Elizabethaans theater

Mark Cartwright
door , vertaald door Theo Poot
gepubliceerd op
Translations
Afdrukken PDF
Globe Theatre Model (by Yair Haklai, CC BY-SA)
Model van het Globe theater Yair Haklai (CC BY-SA)

Het Elizabethaanse theater, ook wel het Engelse renaissancetheater genoemd, verwijst naar de toneelstijl die tot bloei kwam tijdens het bewind van Elizabeth I van Engeland (regeerde 1558-1603) en die onder haar Stuart-opvolgers voortleefde. Het Elizabethaanse theater kende de eerste professionele acteurs, die deel uitmaakten van rondreizende gezelschappen en toneelstukken in blank verse opvoerden met vermakelijke, niet-religieuze thema’s.

Het eerste speciaal gebouwde permanente theater werd in 1576 in Londen opgericht en al snel volgden er meer, waardoor toneel dat louter ter vermaak diende uitgroeide tot een bloeiende industrie. Theaters die dagelijks toneelstukken vertoonden, leidden tot permanente toneelgezelschappen die niet hoefden te toeren en daardoor meer tijd en geld konden investeren in het imponeren van hun publiek van zowel mannen als vrouwen en uit alle sociale klassen. De beroemdste toneelschrijver van die tijd was William Shakespeare (1564-1616), wiens werken werden opgevoerd in het beroemde Globe Theatre in Londen en uiteenlopende thema's behandelden, zoals geschiedenis, romantiek, wraak, moord, komedie en tragedie.

Elizabeth I en de kunsten

In het Elizabethaanse tijdperk was voor de kunsten in het algemeen een bloeiperiode, maar het waren vooral de podiumkunsten die misschien wel de meest blijvende bijdrage leverden aan de Engelse en zelfs de mondiale cultuur. De koningin zelf was een bewonderaar van toneel, voorstellingen en spektakels die regelmatig in haar koninklijke residenties werden georganiseerd. Elizabeth bouwde zorgvuldig aan haar imago van 'Virgin Queen' die haar persoonlijke leven had opgeofferd om zich volledig te kunnen richten op het welzijn van haar volk. Het theater was daarom slechts een van de media die ze gebruikte om haar eigen glorie en die van haar familie, de Tudors, uit te dragen. De koningin ondersteunde kunstenaars en toneelschrijvers actief.

Natuurlijk hebben de Elizabethanen het theater niet zelf bedacht, want toneelstukken worden al opgevoerd sinds hun uitvinding door de oude Grieken in de 6e eeuw v.Chr. In het middeleeuwse Engeland werden moraliteitsspelen en mysteriespelen opgevoerd, en er waren zelfs toneelstukken die door acteurs werden gespeeld tijdens religieuze ceremonies en feestdagen. Er waren ook masques, een vorm van mime waarbij gemaskerde artiesten zongen, dansten en poëzie voordroegen, gekleed in extravagante kostuums, tegen een geschilderd decor. Ten slotte financierden steden in heel Engeland al lang openbare voorstellingen, waarbij muzikanten, acrobaten en narren betrokken waren, en deze bleven bestaan, zelfs toen het theater populair werd.

Procession of Shakespearean Characters
Optocht met personages uit Shakespeares stukken Unknown Artist (Public Domain)

In de Elizabethaanse periode groeiden deze openbare artiesten uit tot een beroepsgroep van entertainers. De eerste professionele toneelgezelschappen werden gesponsord door de koningin, door edelen en door iedereen die het geld had voor dergelijk vermaak. Er werden toneelstukken opgevoerd die, wellicht dankzij de Engelse Reformatie, nu volledig vrij waren van religieuze thema's en geen verband hielden met feestdagen of religieuze festivals. Seculiere toneelstukken vormden echter een nieuwe uitdaging. Elizabeth was zich maar al te bewust van de invloed die de populaire kunst uitoefende op de politiek en de publieke opinie, en in 1559 verbood zij de opvoering van toneelstukken zonder vergunning. In de jaren 1570 werden ook religieuze toneelcycli verboden. De koninklijke controle over het theater werd in 1572 verder uitgebreid, toen voortaan alleen edelen professionele toneelgezelschappen mochten sponsoren. Vanaf 1574 moesten alle gezelschappen ook een vergunning hebben.

