Ninhursag

De eerste Moeder Aarde
Joshua J. Mark
door , vertaald door Theo Poot
gepubliceerd op
Translations 6
bookmark_addbookmark_addedArtikel opslaan printAfdrukken picture_as_pdfPDF
Libation Offered to a Vegetation Goddess (by Claude Valette, CC BY-ND)
Plengoffer aan een vegetatiegodin Claude Valette (CC BY-ND)

Ninhursag (ook wel Ninhursaga) is de Sumerische moedergodin en een van de oudste en belangrijkste godinnen in het Mesopotamische pantheon. Ze staat bekend als Moeder van de Goden en Moeder van de Mensen, vanwege haar rol bij de schepping van zowel goddelijke als sterfelijke wezens. Zij nam de plaats in van de eerdere moedergodin Nammu (ook bekend als Namma), wier verering al wordt vermeld tijdens de Derde Dynastie van de Vroeg-Dynastieke periode in Mesopotamië (2600-2350 v.Chr.). Ninhursag had in verschillende mythen vele verschillende namen, afhankelijk van haar specifieke rol of van het thema van het verhaal.

Namen van de godin

Oorspronkelijk stond zij in Sumerië bekend als Damkina en Damgalnuna, een zorgzame moedergodin die in verband werd gebracht met vruchtbaarheid in de stad Malgum. Haar echtgenoot/metgezel was Sul-pa-e, een minder belangrijke god die geassocieerd werd met de onderwereld. Met hem had zij drie kinderen: Asgi, Lisin en Lil. Zij wordt echter veel vaker afgebeeld als de echtgenote en metgezel van Enki, de god van de wijsheid en vele andere eigenschappen.

„Ninhursag" betekent „Vrouwe van de Berg"; deze naam komt uit het gedicht Lugale, waarin Ninurta, de god van de oorlog en de jacht, de demon Asag en zijn stenen leger verslaat en hun lijken opstapelt tot een berg. Ninurta schrijft de glorie van zijn overwinning toe aan zijn moeder, Ninmah („Prachtige Koningin"), en hernoemt haar tot Ninhursag.

Ninhursag behoort tot de meest waarschijnlijke kandidaten voor de oorspronkelijke 'Moeder Aarde'-figuur.

Ze staat ook bekend als Nintud/Nintur („Koningin van de Geboortehut") en, bij de Akkadiërs, als Belet-ili („Koningin van de Goden"). Haar andere namen zijn onder meer Makh, Ninmakh, Mamma, Mama en Aruru. In de iconografie wordt zij afgebeeld met een teken dat lijkt op het Griekse symbool omega, vaak vergezeld van een mes; men denkt dat dit de baarmoeder voorstelt en het mes dat wordt gebruikt om de navelstreng door te snijden, waarmee Ninhursags rol als moedergodin wordt gesymboliseerd.

Ze verschijnt voor het eerst in geschreven bronnen tijdens de Vroeg-Dynastieke I-periode (circa 2900-2750/2700 v.Chr.), maar fysiek bewijs suggereert dat de verering van de moedergodin teruggaat tot ten minste 4500 v.Chr., tijdens de Ubaid-periode (circa 6500-4000 v.Chr.), nog voordat de Sumeriërs naar de regio Zuid-Mesopotamië waren gekomen. Ninhursag behoort tot de meest waarschijnlijke kandidaten voor de oorspronkelijke „Moeder Aarde"-figuur, voortkomend uit Nammu, aangezien zij wordt geassocieerd met vruchtbaarheid, groei, transformatie, schepping, zwangerschap, bevalling en opvoeding.

Een andere vroege naam van haar, Ki of Kishar, duidt haar aan als 'Moeder Aarde'. Ze werd vaak aangeroepen door moeders, omdat men geloofde dat zij het kind in de baarmoeder vormde en verzorgde en na de geboorte voor voedsel zorgde. Ninhursag is een van de vier scheppingsgoden in het Sumerische geloof (samen met Anu, Enlil en Enki) en wordt vaak genoemd in de belangrijkste Mesopotamische mythen.

