Karel de Grote

Server Kosten Fondsenwerving 2024

Help onze missie om gratis geschiedenisonderwijs aan de wereld te bieden! Doneer en draag bij aan het dekken van onze serverkosten in 2024. Met jouw steun kunnen miljoenen mensen elke maand gratis leren over geschiedenis.
$3389 / $18000

Definitie

Joshua J. Mark
door , vertaald door Theo Poot
gepubliceerd op 25 maart 2019
Beschikbaar in andere talen: Engels, Afrikaans, Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Portugees, Spaans, Turks
X
Bust of Charlemagne (by Beckstet, CC BY-NC-SA)
Borstbeeld van Karel de Grote
Beckstet (CC BY-NC-SA)

Karel de Grote (ook bekend als Karel I, 742-814) was koning van de Franken (r. 768-814), koning van de Franken en Longobarden (r. 774-814) en keizer van het Heilige Roomse Rijk (r. 800-814). Hij is een van de bekendste en meest invloedrijke figuren van de vroege middeleeuwen vanwege zijn militaire successen waardoor hij het grootste deel van West-Europa verenigde, door zijn educatieve en kerkelijke hervormingen en vanwege zijn beleid dat de basis legde voor de ontwikkeling van latere Europese naties.

Hij was de zoon van Pepijn de Korte, koning van de Franken (r. 751-768, eerste koning van de Karolingische dynastie). Karel de Grote besteeg de troon bij de dood van zijn vader en regeerde samen met zijn broer Karloman I (r. 768-771) tot diens dood. Als enige heerser breidde Karel daarna zijn koninkrijk snel uit, benoemde zichzelf tot hoofd van de westerse kerk - ter vervanging van de toenmalige pausen - en leidde persoonlijk militaire campagnes om Europa te kerstenen en bijna onafgebroken opstanden te onderdrukken, gedurende de 46 jaar van zijn regering.

Zijn natuurlijke dood in 814 werd door zijn tijdgenoten als een tragedie beschouwd en hij werd in heel Europa betreurd, temeer toen kort na zijn dood de Viking-invallen begonnen. Hij wordt vaak de Vader van het Moderne Europa genoemd.

Jeugd en opkomst

Karel de Grote werd waarschijnlijk in Aken (in het huidige Duitsland) geboren, tijdens de laatste jaren van de Merovingische dynastie, die de regio sinds ca. 450 had geregeerd. De Merovingische koning verloor al jaren gestaag aan macht en invloed, terwijl de formeel ondergeschikte positie van hofmeier (vergelijkbaar met die van een premier) steeds machtiger was geworden. Ten tijde van koning Childerik III (r. 743-751) had de vorst vrijwel geen macht meer en werd het volledige bestuurlijke beleid bepaald door Pepijn de Korte, hofmeier.

Pepijn begreep dat hij zich niet zomaar de troon kon toe-eigenen en verwachten erkend te worden als legitieme koning. Daarom deed hij een beroep op de paus met de vraag: "Is het juist dat een machteloze heerser de titel van koning blijft dragen?" (Hollister, 108). Het pausdom had in die tijd te maken met een aantal problemen, variërend van de vijandschap van de Longobarden in Noord-Italië tot de iconoclasme-controverse met het Byzantijnse Rijk.

De Byzantijnse keizer had kort tevoren alle afbeeldingen van Christus in kerken veroordeeld als afgoderij en bevolen ze te verwijderen. Verder had hij geprobeerd hetzelfde beleid aan de paus te dicteren ter navolging in West-Europa. Met de woorden van C. Warren Hollister: "het pausdom had nog nooit zo'n wanhopige behoefte gehad aan een kampioen" als toen paus Zacharias (paus van 741 tot 752) de brief van Pepijn ontving. Hij stemde vrijwel meteen in met het oordeel van Pepijn.

