Griekse Literatuur in de Oudheid

Vier ons jubileum met een quiz!

Doe op 23 augustus mee aan ons gratis virtuele quizfeest met vragen over oude beschavingen, de geschiedenis van de VS, bijzondere historische feiten, popcultuur en nog veel meer.

$561 / $5000
Donald L. Wasson
door , vertaald door Menno Kok
gepubliceerd op
Translations 6
bookmark_addbookmark_addedArtikel opslaan printAfdrukken picture_as_pdfPDF
Erato (by Mark Cartwright, CC BY-NC-SA)
Erato Mark Cartwright (CC BY-NC-SA)

De Griekse Literatuur was niet alleen van invloed op haar Romeinse buren in het westen, maar ook op talloze generaties op het Europese continent. Griekse schrijvers zijn verantwoordelijk voor de introductie van genres zoals poëzie, tragedie, komedie en westerse filosofie in de wereld. Deze Griekse auteurs waren niet alleen geboren in het inheemse Griekenland, maar ook in Klein-Azië (Ionië), de Egeïsche eilanden, Sicilië en Zuid-Italië.

Thema’s

De Grieken waren gepassioneerde mensen en dit vuur is terug te vinden in hun literatuur. Ze hadden een rijke geschiedenis van zowel oorlog als vrede, wat een onuitwisbare indruk achterliet op de cultuur en mensen. Auteur en historica Edith Hamilton was er van overtuigd dat de levenslust overvloedig voorkwam in de Griekse geschiedenis. In haar The Greek Way schreef ze:

Griekse literatuur is niet geschreven in grijstinten of met een beperkt palet. Het is volledig zwart en stralend wit of zwart en scharlakenrood en goud. De Grieken waren zeer bewust, vreselijk bewust, van de onzekerheid van het leven en de dreiging van de dood. Keer op keer benadrukken ze de korte duur en het falen van al hetgeen mensen ondernemen, het vluchtige voorbijgaan van alles dat mooi en heugelijk is […]. Vreugde en zorgen, opgetogenheid en tragedie gaan hand in hand in de Griekse literatuur, echter doet er zich daarbij geen tegenstrijdigheid voor. (26)

Om de Griekse literatuur volledig te begrijpen en te waarderen moet men het onder te verdelen in de orale heldendichten van de tragedies en komedies alsmede als de geschiedverhalen van de filosofieën. De Griekse filosofie kan tevens ingedeeld worden in duidelijke periodes: Archaïsch, Klassiek en Hellenistisch. De literatuur uit het archaïsche tijdperk is voornamelijk gecentreerd rond mythes; deels geschiedenis en deels folklore. De heldendichten van Homerus, de Ilias en de Odyssee en de Theogonie van Hesiodos zijn significante voorbeelden uit deze periode. Literair Griekenland begint met Homerus. Aangezien het schrift Griekenland nog niet bereikt had, werd veel van wat werd gemaakt in deze periode mondeling gecommuniceerd, om pas jaren later in geschreven vorm omgezet te worden.

In de klassieke periode (vierde en vijfde eeuw v.Chr.) staan de tragedies van schrijvers zoals Sophocles en zijn Oedipus Rex, de Hyppolytus van Euripides en de komedies van Aristophanes centraal. Tot slot verspreidde in de laatste periode, het Hellenistische tijdperk, de Griekse poëzie, proza en cultuur zich over het Middellandse Zeegebied en was van invloed op schrijvers zoals Horatius, Ovidius en Vergilius. Op enkele uitzonderingen na, zijn er helaas slechts fragmenten bewaard gebleven van veel van wat men tijdens de archaïsche en klassieke periode heeft voortgebracht.

De Archaïsche Periode

Gedurende de archaïsche periode werd het werk van dichters in gesproken vorm – als gevolg van een mondelinge traditie – voorgedragen op festivals. Als product van de Donkere Eeuwen van Griekenland richtte de Ilias, het epos van Homerus, zich op de laatste dagen van de Trojaanse Oorlog, een oorlog die begon naar aanleiding van de liefde voor een mooie vrouw, Helena. Het bracht een reeks van helden, zoals Achilles, Hector en Paris, onder de aandacht van generaties Griekse jongeren. Het was een gedicht vol tegenstrijdigheden: goden en stervelingen, goddelijk en menselijk, oorlog en vrede. Alexander de Grote sliep met een kopie van het boek onder zijn kussen en geloofde zelfs dat hij van Achilles afstamde.