Enki en Ninhursag

De Sumerische mythe over Enki en Ninhursag vertelt het verhaal van het begin van de wereld in de paradijselijke tuin die bekendstaat als Dilmun. Ninhursag, afgebeeld als een jonge en levendige godin, heeft zich voor de winter teruggetrokken om uit te rusten na haar aandeel in de schepping. Enki, god van wijsheid, magie en zoet water, vindt haar daar en wordt zwaar verliefd op haar. Ze brengen vele nachten samen door, en Ninhursag raakt zwanger van een dochter die ze Ninsar („Vrouwe van de Vegetatie") noemen. Ninhursag zegent het kind met overvloedige groei, en het groeit in negen dagen uit tot een vrouw. Wanneer de lente aanbreekt, moet Ninhursag terugkeren naar haar taken om het leven op aarde te verzorgen en verlaat ze Dilmun, maar Enki en Ninsar blijven achter.

Enki mist Ninhursag vreselijk en op een dag ziet hij Ninsar langs de moerassen lopen en denkt hij dat zij de reïncarnatie van Ninhursag is. Hij verleidt haar en zij raakt zwanger van een dochter, Ninkurra (godin van de bergweiden). Ook Ninkurra groeit in negen dagen uit tot een jonge vrouw, en Enki denkt opnieuw dat hij zijn geliefde Ninhursag in het meisje ziet. Hij verlaat Ninsar voor Ninkurra, die hij verleidt, en zij baart een dochter genaamd Uttu („De Weefster van Patronen en Levensverlangens"). Uttu en Enki zijn een tijdje gelukkig samen, maar net als bij Ninsar en Ninkurra is Enki's verliefdheid voorbij zodra hij beseft dat zij niet Ninhursag is, en hij verlaat haar om terug te keren naar zijn werk op aarde. Uttu is radeloos en roept Ninhursag om hulp, waarbij ze uitlegt wat er is gebeurd. Ninhursag zegt tegen Uttu dat ze Enki's zaad uit haar lichaam moet vegen en het in de aarde van Dilmun moet begraven. Uttu doet wat haar is opgedragen, en negen dagen later groeien er acht nieuwe planten uit de aarde. Op dat moment keert Enki terug, samen met zijn vizier Isimud.

Babylonian Statue of Enki
Babylonisch beeld van Enki Osama Shukir Muhammed Amin (Copyright)

Enki loopt langs de planten, blijft staan om te vragen van welke soort ze zijn, en Isimud plukt een van de eerste en geeft die aan Enki, die hem opeet. Hij komt erachter dat dit een boomplant is en vindt hem zo heerlijk dat Isimud de andere zeven plukt, die Enki ook snel opeet. Ninhursag keert terug en is woedend dat Enki alle planten heeft opgegeten. Ze richt het oog des doods op hem, vervloekt hem en vertrekt uit het paradijs en uit de wereld.

Enki wordt ziek en ligt op sterven, en alle andere goden rouwen, maar niemand kan hem genezen behalve Ninhursag, en zij is nergens te vinden. Er verschijnt een vos, een van Ninhursags dieren, die weet waar zij is en haar gaat halen. Ninhursag snelt naar Enki toe, trekt hem naar zich toe en legt zijn hoofd tegen haar vulva. Ze kust hem en vraagt hem waar zijn pijn zit, en telkens als hij het haar vertelt, zuigt ze de pijn in haar lichaam op en baart ze een nieuwe godheid. Op deze manier worden acht van de goden geboren die de mensheid het meest gunstig gezind zijn:

  • Abu – god van de planten en de groei
  • Nintulla – Heer van Magan, heerser over koper en edelmetaal
  • Ninsitu – godin van de genezing en gemalin van Ninazu
  • Ninkasi – godin van het bier
  • Nanshe – godin van sociale rechtvaardigheid en waarzeggerij
  • Azimua – godin van de genezing en echtgenote van Ningishida van de onderwereld
  • Emshag – Heer van Dilmun en vruchtbaarheid
  • Ninti – "de Vrouwe van de rib" – die leven schenkt

Enki wordt genezen en toont berouw over zijn onvoorzichtigheid bij het eten van de planten en zijn onbezonnenheid bij het verleiden van de meisjes. Ninhursag vergeeft hem, en de twee keren terug naar het scheppingswerk.