Map of Francia
Kaart van het Frankische Rijk
Sémhur (CC BY-SA)

Pepijn werd in 751 tot koning van de Franken gekroond en bestemde, in navolging van het koninklijke precedent, zijn twee zonen tot opvolgers. Eén van zijn eerste daden als koning was het verslaan van de Longobarden waarna hij een aanzienlijk deel van hun land aan de pauselijke staat schonk (een gift die bekend staat als de "Schenking van Pepijn"). De paus van zijn kant hoopte Pepijn en zijn opvolgers onder controle te kunnen houden: hij claimde het gezag over de Frankische kroon op grond van een document dat bekend staat als de Schenking van Constantijn, naar verluid opgesteld door de eerste christelijke Romeinse keizer Constantijn I zelf, waarin stond dat een christelijke monarch zijn heerschappij vrijwillig aan het pausdom schonk en de paus het vervolgens genadig teruggaf.

Volgens dit document vormde de Kerk dus de eigenlijke macht achter elke troon en kon ze die macht met hetzelfde gemak terugnemen als hij was weggegeven. In feite was het document was een vervalsing - er is ook geen bewijs dat Constantijn ooit een dergelijke verklaring heeft afgelegd - maar er was ook geen enkele manier waarop Pepijn dat zou kunnen weten en omdat hij ongeletterd was, had hij weinig andere keuzes dan te geloven wat volgens de geestelijkheid op het papier stond dat ze hem voorhielden. Pepijn aanvaardde de bepaling van de schenking van Constantijn; zijn zoon echter niet.

KAREL DE GROTE REGEERDE VANAF HET BEGIN DOOR DE KRACHT VAN ZIJN PERSOONLIJKHEID DIE HET KRIJGER-KONING- ETHOS BELICHAAMDE GECOMBINEERD MET EEN CHRISTELIJKE VISIE.

Koning Pepijn stierf in 768 en zijn zonen bestegen de troon. De co-heerschappij met Karloman was verre van harmonieus, omdat Karel de voorkeur gaf aan directe actie bij het omgaan met moeilijkheden, terwijl zijn broer minder besluitvaardig lijkt te zijn geweest. De eerste test voor hun heerschappij was de opstand van de provincie Aquitanië, die Pepijn in 769 had onderworpen. Karel de Grote was voorstander van een militaire campagne, maar Karloman steunde dit voorstel niet.

Karel de Grote marcheerde naar Aquitanië en versloeg de rebellen, waarbij ook het naburige Gascogne werd onderworpen, terwijl Karloman weigerde deel te nemen. In 770 trouwde Karel een Lombardische prinses, dochter van de koning Desiderius (r. 756-774) en verstootte haar vervolgens voor een huwelijk met de tiener Hildegard (de toekomstige moeder van Lodewijk de Vrome, r. 814-840). Na toenaderingspogingen van Desiderius tot Karloman om Karels troon omver te werpen en de eer van zijn dochter te wreken, stevenden de twee broers op een burgeroorlog af, toen Karloman in 771 stierf.

Militaire campagnes & expansie

Als alleenheerser van de Franken berustte Karel de Grote's macht vanaf het begin op de kracht van zijn persoonlijkheid, die het krijger-koning-ethos belichaamde in combinatie met een christelijke visie . Hollister beschrijft de koning als volgt:

Karel de Grote torende zowel figuurlijk als letterlijk boven zijn tijdgenoten uit. Hij was 1 m. 90 lang, dikhalzig en dikbuikig, maar ondanks dat imposant van uiterlijk. Hij kon warm en spraakzaam zijn, maar ook hard, wreed en gewelddadig, en zijn onderdanen bezagen hem met zowel bewondering als angst... Voor alles was Karel de Grote een krijger-koning. Hij leidde zijn legers als vanzelfsprekend op de jaarlijkse veldtochten. Pas geleidelijk ontwikkelde hij de notie van een christelijke missie en een programma om het christelijke Westen te unificeren en systematisch uit te breiden. (109)

Nadat hij zijn leger had opgebouwd, lanceerde hij zijn eerste campagne in Saksen in 772, waarbij hij een lang en bloedig conflict begon dat bekend staat als de Saksische oorlogen (772-804) in een poging het Noorse heidendom in de regio uit te roeien en zijn gezag daar te vestigen. Hij liet troepen achter in Saksen en wendde zich tot Italië, waar de Longobarden zich weer lieten gelden. Hij versloeg hen in 774 en voegde hun land bij zijn koninkrijk, noemde zichzelf daarna "Koning van de Franken en Longobarden", en keerde vervolgens terug naar Saksen.