Homer
Homerus Mark Cartwright (CC BY-NC-SA)

Homerus tweede werk, de Odyssee, ging over de tienjarige ‘odyssee’ van de Trojaanse oorlogsheld Odysseus en zijn pogingen om thuis te komen. Waar de meeste classici en historici accepteren dat Homerus daadwerkelijk heeft geleefd, zijn er enkelen die voorstellen dat de heldendichten het resultaat zijn van het werk van meer dan één auteur. Of de werken van hem zijn of niet, ze zouden op een dag van grote invloed zijn op de Romeinse auteur Vergilius en zijn Aeneis. Na Homerus kwam de lyrische poëzie – poëzie die gezongen werd – tot bloei.

DE FABELS AESOPOS, JAREN NA ZIJN DOOD OPGESCHREVEN, MAAKTE ONDERDEEL UIT VAN DE EERSTE GEDRUKTE WERKEN IN HET ALLEDAAGSE ENGELS.

Er waren velen anderen die in deze periode “schreven” waaronder Aesopos, Hesiodos en Sappho. De genoemde verhalenverteller Aesopos kan al dan niet de grote fabeldichter uit de oudheid zijn. Professor en classicus D. L. Ashilman schreef in de introductie van het boek Aesop’s Fables: “Aesopos is wellicht geen historisch figuur maar eerder een naam die verwijst naar een groep van verhalenvertellers uit de oudheid”. De conventie stelt dat hij geboren werd als tot slaafgemaakte omstreeks 620 v.Chr. in Klein-Azië. Nadat hij zijn vrijheid verkreeg, reisde hij door Griekenland en verzamelde verhalen, waaronder De Ondeugende Hond, De Leeuw en de Muis en De Aap als Koning. Deze verhalen eindigde vaak (niet altijd met goede afloop) met een moraal zoals eerlijkheid duurt het langst, kijk voordat je springt, de hemel helpt diegenen die zichzelf helpen en een ezel stoot zich over het algemeen niet twee keer aan dezelfde steen. De fabels van Aesopos werden jaren na zijn dood opgeschreven en maken onderdeel uit dan de eerste gedrukte werken in de Engelse volkstaal.

Een andere dichter uit de archaïsche periode was Hesiodos, auteur van de Theogonie, een hymne aan Apollo’s Muzen. Hij wordt de vader van de didactische poëzie genoemd. Evenals Homerus is er weinig bekend over zijn vroegere leven buiten dat hij uit Boeotië kwam in centraal Griekenland. Theogonie vertelt over de origine en genealogieën van de goden, het koninkrijk van Zeus. Hesiodos schreef:

Laat ons met de Heliconische Muzen beginnen met ons verhaal:

zij bezitten de grote en goddelijke berg Helicon en aan haar delicate voeten

Dansen zij rond de donkere bruisende bron

en rond het altaar van de machtige Zeus. (23)

Later in het gedicht zegt hij:

Wees gegroet, dochters van Zeus

Schenk mij de lieflijke zang,

Om het heilige ras der goden te vieren,

Die voor altijd leven, zonen van de sterrenhemel

En Aarde, en de donkere Nacht en zoute zee. (26)

Zijn andere werken zijn onder meer Werken en Dagen, Het Schild van Herakles en Catalogus van Vrouwen.

Tot slot was een van de weinige vrouwelijke dichters uit deze periode Sappho, die men vaak de tiende muze noemde. Ze werd geboren op het Egeïsche eiland Lesbos en haar gedichten waren hymnes aan de goden en waren van invloed op dichters zoals Horatius, Catullus en Ovidius. Van veel van haar poëzie zijn slechts fragmenten overgebleven of wordt geciteerd in het werk van anderen.

De Klassieke Periode

De mondelinge voordracht van poëzie, alsmede de lyrische poëzie veranderde in drama. De bedoeling van drama was niet alleen ter vermaak, maar tevens om de Griekse burger iets bij te brengen door een probleem te onderzoeken. Men voerde toneelstukken in openluchttheaters op en deze maakten meestal onderdeel uit van een religieus festival. Samen met een koor van zangers om uit te leggen wat er gebeurde, waren er acteurs, meestal drie, die maskers droegen. Van de bekende Griekse tragedieschrijvers zijn er slechts drie waarvan er complete werken bewaard zijn gebleven: Aeschylus, Sophocles en Euripides. Opmerkelijk genoeg worden deze gerekend tot de grootste tragedieschrijvers ter wereld. Hamilton schreef:

