gebruiken, was afgewezen). Het werk kreeg een blijvende populariteit, ook al beschreef Tsjaikovski het als "luid en luidruchtig... en waarschijnlijk artistiek waardeloos" (Thompson, 135). Tegen het midden van de jaren 1880 was Tsjaikovski een nationale held. In 1888 schreef hij zijn Vijfde symfonie. In 1891 toerde de componist met succes door de Verenigde Staten. Tsjaikovski's symfonieën, balletten en opera's verzekerden hem een plaats in het pantheon van grote componisten.

Karakter en relaties

Tsjaikovski was "een humeurige, melancholieke persoon, vatbaar voor aanvallen van depressie, maar ook van verhoogd optimisme" (Thompson, 132). Hij was nerveus en verlegen en neigde tot hypochondrie. Als homoseksueel had hij verschillende affaires en informele contacten met jonge mannen, maar de maatschappij waarin hij leefde vereiste dat hij dit geheim hield. Hij verloofde zich (of schreef in ieder geval aan zijn vader dat hij dat deed) met de zangeres Desirée Artôt, maar haar familie keurde dit niet goed en de relatie, of wat het ook was, eindigde abrupt.

Iosif Kotek and Pyotr Ilyich Tchaikovsky
Iosif Kotek en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Unknown Artist (Public Domain)

Misschien ook als ondoordachte reactie op zijn 'geheime' leven en het zoeken naar een soort respectabiliteit om ongewenste geruchten te dempen (zoals de componist toegeeft in een privébrief), trouwde de componist in juli 1877 met Antonina Ivanovna Milyukova. Ze was een muziekstudente die verliefd was geworden op Tsjaikovski – ze had zelfs met zelfmoord gedreigd als hij haar bleef afwijzen. De combinatie van Antonina's psychische problemen (ze werd in 1896 in een gesticht geplaatst) en Tsjaikovski's homoseksualiteit betekende onvermijdelijk dat het huwelijk was gedoemd te stranden. Tsjaikovski had spijt van zijn moment van waanzin en beschreef zijn vrouw zelfs als "absoluut weerzinwekkend" (Arnold, 1807). Ze gingen na een paar weken uit elkaar, de componist gaf haar een schadeloosstelling ineens en vervolgens een reguliere toelage.

Tsjaikovski worstelde met zijn seksualiteit, zowel voor als na het huwelijk, en er waren verschillende zelfmoordpogingen, met name onmiddellijk na zijn scheiding van Antonina toen hij zichzelf probeerde te verdrinken in het ijskoude water van de rivier de Moskva. Dat de poging oprecht was, blijkt uit het feit dat Tsjaikovski op de partituur van zijn zojuist voltooide Vierde symfonie schreef: "In het geval van mijn dood. Bezorgen bij Madame von Meck" (Steen, 676).

TSJAIKOVSKI WERD MEER EN MEER IN BESLAG GENOMEN DOOR HET IDEE VAN HET LOT, EEN THEMA IN ZIJN BEIDE OPERA'S EUGENE ONEGIN EN PIQUE DAME.

Vanaf ongeveer 1873 begon Tsjaikovski een vreemde relatie met Nadezjda von Meck. Ze was de weduwe van een spoorwegmagnaat en immens rijk. Omdat ze dol was op zijn muziek, gaf ze Tsjaikovski geld en lucratieve opdrachten, maar haar voorwaarde voor deze hulp was dat ze elkaar nooit zouden ontmoeten, zelfs niet toen de componist op het uitgestrekte landgoed van de weduwe in Brailov in Oekraïne te gast was terwijl zij daar ook verbleef. Het tweetal ontmoette elkaar onbedoeld een handvol keren tijdens concerten, en één keer toevallig tijdens het wandelen, maar ze spraken elkaar bij deze gelegenheden niet. Het paar correspondeerde uitvoerig en hun brieven geven een waardevol inzicht in de werkwijze van Tsjaikovski. De Vierde symfonie van de componist werd opgedragen aan Madame von Meck. Deze vreemde miljonair-kunstenaarrelatie bleef in stand tot 1890.