Zelfs de populairste toneelstukken werden slechts een paar keer per jaar opgevoerd, omdat theaters ernaar streefden vaste theaterbezoekers te vermaken.

Het mijden van controversiële religieuze onderwerpen had ertoe geleid dat schrijvers andere thema's gingen verkennen, waarbij ze hun verbeelding de vrije loop lieten. Vooral historische onderwerpen waren populair bij de nieuwe toneelschrijvers, in een periode waarin een gevoel van Engels nationalisme zich ontwikkelde als nooit tevoren. Dit ging gepaard met een humanistisch geïnspireerde interesse in de Griekse en Romeinse Oudheid. De koninklijke bescherming van het theater zou voortduren tijdens het bewind van Elizabeths opvolger, Jacobus I van Engeland (r. 1603-1625), die drie professionele toneelgezelschappen (‘playing companies’) financierde.

Professionele acteurs en theaters

Het eerste professioneel erkende gezelschap van acteurs behoorde toe aan Elizabeths hoffavoriet Robert Dudley, de eerste graaf van Leicester (ca. 1532-1588). Ze werden 'Leicester's Men' genoemd, kregen hun vergunning in 1574 en toerden langs de Britse adellijke landhuizen om voorstellingen te geven. Uiteraard hadden acteurs een geschikt podium nodig om indruk te maken, en zo ontstonden al snel de eerste speciaal gebouwde theaters. In 1576 kreeg Londen zijn allereerste speciaal gebouwde en permanente theater, opgericht door James Burbage (ca. 1530-1597), zelf een acteur, en simpelweg bekend als 'The Theatre' (hoewel er al eerder aangepaste gebouwen met tijdelijke stellages waren, zoals de 'Red Lion' uit 1567). Het Theatre, gelegen aan Holywell Street in Shoreditch, was een houten, omheind gebouw zonder dak in het midden. Het verwelkomde zowel hovelingen als gewone burgers. The Theatre was zo'n succes dat er meer theaters werden gebouwd, te beginnen met het Curtain. Burbage opende een tweede theater in Londen, het Blackfriars Theatre, door een in onbruik geraakt dominicanenklooster te verbouwen. Verder waren er de Rose (1587) en de Swan (1595). De theaterwereld maakt een ware bloei door en Elizabeths aanmoediging aan haar edelen om aan het hof te blijven en een verblijf in de hoofdstad te hebben,garandeerde een vast publiek. Andere steden volgden al snel de mode en zorgden ook voor theaters; vroege voorlopers waren Bath, Bristol, Norwich en York. Tegen de tijd van de Stuart-koningen presenteerden veel theaters elke dag een ander toneelstuk, meestal in de namiddag, voor een goed geïnformeerd publiek van mannen en vrouwen die nieuw vermaak verwachtten. Zelfs de populairste toneelstukken werden slechts een handvol keren per jaar opgevoerd, aangezien theaters ernaar streefden om geregelde theaterbezoekers te vermaken.

Elizabethan Stage, the Swan Theatre
Elizabethaans toneel, Swan theater Aernout van Buchel (Public Domain)

Naarmate de theaters zich verder ontwikkelden, werden acteurs en toneelschrijvers bovendien bevrijd van de verplichtingen en beperkingen die sponsoring door edelen met zich meebracht. Het was echter het Theatre dat wereldberoemd zou worden, vooral na 1599, toen het werd verplaatst naar de zuidoever van de Theems en een nieuwe naam kreeg: het Globe Theatre.

Het Globe Theatre opende zijn deuren in 1599 en was eigendom van de zonen van Burbage en enkele leden van het professionele toneelgezelschap dat bekend stond als de Chamberlains' Men. Een van deze investeerders was William Shakespeare. Hij en andere acteurs en toneelschrijvers deelden de helft van de winst van het theater, terwijl de andere helft werd gebruikt om bijrollen, muzikanten, kostuums en onderhoudskosten te betalen. Cruciaal was dus dat de oprichting van theaters aan voorheen rondtrekkende acteurs nu een stevigere financiële basis konden verschaffen, waardoor ze meer toneelstukken konden produceren en deze een veel hogere productiewaarde konden geven. Theatergezelschappen konden bogen op twaalf of meer vaste hoofdrolspelers en een aantal bijrolspelers, assistenten en leerlingen. Tot het personeel behoorden ook musici, schrijvers, kunstenaars en kopiisten.