Statue of Charlemagne
Standbeeld van Karel de Grote
Mark Kaswan (CC BY-NC-SA)

Baskische onrust in de Pyreneeën dwong Karel de Grote met zijn leger in die richting voor een aantal gevechten, waaronder de beroemde Slag bij Roncevaux in 778 (die de inspiratie leverde voor het latere epische gedicht Het Roelandslied) waarbij de achterhoede van Karels leger in een hinderlaag werd gelokt en afgeslacht, waaronder graaf Roland van de Bretonse Mark. Deze nederlaag stimuleerde slechts Karels vastberadenheid om de regio volledig onder zijn controle te brengen.

Tussen 778 en 796 voerde Karel de Grote elk jaar campagne in de Pyreneeën, Spanje en Germanië en behaalde er herhaaldelijk overwinningen. In 795 accepteerde hij de overgave van de Avaren van Hongarije, maar weigerde hen te vertrouwen. In 796 viel hij hun bolwerk De Ring aan en versloeg hen volledig, waardoor ze effectief ten onder gingen als volk. Hij had ook de Saracenen van Noord-Spanje verslagen, een bufferzone ingesteld: de Spaanse Mark, en het eiland Corsica ingenomen. Zijn koninkrijk strekte zich nu uit over de regio's van het huidige Frankrijk, Noord-Spanje, Noord-Italië en wat nu Duitsland is, met uitzondering van Saksen in het noorden.

Saksische Oorlogen

Telkens als Karel de Grote dacht dat hij de Saksen had onderworpen en de strijd kon worden gestaakt, kwamen ze toch weer in opstand. Voorafgaand aan de Saksische oorlogen stond de regio Saksen op goede voet met de Franken en had regelmatig contact met hen, terwijl ze dienden als doorgeefluik naar de Scandinavische landen. In 772 zou een Saksische bende een kerk in Deventer (in het huidige Nederland, toen onderdeel van Karel de Grote's koninkrijk) hebben overvallen en in brand gestoken; dit gaf Karel de Grote het excuus dat hij nodig had om de regio binnen te vallen. Waarom de Saksen de Deventer kerk in brand zouden hebben gestoken, en zelfs of ze dat wel echt hebben gedaan, is onbekend. Karel de Grote's intolerantie tegenover heidense overtuigingen en praktijken kennende, is het waarschijnlijk dat de christelijke koning achter de vernietiging van de kerk zat om een invasie van het Germaanse stamgebied te rechtvaardigen die hij hoe dan ook zou hebben ondernomen.

Als vergelding voor de verbrande kerk marcheerde Karel de Grote naar Westfalen en vernietigde de Irminsul, de heilige boom die Yggdrasil (de Levensboom in de Noorse mythologie) voorstelde, en slachtte een aantal Saksen af tijdens zijn eerste campagne. Zijn tweede, derde en de rest (in totaal 18) volgden hetzelfde model van vernietiging en bloedvergieten. In 777 leidde een Saksische krijger-leider genaamd Widukind het verzet en hoewel hij een bekwaam leider was, bleek hij net zo onmachtig om de oorlogsmachine van Karel de Grote serieus uit te dagen als iedereen in Europa tot dan toe. Wel onderhandelde hij met koning Sigfried van Denemarken om Saksische vluchtelingen toe te laten in zijn koninkrijk.