Na zijn mislukte huwelijk in 1877 zette Tsjaikovski zijn relaties met jongere mannen voort, met name met de violist Iosif Kotek, een protegé van Madame von Meck. Professioneel lijkt Tsjaikovski zich nu bezig te hebben gehouden met het idee van het lot, een thema in zijn beide opera's, Jevgeni Onegin en het latere werk Pique Dame (Schoppenkoningin). De componist, die steeds melancholischer werd in zijn kijk op het leven, zei eens dat hij bezig was geraakt met "spijt om het verleden en hoop op de toekomst, nooit tevreden met het heden" (Arnold, 1805). Dankzij fondsen van von Meck woonde de componist vanaf 1878 in Maidanovo (waar hij de lokale school financieel ondersteunde), ongeveer 96 kilometer (60 mijl) van Moskou, vervolgens in het nabijgelegen Frolovskoe, en ten slotte vanaf 1884 in een groot landhuis (datsja) in het nabijgelegen Klin. De plotselinge breuk in zijn briefrelatie met von Meck in 1890 maakte de componist depressief. Von Meck, die hij niet kende, vreesde een faillissement en was mentaal instabiel geworden. Tsjaikovski was niet langer afhankelijk van haar vrijgevigheid, maar hij merkte in een brief op dat het verlies van haar interesse in zijn muziek hem echt pijn deed.

Western Classical Music, c. 1700-1950
Westerse Klassieke Muziek, ca. 1700-1950
Simeon Netchev (CC BY-NC-SA)

Tsjaikovski's gedeprimeerde gevoelens kwamen tot uiting in zijn Zesde symfonie, ook getiteld 'Pathétique' (Pateticheskaya), die in oktober 1893 in Sint-Petersburg in première ging, onder leiding van Tsjaikovski. Ondanks het verdriet schreef Tsjaikovski over het werk in een brief: "[Ik ben] zo trots, zo gelukkig in de wetenschap dat ik echt iets goeds heb geschreven" (Sadie, 307). De symfonie, het laatste grote werk van de componist, is vernieuwend met de 5/4 maatsoort van de Russische volksmuziek in het tweede deel, de opzwepende mars van het derde deel en de finale met zijn zachte adagio-einde, waar elke andere symfonie die voordien werd gecomponeerd eindigde met een allegro 'pats-boem'-finale. De betekenis van de Zesde symfonie is met opzet onduidelijk, want de componist schreef in een brief: "een programma dat voor iedereen een raadsel zal blijven. Laat ze er hun hoofd maar over breken." (Schönberg, 426). En dat deden ze, met theorieën over de boodschap van het werk, variërend van de tragedie van een homoseksueel in de kast tot een eigen Requiem van de componist.

Muzikale stijl

Tsjaikovski werd beïnvloed door de symfonieën van Felix Mendelssohn (1809-1847), en hij beschreef ooit het effect van de muziek van Mozart op hem: "[het] boeit, verrukt en verwarmt me" (Arnold, 1806). Zoals alle Russische componisten uit die periode bewonderde Tsjaikovski het werk van zijn landgenoot Michail Glinka (1804-1857). Maar Tsjaikovski's stijl en vernieuwingen zijn geheel van hemzelf.

Tsjaikovski vermengde vakkundig westerse symfonische muziek met idiomen uit de Russische folklore en muziek. Hij legde uit: "Wat het Russische element in mijn muziek betreft, dit komt omdat ik ben opgegroeid in het binnenland, en vanaf mijn vroegste jeugd werd doordrongen van de onbeschrijfelijke schoonheid van de karakteristieke kenmerken van de Russische volksmuziek" (Thompson, 132). Volksthema's zijn bijvoorbeeld te horen in Tsjaikovski's Vioolconcert, maar ook zoals hierboven aangeduid op ongewone plaatsen, zoals in zijn symfonieën.