In 1592 trad William Shakespeare toe tot Chamberlain's Men en werd hij een belangrijk lid van de vaste staf van het Globe Theatre.

Het Globe Theatre was van hout, min of meer cirkelvormig en in het midden open naar de hemel. Het reikte tot een hoogte van 12 meter en had een diameter van 24 meter; binnenin waren drie rijen zitplaatsen die plaats boden aan ongeveer 2.000 toeschouwers. Het theater dankte zijn naam aan de wereldbol op het dak, waarop in het Latijn de beroemde zin van Shakespeare stond: 'All the world's a stage.' Het podium van de Globe was rechthoekig, ongeveer 12 meter lang en werd beschermd door een rieten dak. Er konden ongeveer 12 acteurs tegelijk op het podium optreden. Achter het podium bevond zich een galerij die plaats bood aan meer toeschouwers of gebruikt kon worden als hoofdonderdeel van het toneelstuk (bijvoorbeeld het balkon in Romeo en Julia). Het publiek kon verrast worden met technische trucs, zoals het laten zakken van acteurs aan kabels of het laten verschijnen of verdwijnen van acteurs via een luik in de podiumvloer.

In de tweede helft van de 17e eeuw deden zich enkele belangrijke ontwikkelingen voor. Vrouwen speelden voortaan de vrouwelijke rollen (voorheen deden jongens dit) en grote, vlakke geschilderde decors, vaak met perspectief erin verwerkt, werden op glijrails het podium op en af geschoven. Een andere verandering was dat voorstellingen nu langer speelden en dagelijks werden herhaald, een ontwikkeling die acteurs met een kort geheugen vast heel plezierig vonden. Een vast patroon van toneelvoorstellingen was tot stand gekomen dat tot op de dag van vandaag is blijven bestaan.

William Shakespeare
William Shakespeare Unknown Artist (Public Domain)

William Shakespeare

William Shakespeare is uitgegroeid tot een van de meest gevierde auteurs in elke taal. Hij werd in 1564 geboren in Stratford-upon-Avon; pas in 1592 werd William bekend in theaterkringen. Twee jaar later sloot hij zich aan bij Chamberlain's Men en werd vervolgens, zoals hierboven vermeld, een belangrijk lid van de vaste staf van het Globe Theatre, een functie die hij gedurende zijn hele schrijverscarrière bekleedde. William produceerde gemiddeld twee toneelstukken per jaar en schreef er in totaal 37. De datering van Shakespeares werken is problematisch, aangezien er van geen enkel werk originele manuscripten bewaard zijn gebleven en historici daarom hebben gekeken naar de inhoud en naar ander documentair bewijs. De toneelstukken worden meestal in vier groepen ingedeeld en illustreren de brede reikwijdte van het Elizabethaanse theater in het algemeen. Deze categorieën zijn: komedies, romantische stukken, historische stukken en tragedies. De werken combineren, net als veel toneelstukken uit die periode, woordspelingen en toespelingen voor ingewijden over de toenmalige politiek met verhalen over liefde, duistere wraakacties en moord, historische gebeurtenissen en historische fictie, opgediend met een flinke schep Engels chauvinisme.

Als Shakespeares eerste toneelstuk wordt meestal genoemd Henry VI, deel I, geschreven rond 1589. Tot zijn populairste toneelstukken behoren A Midsummer Night's Dream (ca. 1596), dat draait om het huwelijk van de Griekse held Theseus met de Amazone Hippolyta, Henry V (1599), dat een geromantiseerde versie bevat van de opzwepende toespraak van die koning tijdens de Slag bij Agincourt in 1415, Hamlet (ca. 1601), dat vertelt over de wraak van de gelijknamige Deense prins op zijn kwaadaardige oom, en Macbeth (1606), vernoemd naar de Schotse koning die in waanzin vervalt nadat hij aan het moorden is geslagen.

