Livius

Donald L. Wasson
door , vertaald door Menno Kok
gepubliceerd op
Translations
Afdrukken PDF
Livy's Roman History, 1664 (by Andy Brill, CC BY-NC-SA)
Livius' Romeise Geschiedenis, 1664 Andy Brill (CC BY-NC-SA)

Zonder de waardevolle bijdragen van historici zouden latere generaties weinig kennis hebben van het verleden – van het goede alsmede het slechte. Herodotus en Thucydides, de vaders van de geschiedschrijving, zouden nooit geschiedenis hebben geschreven. Zonder Plutarchus zou niemand iets weten over de levens en prestaties van vele grote Grieken en Romeinen. De bijdragen van grote beschavingen zouden verloren zijn gegaan – van de Sumeriërs, de Egyptenaren en de Perzen. Hoe zou iemand iets weten over de militaire campagnes van Alexander de Grote zonder Arrianus of Diodoros? En tenslotte, zonder Titus Livius, beter bekend als Livius (59 v.Chr. – 17 n. Chr.) zouden de worstelingen van het Romeinse volk en de vorming van een keizerrijk allang vergeten zijn.

Alhoewel hij het overgrote deel van zijn leven in Rome leefde, waar hij op zijn dertigste aankwam, werd Livius omstreeks 59 v.Chr. geboren in de kleine stad Patuvium, het hedendaagse Padua, dat in noord Italië lag en hij zou in 17 n.Chr. terugkeren naar zijn geboorteplaats, op zestigjarige leeftijd. Alhoewel veel van zijn vroege leven in nevelen gehuld is, was het in deze kleine stad waar hij zijn formele onderwijs genoot ten tijde van de burgeroorlogen van 49 tot 30 v.Chr. Het was tijdens zijn jeugd dat hij voor het eerst historische en filosofische werken schreef. Er is weinig over zijn familie bekend; hij was getrouwd en had op zijn minst een zoon en dochter, die later met een retoricus genaamd Lucius Magus zou trouwen. Ofschoon er enkel speculatie bestaat over waarom hij naar Rome vertrok, was het daar dat hij roem en zelfs bekendheid verwierf door de publicatie van een 142 boeken tellende geschiedenis van Rome, getiteld Ab Urbe Condita oftewel Sinds de stichting van de Stad. Het was een complete geschiedenis van de Romeinse Republiek van de vroegste stichting in de tijd van Aeneas tot het einde van de Republiek en de vroege jaren van het Romeinse keizerrijk en de heerschappij van keizer Augustus – een periode van meer dan zeven eeuwen.

LIVIUS SCHREEF EEN 142 BOEKEN TELLENDE GESCHIEDENIS OVER ROME, GETITELD SINDS DE STICHTING VAN DE STAD.

In tegenstelling tot vele historici uit dit tijdperk, bekleedde Livius nooit een publiek ambt en had geen politieke of militaire ervaring (iets wat anderen, waaronder zijn tijdgenoten, als een gebrek zagen) en in tegenstelling tot vele anderen in zijn beroepsgroep, nam hij de rol aan van een voltijds historicus. Het vele boeken omvattende werk, waarvan slechts een klein gedeelte bewaard is gebleven (boeken 1 tot en met 10 en 21 tot en met 45), zou hem volledig in beslag nemen en toch biedt het bewaard gebleven werk een geweldig inzicht in zowel de groei van de Romeinse Republiek als van wat hij zag als de teloorgang van het Romeinse karakter. Deze boeken (de laatste tweeëntwintig boeken werden pas gepubliceerd na zijn dood) werden geschreven volgens een structuur van jaar-tot-jaar, een pentade, en vertoonde wat een historicus zag als een meer Stoïcijns perspectief, echter een dat de nadruk legde op ethiek, niet het fatalisme van het klassieke Stoïcisme. Ondanks dat hij het persoonlijke inzicht in de geest van een soldaat miste, gaven zijn werken blijk van respect voor het heroïsme dat vertoond werd in Romeinse overwinningen. Livius was er van overtuigd dat de historische omgeving rond Rome haar bevolking vormde. Voor hem zou de geschiedenis niet alleen de lezer moeten informeren, maar deze ook moeten verheffen – wat sommige zagen als morele educatie.

Alhoewel het overgrote deel van zijn werk verloren is gegaan, zijn er korte samenvattingen of periochae van op twee na al zijn boeken bewaard gebleven. Het eerste boek, dat het langste tijdsbestek bestreek (meer dan 200 jaar), begon met de aankomst van de Trojanen in Italië en eindigde met de verdrijving van koning Tarquinius en de Etrusken rond 509 v.Chr. In de inleiding van dit boek legde hij de fundatie voor zijn geschiedenis. Hij schreef op een bijna verontschuldigende wijze:

Of de taak van het schrijven van een complete geschiedenis over het Romeinse volk vanaf het allereerste begin van haar bestaan die ik op mij genomen heb mij zal belonen voor het werk dat ik er aan besteed heb, weet ik noch zeker, noch zou ik het durven te zeggen, als ik het zou weten. Want ik begrijp dat dit een lang gevestigd en veel beoefend gebruik is, dat elke nieuwe schrijver steevast er van overtuigd is dat hij ofwel grote zekerheid krijgt over de inhoud van zijn verhaal, dan wel de ruwheid van de oudheid zal overtreffen door de uitmuntendheid van zijn stijl.