De muziekhistoricus C. Schonberg is van mening dat Tsjaikovski's grootste eigenschap, en onderscheidend kenmerk ten opzichte van zijn tijdgenoten, zijn gevoel voor melodie was:

Het was de melodie die hem beroemd zou maken, eerst in Rusland, daarna internationaal. Het was een eigenaardig Russisch soort melodie, klaaglijk, introspectief, vaak modaal klinkend, met een zweem van neuroticisme, emotioneel als een schreeuw uit een raam in een donkere nacht. De muziek weerspiegelde de mens.

(414)

Tsjaikovski zocht misschien in het buitenland literaire inspiratie voor zijn balletten, maar voor zijn grote opera's bleef hij dichtbij huis en bij het werk van de grote Russische dichter Aleksandr Poesjkin (1799-1837). Voor zijn toneelproducties gebruikte Tsjaikovski, net als bij zijn andere composities, "een stijl die weinig te danken had aan welke componist dan ook" (Schönberg, 424).

De grote balletten

Zwanenmeer

Tsjaikovski's vierakter-ballet Het Zwanenmeer (Lebedinoya ozero) werd voor het eerst opgevoerd in 1877 bij het Keizerlijk Ballet in Moskou. Het libretto is van V. Begichev en V. Helster, met choreografie van Reisinger. Verrassend genoeg, gezien de status die het werk tegenwoordig geniet, was de eerste productie van het Zwanenmeer een flop. De kostuums waren gekannibaliseerd van andere producties, de choreografie was slecht en het orkest was onvoldoende vertrouwd met de partituur. Tsjaikovski zou nooit meer getuige zijn van een andere productie van zijn ballet; pas na zijn dood werd het een van de klassiekers van het genre.

Doornroosje

In 1889 voltooide Tsjaikovski zijn tweede grote ballet Doornroosje (Spyashchaya krasavitsa). De productie ging in première in het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg. Het ballet bestaat uit een proloog en drie bedrijven, op een libretto van Marius Petipa en Ivan Vsevolozhsky, gebaseerd op La belle au bois dormant van Charles Perrault (1628-1703). Petipa verzorgde ook de choreografie. Het ballet werd voor het eerst uitgevoerd in 1890 in Sint-Petersburg. Het was een succes, hoewel de nogal flauwe opmerking van de tsaar dat het "erg leuk" was, de componist deed mopperen. De slotakte van het ballet werd zo populair dat het vaak alleen wordt uitgevoerd onder de titel Aurora's bruiloft.

Bolshoi Theatre, 1883
Bolsjoi Theater, 1883
Найденов Н. А. (Public Domain)

De Notenkraker

Tsjaikovski's derde grote ballet was De Notenkraker (Sjtsjelkoentsjik), opgevoerd in 1891. Het heeft twee bedrijven en drie scènes, met het libretto van Petipa gebaseerd op een bewerking van Hoffmanns Der Nussknacker und der Maüsekönig (De Notenkraker en de Muizenkoning ) van Alexandre Dumas père (1802-1870). De originele choreografie was van Ivanov. Het ballet ging opnieuw in première in het Mariinsky Theater in 1892. De muziek was vooral populair door verschillende ongewone elementen; de componist gebruikt bijvoorbeeld een celesta (een hybride piano-klokkenspel) om de Suiker-pruimenfee op te voeren. Tsjaikovski bewerkte de partituur in 1892 tot een orkestsuite.

De Opera's

Jevgeni Onegin

Tsjaikovski's drieakter Jevgeni Onegin is gebaseerd op de gelijknamige roman van Poesjkin uit 1831. De componist gaf de opera de ondertitel Lyrische scènes naar Poesjkin. Het libretto is van Tsjaikovski en Konstantin Sjilovskij. Het verhaal, met het vroeg 19e-eeuwse Russische plattelandsleven als decor, vertelt over Onegin die de waarde van de liefde die hem door het meisje Tatjana is gegeven, niet beseft. Onegin slaagt erin zich te mengen in een duel, met fatale gevolgen. Hij verlaat dan Sint-Petersburg, maar keert na zes jaar terug als hij Tatjana op een bal ziet. Onegin beseft dat hij van Tatjana houdt, maar ze is inmiddels getrouwd met prins Gremin, aan wie ze trouw blijft. Onegin moet het podium verlaten met onvervulde dromen. In een opzienbarend voorbeeld van het leven dat fictie imiteert (of omgekeerd), werd de opera geschreven op precies hetzelfde moment dat de componist zijn eigen Onegin-Tatjana-achtige relatie had met Antonina Milyukova.