De mythe stelt Ninhursag voor als almachtig, in die zin dat zij in staat is de dood toe te brengen aan een van de machtigste goden en tevens de enige is die hem kan genezen. Enki en Ninhursag worden echter ook aangehaald als de basis voor het bijbelse scheppingsverhaal in Genesis. Wetenschapper Samuel Noah Kramer schrijft:

Misschien wel het interessantste resultaat van onze vergelijkende analyse van het Sumerische gedicht is de verklaring die het biedt voor een van de meest raadselachtige motieven in het bijbelse paradijsverhaal, de beroemde passage waarin de schepping van Eva, „de moeder van alle levenden", uit de rib van Adam wordt beschreven – want waarom juist een rib?

Waarom vond de Hebreeuwse verteller het passender om een rib te kiezen in plaats van een ander orgaan van het lichaam voor het scheppen van de vrouw wier naam, Eva, volgens de bijbelse opvatting ongeveer „zij die leven schenkt" betekent?

De reden wordt heel duidelijk als we aannemen dat er een Sumerische literaire achtergrond, zoals die welke door ons Dilmun-gedicht wordt vertegenwoordigd, ten grondslag ligt aan het bijbelse paradijsverhaal; want in ons Sumerische gedicht is de rib een van de zieke organen van Enki.

Het Sumerische woord voor 'rib' is ti (uitgesproken als 'tee'); de godin die geschapen werd om Enki's rib te genezen, werd daarom in het Sumerisch Nin-ti genoemd, 'de Vrouwe van de rib'. Maar het Sumerische woord ti betekent naast 'de Vrouwe van de rib' ook 'tot leven brengen'.

In de Sumerische literatuur werd 'de Vrouwe van de rib' daarom geïdentificeerd met 'de Vrouwe die tot leven brengt' door wat men een woordspeling zou kunnen noemen. Het was deze, een van de oudste literaire woordspelingen, die werd overgenomen en in stand gehouden in het bijbelse paradijsverhaal, hoewel de woordspeling daar natuurlijk haar geldigheid verliest, aangezien de Hebreeuwse woorden voor 'rib' en 'die tot leven brengt' niets met elkaar gemeen hebben.

(149)

Afgezien van de invloed op het latere bijbelse verhaal, maakt de mythe de macht van de moedergodin in het Sumerische geloof duidelijk. Geen van de mannelijke goden die aan de schepping hebben deelgenomen – zelfs niet de machtigste zoals Anu of Enlil – kan iets doen om Enki te genezen; alleen de moedergodin kan de ziekte wegnemen en de dood in leven veranderen. In alle mythen over haar wordt Ninhursag geassocieerd met leven en macht, maar Enki wordt haar rivaal en weet haar uiteindelijk te overheersen.

Enki & Ninmah

In de mythe van Enki en Ninmah begint Ninhursag op gelijke voet met de god, maar tegen het einde verliest ze haar status. Het is bekend dat vrouwelijke godheden in Mesopotamië tijdens het bewind van Hammurabi van Babylon (1792-1750 v.Chr.) door mannelijke goden werden overschaduwd. Als met zekerheid zou kunnen worden vastgesteld dat Enki en Ninmah uit deze tijd dateert, dan zou de mythe corresponderen met de algemene achteruitgang in aanzien en gelijkwaardigheid die godinnen (en vrouwen) destijds ondergingen. Er is echter geen stevige datering voor het werk vastgesteld. Zoals wetenschapper Jeremy Black opmerkt:

Het ontbreken van meer dan een vrij algemeen historisch kader voor Sumerische composities betekent dat elke chronologische benadering van literaire vraagstukken, zoals de ontwikkeling van genres of de correlatie met historische processen of gebeurtenissen, grotendeels moet worden losgelaten.