Er zijn vier grote tragediedichters in de wereld, waarvan er drie Grieks zijn. In tragedie komt de superioriteit van de Grieken het meest duidelijk naar voren. Op Shakespeare na, staan de grote drie, Aeschylus, Sophocles en Euripides, op zichzelf. Tragedie is een typisch Griekse prestatie. Zij waren de eerste die het onderkenden en brachten haar tot ultieme hoogte. (171)

Aeschylus (circa 525 - circa 456 v.Chr.) was de eerste van de drie. Hij werd geboren in Eleusis rond 525/4 v.Chr. en vocht tijdens de Slag bij Marathon tegen de Perzische indringers. Zijn eerste stuk werd opgevoerd in 499 v.Chr. Onder zijn werken die bewaard gebleven zijn bevinden zich onder meer Perzen, De Zeven Tegen Thebe, Smekelingen (een toneelstuk dat Sophocles overtrof tijdens een competitie), Prometheus Geboeid en Oresteia. Waarschijnlijk was zijn meest beroemde werk Agamemnon, onderdeel van de Oresteia trilogie, over de terugkeer van de legerleider in de Trojaanse Oorlog naar zijn vrouw Clytemnestra die hem uiteindelijk zou doden. Nadat ze haar echtgenoot had vermoord, kende ze weinig wroeging en zei:

Deze taak gaat jou niet aan

Hij ging ten onder door mij

en door mij sterft hij, en door mij

zal hij begraven worden, en niemand

in het huis zal huilen. (99)

Veel van de toneelstukken gingen over Griekse mythen en portretteerde het lijden van de mens en de gerechtigdheid van de goden. Zijn werken bevatten als een van de eersten een dialoog tussen de personages.

Sophocles (circa 496 - circa 406 v.Chr.) was de tweede van de grote tragediedichters. Van zijn 120 werken die opgevoerd zijn gedurende competities, wonnen slechts twintig werken en verloor hij veel te vaak van Aeschylus. Slechts drie van zijn zeven overgebleven stukken zijn compleet. Zijn meest beroemde werk, onderdeel van een trilogie, is Oedipus Rex oftewel Oedipus de Koning, een voorstelling geschreven 16 jaar na de eerste van de drie, Antigone, een voorstelling over de dochter van Oedipus. De derde in de serie was Oedipus in Colonus, over de laatste dagen van de blinde koning. In de tragedie Oedipus stond een voorspelling centraal over een man die de koning (zijn vader) zou doden en de koningin (zijn moeder) zou trouwen. Zonder het te weten was deze man Oedipus. Echter is de tragedie in de voorstelling niet dat hij zijn vader doodde en zijn moeder trouwde, maar dat hij erachter kwam; het was de zoektocht van het tragische personage van een nu blinde held.

Bust of Sophocles
Buste van Sophocles Jade Koekoe (CC BY-NC-SA)

De derde grote auteur van de Griekse tragedie was Euripides, uit Athene (circa 484-407 v.Chr.). Helaas waren zijn stukken – die vaak gebaseerd waren op mythes – niet heel succesvol in competities; zijn criticasters waren vaak van mening dat hij door deze verliezen bitter was. Hij was de auteur van 90 werken, waaronder Hyppolytus, Trojaanse Vrouwen en Orestes. Euripides stond erom bekend een tweede akte aan zijn stukken toe te voegen, die over koningen en heersers gingen alsmede over disputen en dilemma’s. Hij stierf kort nadat hij naar Macedonië reisde waar hij een stuk zou schrijven over de kroning van de koning. Zijn stuk Medea spreekt over een bittere vrouw die wraak nam op haar echtgenoot door haar kinderen te doden. In pijn schreeuwt Medea:

Oh grote Themis en vrouwe Artemis, zien jullie mijn lijden, ondanks dat ik mijn vervloekte echtgenoot bond door zwaarwegende geloften? Hoe ik de totale ondergang van hem en zijn bruid wens te zien, van zijn huis en val alles, voor het onrecht dat zij mij durfden aan te doen, ik die hen nooit enig kwaad berokkende.

Een andere toneelschrijver uit deze periode was de Atheense auteur van Griekse komedie, Aristophanes (circa 450? – circa 386 v.Chr.). Als auteur van Oude Komedie, waren zijn stukken satires over publieke personen en affaires alsmede openhartige politieke kritieken. Elf van de toneelstukken van Aristophanes zijn overgebleven samen met 32 titels en fragmenten van andere stukken. Tot zijn werken behoren Hippeis, Lysistrata, Thesmophoriazusae, Kikkers en Wolken, een stuk dat de filosoof Socrates ridiculiseert als corrupte leraar in de retorica. Zijn acteurs droegen vaak groteske maskers en maakte obscene grappen. Veel van zijn stukken bevatten een morele of sociale les, de spot drijvend met het literaire en sociale leven in Athene.