In 782 beval Karel de Grote de executie van 4.500 Saksen, een gruweldaad die bekend staat als het bloedbad van Verden, om de vechtlust van de Saksen te breken, maar ze bleven bij hun weigering om hun autonomie op te geven of hun religie te verwerpen. Widukind bood zichzelf kort daarna aan voor de christelijke doop (in 784 of 785) als gebaar van vredeswil en er staat vermeld dat hij werd gedoopt, maar kort daarna verdween hij uit de annalen .

Karel de Grote maakte in 798 een einde aan de vluchtelingenstroom naar Denemarken en de Saksische opstanden gingen door na de verdwijning van Widukind. Karel reageerde zoals hij de afgelopen 30 jaar had gereageerd, met hetzelfde resultaat. Uiteindelijk deporteerde Karel de Grote in 804 meer dan 10.000 Saksen naar Neustrië in zijn koninkrijk en verving hen in Saksen door zijn eigen volk, waardoor hij het conflict effectief won, maar zich de vijandschap van de Scandinavische koningen op de hals haalde, met name van Sigfried die kort daarna de Frankische regio Friesland aanviel. Dit had op een nieuw langdurig conflict kunnen uitlopen, maar Sigfried stierf en zijn opvolger pleitte om vrede.

Keizer van het Heilige Roomse Rijk

Tijdens de Saksische oorlogen en zijn andere campagnes handelde Karel de Grote volledig op eigen initiatief en besteedde hij zeer weinig aandacht aan het pausdom. Geen van de pausen klaagde echter, omdat de verschillende ondernemingen van Karel de Grote samenvielen met hun eigen belangen of hen zelfs rechtstreeks ten goede kwamen. Het was in 800 echter al zonneklaar dat de macht van Karel de Grote die van het pausdom overtrof en dat niemand daar iets aan kon doen.

Coronation of Charlemagne
Kroning van Karel tot keizer
Friedrich Kaulbach (Public Domain)
Dit werd nog eens duidelijk toen paus Leo III (paus van 795 tot 816) in de straten van Rome werd aangevallen door een menigte en gedwongen werd om te vluchten. De menigte was opgehitst door Romeinse edelen die, in de hoop Leo III te vervangen door een van de hunnen, hem hadden beschuldigd van immoreel gedrag en misbruik van zijn ambt. Leo riep Karel de Grote's bescherming in en op advies van zijn geleerde raadgever Alcuin (735-804) stemde Karel de Grote ermee in om Leo op de terugweg naar Rome te vergezellen om zijn naam te zuiveren, wat hij vervolgens ook deed. De geleerde Norman Cantor beschrijft de gebeurtenissen:

Op 23 december, tijdens een proces waarbij Karel de Grote voorzat, zuiverde Leo zichzelf uiteindelijk van de beschuldigingen tegen hem. Deze gang van zaken betekende een vreselijke vernedering voor de paus en zijn vergrootte zijn afkeer van de Karolingische heerser; hij besloot te proberen zijn prestige en het gezag van zijn ambt te herwinnen door middel van de kroning van Karel de Grote tot keizer. Op kerstdag 800, toen Karel de Grote opstond van het gebed voor het graf van St. Petrus, plaatste paus Leo plotseling de kroon op het hoofd van de koning en de goed geïnstrueerde Romeinse geestelijkheid en andere aanwezigen riepen: "Karel Augustus, gekroond tot grote en vrede schenkende keizer der Romeinen, leven en overwinning!" (181)

Karel de Grote wilde naar verluidt niet door Leo worden gekroond en zou hebben gezegd dat hij de kerk nooit zou zijn binnengegaan als hij had geweten dat dit zou gebeuren. Hoe dat ook zij, het staat vast dat de kroon duidelijk zichtbaar in de kerk stond opgesteld toen Karel de Grote binnenkwam en de man was zeker intelligent genoeg om te beseffen dat die daar niet per ongeluk was achtergelaten. Hoogstwaarschijnlijk verwelkomde Karel de Grote wel het prestige van de titel, maar was hij niet van plan om het pausdom de overhand te geven om de pseudo-invloed van hun Schenking van Constantijn op hem uit te oefenen.