Hij was trots op zijn rol als schrijver van de geschiedenis van wat hij “de annalen van de voornaamste natie in de wereld” noemde. Hij begreep de problemen die er speelden in Rome in de jaren voorafgaand aan de heerschappij van Augustus. Hij zei dat hij zijn ogen moest sluiten:

voor de kwaden waarvan onze generatie getuige is geweest, zolang, tenminste, als ik mijn gedachten wijdt aan het herleiden van die ongerepte verhalen, vrij van alle angsten uit zijn eigen tijd die een historicus kan verstoren zelfs als het hem niet van de waarheid kan afleiden.

De boeken die hierop volgde, tot en met nummer 45, volgen Rome vanaf de invoering van de Twaalf Tafelen en door de Punische en Macedonische Oorlogen. In feite is het meeste wat bekend is over deze oorlogen voornamelijk dankzij het werk van Livius. De openingsparagrafen van het tweede boek spreken over het ten val brengen van de laatste koning en geven hem nog een reden om geschiedenis te schrijven:

Het gaat over een Rome dat van nu af vrij is, waarover ik de geschiedenis schrijf – haar burgerlijk bestuur en het optreden in haar oorlogen, haar jaarlijks verkozen magistraten, de autoriteit van haar wetten oppermachtig over al haar burgers. De tirannie van de laatste koning maakte deze vrijheid des te meer welkom, aangezien de heerschappij van de voormalige koningen zodanig was geweest dat zij, in ieder geval, wellicht niet onverdiend gezien kunnen worden als stichters van delen van de stad…

Helaas bekritiseerden vele van de historici die hem volgden hem ervan geen originele onderzoeker te zijn en noemden hem onzorgvuldig omdat hij vele van zijn feiten niet verifieerde. Ondanks dat hij verschillende van de bronnen gebruikte die beschikbaar waren in zijn tijd, werd hij weggezet aangezien hij slechts een schrijver zou zijn en geen ware academicus. Hij beschikte over een beperkte kennis van geografie (net als vele andere schrijvers) en had moeite met het Grieks maar, wat hem sierde, was hij een meester in drama.

Voor anderen was de voornaamste reden waarom Livius zijn geschiedenis schreef om de evolutie van de Romeinse aard te illustreren – de omstandigheden die de deugden ontwikkeld of gevormd hadden en die zijn mede Romeinen groots maakten; criticasters geloven dat Livius vele van deze intrinsieke waarden overdreef. Alhoewel Livius sceptisch was over de oude Romeinse goden die voortdurend zich bemoeiden in de levens van mensen, erkende hij de waarde van de Romeinse religie en haar traditionele rituelen. Hij zag hoe de verwaarlozing van deze belangrijke institutie leidde tot het uiteindelijke verval van de Romeinse moraliteit. Helaas had Livius niet alleen de taak om de opkomst van deze waardes te bespreken maar tevens hun verval.

Ondanks dat zijn behandeling van keizer Augustus als zeer vriendelijk werd beschouwd, bestaat er nog steeds controverse omtrent de band van Livius met hem. Waar de meeste ermee instemmen dat ze vrienden geweest kunnen zijn, kan dit enkel speculatief zijn aangezien de boeken aangaande de heerschappij van de keizer verloren zijn gegaan. Uit andere bronnen is bekend dat Augustus Livius Pompeïsch noemde wegens zijn bewondering van de oude Republiek – Livius vond de Romeinse senator Cicero de beste vertegenwoordiger van de republikeinse principes. Livius’ onafhankelijke aard voorkwam echter dat hij ooit als historicus van het hof werd aangemerkt. Waar hij bij Augustus in goed daglicht stond, had Caligula een hekel aan hem en vond zijn manier van schrijven slordig, echter had Livius vermoedelijk een enorme invloed op de toekomstige keizer Claudius en stelde hem in staat zijn eigen geschiedenissen te schrijven.

In de loop van de tijd hebben historici die Livius volgden hem bekritiseerd om diverse redenen. Men kan enkel speculeren wat de missende boeken zouden toevoegen aan onze historische kennis. Voor sommige is zijn geschiedenis verwarrend, aangezien het een Rome laat zien dat constant oorlog voerde – met Carthago en Macedonië bijvoorbeeld – en dat voortdurend leed onder onderlinge onenigheid. Zoals een historicus stelde, was volgens Livius Rome ontstaan uit goddelijke gunst verkregen door vroomheid en moraliteit, maar toen deze verloren ging, kon dit enkel tot rampspoed leiden.

Bibliografie

World History Encyclopedia is een Amazon-partner en ontvangt een commissie op in aanmerking komende boekenaankopen.

Over de vertaler

Menno Kok
Na mijn rechtenstudie ben ik de afgelopen jaren werkzaam geweest als salarisadministrateur in de uitzendbranche. Zolang ik mij kan herinneren heb ik een grote interesse gehad voor geschiedenis en dan met name de klassieke oudheid.

Over de auteur

Donald L. Wasson
Donald onderwees klassieke, middeleeuwse en de geschiedenis van de Verenigde Staten aan Lincoln College (Normal, Illinois) en is en zal altijd een student geschiedenis blijven, vanaf het moment dat hij in aanraking kwam met Alexander de Grote. Hij draagt graag kennis over aan zijn studenten.

Citeer dit werk

APA-stijl

Wasson, D. L. (2026, april 02). Livius. (M. Kok, Vertaler). World History Encyclopedia. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-552/livius/

Chicago-stijl

Wasson, Donald L.. "Livius." Vertaald door Menno Kok. World History Encyclopedia, april 02, 2026. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-552/livius/.

MLA-stijl

Wasson, Donald L.. "Livius." Vertaald door Menno Kok. World History Encyclopedia, 02 apr 2026, https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-552/livius/.

Advertenties verwijderen