De opera was vernieuwend omdat Tsjaikovski, beïnvloed door Bizet's Carmen, "gewone, eenvoudige, universele sensaties, ver verwijderd van hoge tragedie en theatraliteit" probeerde weer te geven (Sadie, 306). De opera werd voor het eerst in besloten kring opgevoerd in het Maly Theater in Moskou in maart 1879 en vervolgens in het openbaar in het Bolsjojtheater op 23 januari 1881. Jevgeni Onegin is sindsdien uitgegroeid tot een van de populairste opera's in het hele repertoire van dat genre.

Home of Tchaikovsky in Klin
Huis van Tsjaikovski in Klin
Stoljaroff (Public Domain)

Pique dame

Pique dame of De schoppenkoningin (Pikovaya dama) is een opera in drie aktes, op een libretto van Tsjaikovski en zijn jongere broer Modest Tsjaikovski (1850-1916), gebaseerd op een verhaal van Poesjkinuit 1834. In de weinig vrolijke plot wordt de jonge officier Hermann verliefd op Lisa, de kleindochter van een gravin. De bejaarde gravin stond ooit bekend om haar gokverleden (vandaar haar bijnaam, 'de Schoppenkoningin'), en er wordt gezegd dat ze het geheim bezit van hoe je altijd kunt winnen bij kaarten. Hierdoor geïntrigeerd, probeert Hermann het geheim van de gravin te verkrijgen, maar opgeschrikt in haar kamer komt ze te overlijden. De geest van de gravin blijkt vervolgens Hermann haar gokgeheim te onthullen. Hermann raakt dan geobsedeerd door kaarten en verwaarloost Lisa, die zichzelf in wanhoop verdrinkt. Dan blijkt dat de gravin Hermann heeft bedrogen, en dus verliest hij alles met kaarten, wordt gek en doodt zichzelf. De opera ging in december 1890 in première in het Mariinsky Theater.

Tsjaikovski's beroemdste werken

Tot de beroemdste werken van Pjotr Illych Tsjaikovski, met de eerste uitvoeringsdata tussen haakjes vermeld, beoren onder meer:

  • 6 Symfonieën
  • Romeo en Julia, symfonisch gedicht (1869)
  • Pianoconcert nr. 1 (1874)
  • Francesca da Rimini, symfonisch gedicht (1876)
  • Zwanenmeer (Lebedinoye ozero), ballet (1877)
  • Vioolconcert (1878)
  • Jevgeni Onegin, opera (1879)
  • Ouverture 1812 (1880)
  • Manfredsymfonie, orkestwerk (1885)
  • Doornroosje (Spyashchaya krasavitsa), ballet (1890)
  • Pique dame / De schoppenkoningin (Pikovaya dama), opera (1890)
  • De Notenkraker (Shchelkunchik), ballet (1892)

Hoewel Tsjaikovski's werk tijdens zijn eigen leven vaak werd uitgevoerd in grote theaters en concertzalen in Europa en de Verenigde Staten, werd een deel van zijn muziek niet altijd unaniem geprezen. Zoals we hebben gezien, hadden zijn balletten moeite om hun eerste publiek voor zich te winnen. De opera's Orleanskaya deva (De Maagd van Orleans, 1881) en Charodeyka (De tovenares, 1887) waren net als zijn eerste twee opera's helemaal niet populair. Daarnaast werd een voormalige supporter van de componist, Mily Balakirev (1837-1910), een uitgesproken criticus van Tsjaikovski's werk. Zelfs zijn mentor Nikolaj Roebinstein verwierp Tsjaikovski's Eerste pianoconcert als "waardeloos en onspeelbaar" (Thompson, 133). Sommige critici zien te veel gebruik van melodie en te weinig vorm in de symfonieën.