Kerkelijke en educatieve hervormingen

Er lijkt weinig twijfel over te bestaan dat de kroning een poging van het pausdom was om een zekere mate van toezicht op Karel de Grote's regering te vestigen. Hollister merkt op hoe "de pausen geloofden dat de keizers pauselijke rentmeesters moesten zijn – hun seculiere politieke autoriteit uitoefenend in het belang van de Roomse Kerk" (112). Toch was er geen praktische noodzaak om dit te doen, omdat Karel de Grote sinds hij aan de macht kwam consequent zijn eigen belangen had gecombineerd met die van de Kerk.

Afgezien van zijn geregelde militaire overwinningen had Karel de Grote zich ook beziggehouden met kerkelijke en educatieve hervormingen en het verbeteren van het functioneren van kerken, kloosters en onderwijsinstellingen in zijn hele koninkrijk - nu zijn keizerrijk. De technologische vooruitgang tijdens de Merovingische dynastie en het bewind van Pepijn de Korte had al een basis gelegd voor meer welvaart. Agrarische innovaties - zoals vruchtwisseling tussen drie velden, de uitvinding en het gebruik van de samengestelde ploeg die de eerdere haakploeg verving, en het aanmoedigen van boeren om hun middelen en arbeid in de landbouw te bundelen - leidden allemaal tot een verhoogde voedselproductie en een betere zorg voor het land. Karel de Grote stimuleerde deze verbeteringen door verdere ontwikkeling van de mechanisatie aan te moedigen, zoals een watermolen voor het malen van graan in plaats van de vroegere methode van malen door menselijke arbeid.

Sculpture of Charlemagne - Abbey of Saint John at Müstair
Sculptuur van Karel de Grote in het Sint-Johannesklooster te Müstair
Wladyslaw Sojka (GNU FDL)

Pepijn de Korte had een hervorming van de Frankische Kerk geïnitieerd onder leiding van de heilige Bonifatius (672-754), die orde bracht in religieuze huizen en kloosterscholen ontwikkelde. Hij verdeelde ook regio's in parochies voor een eenvoudiger bestuur. Karel de Grote profiteerde van deze hervormingen door ze te stimuleren en zich te omringen met de slimste geesten van zijn tijd, zoals de geleerde Alcuin van York die geletterdheid benadrukte als een belangrijk aspect van vroomheid. Dit beleid werd voortgezet in de kloosterscholen in het hele rijk van Karel de Grote, waardoor de alfabetiseringsgraad werd verhoogd en betere studenten werden afgeleverd. De eerdere hervormingen van Bonifatius werden voortgezet toen Karel de Grote commissarissen uit zijn hoofdstad Aken naar de verschillende districten en parochies stuurde om ervoor te zorgen dat zijn decreten correct werden uitgevoerd en dat alle aspecten van zijn bestuur doelgericht functioneerden. Het lijkt er echter op dat er geen echte noodzaak was voor het aanstellen van deze commissarissen, aangezien degenen die Karel de Grote posities met autoriteit had toevertrouwd, hun taken uitvoerden uit persoonlijke loyaliteit aan hem, niet aan de staat.

Nalatenschap

Karel de Grote regeerde zijn rijk 14 jaar lang tot zijn dood door natuurlijke oorzaken in 814. Loyn merkt op hoe zijn "kracht en dynamische persoonlijkheid nodig waren om het rijk te creëren en, zonder hem, desintegrerende elementen snel de overhand kregen" (79). Hij had Lodewijk de Vrome al in 813 tot opvolger gekroond, maar hij kon niets doen om ervoor te zorgen dat zijn erfenis na zijn dood zou blijven bestaan. Cantors commentaar:

De dood van slechts een paar verlichte leiders, of zelfs het plotselinge verlies van één grote persoonlijkheid, kan het hele systeem doen instorten en de weg vrijmaken voor een even snelle terugkeer naar chaos en barbarij. Rondom de verlichte groep leiders in zo'n pre-industriële samenleving staat een massa wilde krijgers en veeboeren die geen enkel begrip hebben van wat de leiders proberen te doen. Als de centrale richting hapert, is er dus onmiddellijk een terugval in barbarij. (172)