Griekse Filosofen & Historici

Tot degenen die een bijdrage leverden aan de Griekse literatuur behoorden de filosofen, waaronder Plato, Aristoteles, Epictetus en Epicuros. Een van de meest invloedrijke Griekse filosofen was Plato (427-347 v.Chr.). Als student van Socrates waren de vroege werken van Plato een eerbetoon aan het leven en de dood van zijn leraar: Apologie, Crito en Phaedo. Ook schreef hij Symposium, een serie van toespraken tijdens een diner. Maar zijn meest beroemde werk was De Republiek, een boek over de aard en waarde van gerechtigdheid.

Zijn leerling Aristoteles (384-322 v.Chr.) was het op verschillende onderwerpen niet eens met Plato, met name met het idee van empirisme, het idee dat een persoon op zijn of haar zintuigen kon vertrouwen voor informatie. Zijn vele werken omvatten de Ethica Nichomachea (een verhandeling over ethiek en moraliteit), Fysica en Poetica. Hij creëerde het syllogisme en was de leraar van Alexander de Grote.

Aristotle Bust, Palazzo Altemps
Buste van Aristoteles, Palazzo Altemps SquinchPix.com (Copyright)

Een laatste groep die bijdroeg aan de Griekse literatuur zijn de historici: Herodotos, Thucydides en Polybios. Zowel Herodotos (484-425 v.Chr.) als Thucydides (460-400 v.Chr.) schreven omstreeks de tijd van de Peloponesische Oorlogen. Alhoewel weinig bekend is over zijn vroege leven, schreef Herodotos over beide oorlogen tussen Athene en het naburige Sparta alsmede over de Perzische Oorlogen. Tijdens zijn leven stond zijn geboorteplaats Halicarnassus in het westen van Klein-Azië onder Perzisch bewind. Alhoewel hij vaak bekritiseerd wordt wegens feitelijke fouten, baseerde hij zijn verhalen op eerdere werken en documenten. Zijn verhalen geven blijk van een inzicht in de menselijke beleving en in tegenstelling tot eerdere schrijvers oordeelde hij niet. Zijn reizen waren talrijk en hij bezocht zelfs Egypte.

Zijn tijdgenoot Thucydides was de auteur van de, dan wel incomplete, Geschiedenis van de Peloponesische Oorlog. Een deel van zijn geschiedenis schreef hij terwijl het gebeurde en hij keek zowel naar de lange als korte termijn oorzaken van de oorlog. Zijn enorme onafgemaakte werk zou worden gecomplementeerd door Griekse auteurs zoals Xenophon en Cratippos.

De Hellenistische Periode

De Hellenistische periode bracht haar deel aan dichters, prozaschrijvers en historici voort. Onder hen Callimachos, zijn leerling Theocritos, Apollonius Rhodius en de zeer gerespecteerde historicus Plutarchos. Helaas zijn er net als in de voorgaande periodes slechts fragmenten overgebleven of citaten in het werk van anderen.

De dichter Callimachos (310-240 v.Chr.) kwam van oorsprong uit Cyrene, maar verhuisde naar Egypte en verbleef het grootste deel van zijn leven in Alexandria waar hij diende als bibliothecaris onder zowel Ptolemeus II en III. Van zijn 800 boeken, 6 hymnes en 60 epigrammen zijn slechts fragmenten bewaard gebleven. Zijn meest beroemde werk was Aetia (Oorzaken), dat zijn fascinatie voor het grote Griekse verleden onthult en zich richt op vele van de oude mythes alsmede de oude culten en festivals. Zijn werk was zeer van invloed op de gedichten van Catullus en Ovidius’ Metamorphosen.

Aetia by Callimachus
Aetia door Callimachus The Egypt Exploration Society (Public Domain)

Zijn leerling Theocritos (315-250 v.Chr.) kwam oorspronkelijk uit Syracuse en werkte ook in de bibliotheek in Alexandria, bracht een aantal werken voort, waarvan slechts 30 gedichten en 24 epigrammen nog bestaan. Men zag hem als de grondlegger van pastorale dichtkunst. Net als zijn leraar beïnvloedde zijn werk toekomstige Romeinse auteurs zoals Ovidius.