Grave of Tchaikovsky, St. Petersburg
Graf van Tsjaikovski in Sint Petersburg
Pierre André (CC BY-SA)

Toch blijft Tsjaikovski enorm populair bij het publiek. Zijn balletten blijven het hart van het wereldballetrepertoire. Tsjaikovski was ook belangrijk voor de ontwikkeling van de muziek en "door zijn innovaties op het gebied van de symfonie-, opera- en balletmuziek, die hij naar een geheel nieuw niveau tilde" (Sadie, 304).

Tsjaikovski's mysterieuze dood

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski overleed in Sint-Petersburg op 28 oktober 1893. Dit was slechts enkele weken nadat hij zijn Zesde symfonie had voltooid. De precieze doodsoorzaak is niet bekend. Het kan cholera zijn geweest door het drinken van besmet water, of misschien zelfs zelfmoord door het nemen van arseen of het opzettelijk drinken van besmet water. De arseenoplossing lijkt het meest waarschijnlijk omdat het lijk en het appartement van Tsjaikovski niet door de autoriteiten in quarantaine zijn geplaatst, wat in het geval van cholera zeker zou zijn gebeurd. Een motief voor zelfmoord kan de dreiging zijn geweest van publieke ontmaskering van de relatie van de componist met een andere mannelijke publieke figuur, mogelijk zelfs een lid van de keizerlijke familie, maar deze theorie heeft weinig steun van Russische geleerden. Net als andere gevallen van vroegtijdige dood van grote kunstenaars, is de speculatie over de oorzaak van Tsjaikovski's ondergang misschien een weerspiegeling van de diepe bewondering voor de artistieke erfenis die hij voor het nageslacht achterliet. De nationale held kreeg een staatsbegrafenisdienst in Sint-Petersburg en werd begraven op de Alexander Nevski-begraafplaats van de stad.

Vragen en antwoorden

Waardoor was Pjotr Iljitsj Tsjaikovski bekend?

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski was bekend als componist van balletten als het Zwanenmeer, de Notenkraker en de Schone Slaapster, en opera's als Jevgeni Onegin en Pique Dame. Hij componeerde ook symfonieën en andere vormen van klassieke muziek.

Wat was Tsjaikovski's beroemdste werk?

Tsjaikovski's beroemdste werk omvat de Ouverture 1812 en de Bloemenwals uit het ballet De Notenkraker.

Was Tsjaikovski Rus of Oekraïener?

Tsjaikovski' was een Russische componist, geboren in Kamsko-Votkinsk, Vyatka, Rusland.

Hoe oud was Tsjaikovski toen hij stierf?

Tsjaikovski was 53 jaar oud toen hij in St. Petersburg overleed op 28 oktober 1893.

Over de vertaler

Theo Poot
1953. Na 45 jaar onderwijs nu gepensioneerd. Ervaring in basis- en voortgezet onderwijs (docent geschiedenis), educatief schrijven en redactie (geschiedenismethodes, digitale projecten), toets- en examenconstructie.

Over de auteur

Mark Cartwright
Mark is als voltijds historicus, onderzoeker, auteur en redacteur gevestigd in Italië. Zijn speciale interesses zijn aardewerk, architectuur, wereldmythologie en het ontdekken van de ideeën die alle beschavingen gemeen hebben. Hij heeft een MA in Politieke Filosofie en is publicatiedirecteur bij AHE.

Dit werk citeren

APA-stijl

Cartwright, M. (2023, juni 14). Pjotr Iljitsj Tsjaikovski [Pyotr Ilyich Tchaikovsky]. (T. Poot, Vertaler). World History Encyclopedia. Ontleend aan https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-21981/pjotr-iljitsj-tsjaikovski/

Chicago stijl

Cartwright, Mark. "Pjotr Iljitsj Tsjaikovski." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia. Laatst gewijzigd juni 14, 2023. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-21981/pjotr-iljitsj-tsjaikovski/.

MLA-stijl

Cartwright, Mark. "Pjotr Iljitsj Tsjaikovski." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia. World History Encyclopedia, 14 jun 2023. Web. 12 jun 2024.