Andere toneelschrijvers en acteurs

Onder de Stuart-koningen werd het een lucratief gebruik om toneelstukken te laten drukken, ook al waren ze oorspronkelijk altijd geschreven met het oog op opvoering. Er zijn zo'n 800 toneelteksten bewaard gebleven uit de 16e en 17e eeuw, wat nog maar een klein deel is van wat er destijds werd geproduceerd. Na Shakespeare is Christopher Marlowe (1564-1593) de meest gevierde Elizabethaanse toneelschrijver. In 1587 werd zijn eerste toneelstuk opgevoerd, Tamburlaine the Great. Het stuk was een enorme hit en vertelde het epische verhaal van Timur, de stichter van het Timuridische Rijk in Centraal-Azië (1370-1507). Andere successen volgden, zoals The Tragedy of Dido, Queen of Carthage; maar zoals veel toneelschrijvers en dichters uit die tijd had Marlowe een neiging tot drinkgelagen, en een vechtpartij in een herberg eindigde met zijn dood. Aangezien Marlowe ook als spion voor de regering werkte, hebben sommigen gespeculeerd dat zijn dood eigenlijk een moord was.

De derde grote toneelschrijver van die periode was Ben Jonson (1572-1637). Jonson ontsnapte aan een vroege carrière als leerling-metselaar. Zijn eerste toneelstuk, Isle of Dogs (1597), was succesvol, maar bracht hem in de problemen met de autoriteiten, die het beschouwden als aanzetting tot opstand. Na een korte gevangenisstraf belandde Jonson al snel opnieuw achter de tralies nadat hij tijdens een ruzie een acteur had gedood. Toen hij voor de tweede keer vrijkwam, ging Jonson zich wijden aan waar hij goed in was en schreef hij een reeks succesvolle toneelstukken, waarvan vele werden opgevoerd in het Globe Theatre. Jonsons andere werken omvatten poëzie, masques en een omvangrijk oeuvre aan literaire kritieken.

Uiteraard maakten ook bekwame acteurs naam in het nieuwe genre. Een beroemd figuur was de komische acteur Richard Tarlton (overl. 1588), die tevens hofnar was en Elizabeth I aan het lachen bracht, totdat zijn grappen te ver gingen en hij enkele van haar favoriete edelen belachelijk maakte. De veelzijdige Tarlton was medeoprichter van het gezelschap Queen's Men en schreef vele succesvolle toneelstukken, waarvan Seven Deadly Sins (1585) het populairst was. Tarltons beroemdste personage leek een beetje op Charlie Chaplin: een kleine man met wijde broeken en een grote stok.

Uitdagingen en nalatenschap

Het nieuwe theater ontkwam niet aan kritiek. Puriteinen, die vanaf de jaren 1590 steeds prominenter optraden in de Elizabethaanse samenleving, hadden bezwaar tegen zulk frivool vermaak als theater. Ze beschouwden de onderwerpen – met name verhaallijnen met wraak, moord en romantiek – als ongeschikt voor het gewone volk en als geestbedervend, precies zoals sommige moderne critici van gewelddadige films beweren. Bovendien beschouwden puriteinen theaters als volstrekt ongewenste plekken waar alleen de luie, immorele en criminele elementen van de samenleving samenkwamen.

Omwonenden waren vaak niet blij met een theater in hun buurt vanwege het lawaai en de associaties met de lagere klassen die aan een dergelijke locatie kleefden; dit was een van de redenen waarom het Theatre werd verplaatst en het Globe Theatre werd. Zelfs sommige ondernemers hadden een hekel aan de theaters omdat hun werknemers naar de toneelstukken gingen kijken, die meestal overdag en dus tijdens de werkuren werden opgevoerd. Deze bezorgdheid leidde tot petities die naar burgemeesters werden gestuurd, die vervolgens bij parlementsleden lobbyden om de theatervoorstellingen aan banden te leggen. Dit verklaart ook waarom de vroege theaters in de buitenwijken van de stad werden gebouwd, buiten het directe rechtsgebied van de burgemeesters. Theaterbezoek was echter erg goedkoop (vanaf 1 penny per kaartje, ongeveer €1 vandaag) en erg populair, dus zeer moeilijk te onderdrukken, zelfs toen de puriteinen in het midden van de 17e eeuw aan invloed wonnen en vanaf 1642 tijdelijk alle openbare vergaderplaatsen sloten. In 1660, met de terugkeer van de monarchisten, gingen de theaters weer open en werden toneelgezelschappen onmiddellijk opnieuw opgericht.