Charlemagne and the Carolingian Empire c. 814
Karel de Grote en het Karolingische Rijk omstreeks 814
Simeon Netchev (CC BY-NC-ND)

De eerste problemen voor het rijk waren echter niet te wijten aan een terugval of aan desintegrerende elementen, maar aan Karel de Grote's eigen keuzes met betrekking tot Saksen, decennia eerder. De Saksische oorlogen verwoestten de regio, doodden duizenden mensen en deden weinig anders dan de Scandinavische koningen woedend maken die hun tijd tot de dood van Karel de Grote afwachtten en vervolgens de Viking-invallen op het Frankische rijk ontketenden. Tijdens Lodewijks bewind, tussen 820 en 840, sloegen de Vikingen herhaaldelijk toe in het Frankenrijk. Lodewijk deed zijn best om deze aanvallen af te weren, maar vond het gemakkelijker om de Noren te sussen door middel van landsubsidies en onderhandelingen.

Toen Lodewijk in 840 stierf, werd het rijk verdeeld onder zijn drie zonen die elkaar de suprematie bevochten. Hun conflict werd beëindigd door het Verdrag van Verdun van 843 dat het rijk verdeelde tussen de zonen van Lodewijk I. Lodewijk de Duitser (r. 843-876) kreeg Oost-Francië, Lotharius (r. 843-855) nam Midden-Francië in en Karel de Kale (r. 843-877) zou West-Francië regeren. Geen van deze Frankische koningen was geïnteresseerd in het steunen van de anderen, en de infrastructuur van het rijk verslechterde, evenals de meeste hervormingen die door Karel de Grote waren bevorderd. De invallen van de Vikingen gingen door van 843 tot ca. 911 toen ze uiteindelijk werden beëindigd door Karel de Eenvoudige (r. 893-923) door een verdrag met het Vikinghoofd Rollo (later Rollo van Normandië, r. 911-927).

Hoewel Karel de Grote zelf nooit werd beïnvloed door de absurde Schenking van Constantijn-fraude door de Kerk, stonden zijn nakomelingen niet zo sterk, en de latere Karolingische dynastie zou er dienovereenkomstig onder lijden als de pausen hun veronderstelde politieke autoriteit bevestigden. De afzonderlijke koninkrijken van het rijk van Karel de Grote zouden uiteindelijk de moderne naties van Europa vormen en ondanks al zijn fouten hadden ze dat niet kunnen doen zonder zijn doelgerichte visie en natuurlijke gaven om op zo'n manier te leiden dat anderen hem graag wilden dienen.

Over de vertaler

Theo Poot
1953. Na 45 jaar onderwijs nu gepensioneerd. Ervaring in basis- en voortgezet onderwijs (docent geschiedenis), educatief schrijven en redactie (geschiedenismethodes, digitale projecten), toets- en examenconstructie.

Over de auteur

Joshua J. Mark
Joshua J. Mark, freelanceschrijver en voormalig deeltijdhoogleraar filosofie aan het Marist College in New York, heeft in Griekenland en Duitsland gewoond en door Egypte gereisd. Hij doceerde geschiedenis, schrijven, literatuur en filosofie op universitair niveau.

Dit werk citeren

APA-stijl

Mark, J. J. (2019, maart 25). Karel de Grote [Charlemagne]. (T. Poot, Vertaler). World History Encyclopedia. Ontleend aan https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-16764/karel-de-grote/

Chicago stijl

Mark, Joshua J.. "Karel de Grote." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia. Laatst gewijzigd maart 25, 2019. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-16764/karel-de-grote/.

MLA-stijl

Mark, Joshua J.. "Karel de Grote." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia. World History Encyclopedia, 25 mrt 2019. Web. 22 jul 2024.