Apollonius Rhodius (geboren circa 295 v.Chr.) kwam, net als de anderen, uit Alexandria en diende zowel als bibliothecaris en leraar. Historici zijn er niet zeker van wat de oorsprong was van de toevoeging ‘Rhodius’ aan zijn naam, sommigen nemen aan dat hij een periode op Rhodos leefde. Zijn grootste werk was de vier boeken van de Argonautica, waarin opnieuw het verhaal van de reizen van Jason om het fabelachtige Gulden Vlies te bemachtigen wordt verteld. Net als Callimachos en Theocritos was zijn werk tevens van invloed op Catullus en Vergilius.

Naast poëzie en proza dient de meest bekende toneelschrijver uit deze periode, de Atheense Menander (342-290 v.Chr.), te worden vermeld. Menander was een filosofie student en een vooraanstaand voorstander van de Nieuwe Komedie, schreef meer dan 100 toneelstukken, waaronder Dyskolos, Perikeiromene en Epitrepontes. Hij was een meester in het creëren van spanning. Zijn stukken zijn later overgenomen en bewerkt door de Romeinse auteurs Plautus en Terentius.

De Hellenistische wereld bracht tevens enkele prominente historici voort. Polybios (200-118 v.Chr.) was een Griek die schreef over de opkomst van Rome. Hij werd bekritiseerd als zijnde te vriendelijk over Rome en hij was een voorstander van de Griekse cultuur in Rome. Van zijn Historiën zijn slechts de eerste vijf boeken overgebleven van de 40 die hij schreef.

Tot slot was Plutarchos (geboren omstreeks 45 v.Chr.) een van de meest beroemde Griekse historici. Van oorsprong kwam hij uit Chaeronea en was hij filosoof, leraar en biograaf. Alhoewel hij tijd doorbracht in Egypte en Rome (waar hij filosofie onderwees), verbleef hij het grootste deel van zijn leven in zijn geboorteplaats. Later in zijn leven diende hij als priester van het orakel van Delphi. Zijn meest beroemde werk, Parallelle Levens, voorzag in biografieën van zowel Romeinse als Griekse staatslieden zoals Alexander, Lycurgos, Themistocles en Perikles. In tegenstelling tot andere geschiedeniswerken, koos hij ervoor om niet een doorlopende geschiedenis te schrijven, maar zich te richten op het karakter van elk individu. Hij schreef tevens over ethische, religieuze, politieke en literaire onderwerpen van alledag.

Nalatenschap

Na de dood van Alexander de Grote en de verspreiding van de Hellenistische cultuur over het Middellandse Zeegebied, had de Romeinse literatuur een duidelijk Griekse teint. Griekse literatuur had zich ontwikkeld van de mondelinge traditie van Homerus en Hesiodos, via de toneelstukken Sophocles en Aristophanes en lag nu op de tafels van Romeinse burgers en auteurs. Deze literatuur omvatte de filosofie van Plato en Aristoteles en de geschiedeniswerken van Herodotos en Thucydides. Eeuwen aan poëzie en proza zijn generatie na generatie doorgegeven en beïnvloedden de Romeinen en talloze anderen door heel Europa. Verwijzend naar het ‘vuur’ van de Griekse dichtkunst, schreef Edith Hamilton, “Men kan alle Griekse gedichten citeren die er zijn, zelfs als het tragedies zijn. Bij allen brandt het levensvuur hevig. Geen enkele Griekse dichter verwarmde niet beide handen aan die vlam” (26). Tegenwoordig bevatten zowel publieke als private bibliotheken het werk van deze oude Grieken. En ontelbare toekomstige generaties zullen in staat zijn deze te lezen en van de schoonheid van de Griekse literatuur te genieten.

Over de vertaler

Over de auteur

Citeer dit werk

APA-stijl

Wasson, D. L. (2026, augustus 20). Griekse Literatuur in de Oudheid. (M. Kok, Vertaler). World History Encyclopedia. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-11684/griekse-literatuur-in-de-oudheid/

Chicago-stijl

Wasson, Donald L.. "Griekse Literatuur in de Oudheid." Vertaald door Menno Kok. World History Encyclopedia, augustus 20, 2026. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-11684/griekse-literatuur-in-de-oudheid/.

MLA-stijl

Wasson, Donald L.. "Griekse Literatuur in de Oudheid." Vertaald door Menno Kok. World History Encyclopedia, 20 aug 2026, https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-11684/griekse-literatuur-in-de-oudheid/.

Advertenties verwijderen