Een andere uitdaging was de volksgezondheid. Toen in 1592 een nieuwe golf van de Zwarte Dood Londen trof, werden alle theaters een jaar lang gesloten. Veel burgemeesters probeerden openbare bijeenkomsten te vermijden en betaalden toneelgezelschappen zelfs om niet op te treden als er een nieuwe pestuitbraak was. Theaters waren met hun houten constructies ook gevoelig voor verwoestende branden. Het Globe Theatre moest bijvoorbeeld in 1614 worden herbouwd toen een kanonschot dat tijdens een voorstelling voor een dramatisch effect werd afgevuurd, het rieten dak in brand stak.

Ondanks deze bedreigingen lijkt het Elizabethaanse theater zich snel te hebben gevestigd als een belangrijk en blijvend onderdeel van de Engelse volks- en literaire cultuur. Al in 1623 werden bijvoorbeeld 36 toneelstukken van William Shakespeare gebundeld en gedrukt in het First Folio. In de loop van de 17e eeuw zouden nog meer edities worden gedrukt en in 1709 verscheen een eerste goed bewerkte verzameluitgave. Shakespeare wordt natuurlijk nog steeds over de hele wereld gelezen en zijn werken blijven moderne filmmakers boeien. Zoals collega-auteur Ben Johnson in zijn voorwoord bij het First Folio opmerkte, was de ster van het Elizabethaanse theater "niet van een tijdperk, maar voor alle tijden" (Wagner, 275).

Vragen en antwoorden

Wat was er belangrijk aan het Elizabethaanse theater?

Het Elizabethaanse theater was belangrijk omdat er groepen professionele acteurs ontstonden die in speciaal daarvoor gebouwde theaters regelmatig goedkope toneelstukken voor het publiek opvoerden. De beroemdste toneelschrijver uit deze periode was William Shakespeare.

Waarop was het Elizabethaanse theater gebaseerd?

Veel toneelstukken uit de Elizabethaanse tijd hadden historische gebeurtenissen als onderwerp, met name uit de Griekse en Romeinse Oudheid. Ook middeleeuwse koningen waren een populair onderwerp, zoals blijkt uit de toneelstukken van William Shakespeare.

Hoe heette het beroemdste theater uit de Elizabethaanse tijd?

Het bekendste theater uit de Elizabethaanse tijd was het Globe Theatre in Londen, dat in 1599 zijn deuren opende. Het Globe Theatre, een rond theater van hout, bracht vele toneelstukken van William Shakespeare op de planken, zoals 'Romeo en Julia'.

Over de vertaler

Theo Poot
1953. Na 45 jaar onderwijs nu gepensioneerd. Ervaring in basis- en voortgezet onderwijs (docent geschiedenis), educatief schrijven en redactie (geschiedenismethodes, digitale projecten), toets- en examenconstructie.

Over de auteur

Mark Cartwright
Mark is een fulltime schrijver, onderzoeker, historicus en redacteur. Speciale interesse gaat uit naar kunst, architectuur en het ontdekken van ideeën die alle beschavingen gemeen hebben. Hij heeft een MA in politieke filosofie en is een WHE Publishing Director.

Citeer dit werk

APA-stijl

Cartwright, M. (2026, april 24). Elizabethaans theater. (T. Poot, Vertaler). World History Encyclopedia. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-18993/elizabethaans-theater/

Chicago-stijl

Cartwright, Mark. "Elizabethaans theater." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia, april 24, 2026. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-18993/elizabethaans-theater/.

MLA-stijl

Cartwright, Mark. "Elizabethaans theater." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia, 24 apr 2026, https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-18993/elizabethaans-theater/.

Advertenties verwijderen