(Reading Sumerian Poetry, 23)

Het is echter mogelijk dat het verhaal uit een latere periode in de Mesopotamische geschiedenis stamt, en gezien het verlies aan status van de godin in de mythe is een latere datering het meest waarschijnlijk. Hoewel men in de verleiding zou kunnen komen om dit verhaal vóór Enki en Ninhursag te situeren, omdat zij in dit verhaal onder haar vroegere naam bekendstaat, zijn dergelijke beweringen onhoudbaar. De namen van de godin veranderden van verhaal tot verhaal en bieden geen houvast bij het dateren van een bepaalde tekst, behalve misschien in die teksten waarin Ninhursag wordt geïdentificeerd als de vroegere Damgalnuna.

Het verhaal begint met de jongere goden die vermoeid zijn van al hun eindeloze zwoegwerk. Ze worden gedwongen kanalen te graven, velden te oogsten en allerlei ondergeschikte werkzaamheden te verrichten, waardoor ze geen tijd hebben voor grotere taken of enige vorm van vrije tijd. Ze roepen Enki aan om iets te doen om hen te helpen, maar Enki, afgebeeld als een oppergod, rust uit na de inspanning van de schepping en wil niet wakker worden.

Enki's moeder, Nammu, hoort hun kreten en brengt hun tranen naar Enki, waardoor hij ontwaakt. Enki ergert zich aan het verzoek, maar stemt in met de wens van zijn moeder om wezens te scheppen die de last van de goden zullen verlichten. Hij vraagt haar om samen te werken met Ninmah en andere vruchtbaarheidsgodinnen om mensen te scheppen en hen leven te geven.

Imdugud Copper Frieze from the Ninhursag Temple
Imdugud. Koperen fries van de tempel van Ninhursag Osama Shukir Muhammed Amin (Copyright)

Zodra de mensen zijn geschapen, houdt Enki ter ere daarvan een groot banket. Alle oudere goden prijzen zijn wijsheid, en de jongere goden worden van hun taken ontheven. Enki en Ninmah zitten samen bier te drinken en raken uiteindelijk behoorlijk dronken. Ninmah daagt Enki uit tot een soort wedstrijd, waarbij ze zegt dat de lichamen van de mensen – Enki's ontwerp – weliswaar goed of slecht kunnen zijn, maar dat hun lot geheel afhankelijk is van haar wil. Enki neemt haar uitdaging aan en zegt: „Welk lot je ook bepaalt, goed of slecht, ik zal het verbeteren."

Ninmah schept een man met zwakke handen, en Enki verbetert zijn leven door hem tot dienaar van een koning te maken, omdat hij dan niet in staat zou zijn om te stelen. Vervolgens schept zij een man en maakt hem blind, maar Enki verbetert zijn leven door hem de gave van de muziek te schenken en hem tot minstreel van de koning te maken. Ditzelfde patroon zet zich voort, waarbij Ninmah Enki steeds grotere uitdagingen stelt, die hij telkens aangaat. Uiteindelijk schept zij een wezen zonder penis of vagina, maar Enki vindt een plaats voor dit wezen als eunuch van de koning, die over hem zal waken.

In elke mythe, elk gedicht of elk verhaal waarin Ninhursag voorkomt, wordt zij in verband gebracht met het leven, zorgzaamheid, schepping en de rol van de moedergodin.

Ninmah is gefrustreerd en gooit haar volgende klomp klei op de grond, maar Enki raapt deze op en zet het spel voort. Hij vertelt haar dat hij nu een wezen zal vormen, en dat zij het lot ervan moet verbeteren, net zoals hij dat heeft gedaan. Hij schept een man die op elk deel van zijn lichaam gebreken vertoont en geeft hem aan Ninmah. Zij probeert hem te voeden, maar hij kan niet eten, noch staan, lopen, spreken of op enigerlei wijze functioneren. Zij zegt tegen Enki: „De man die je hebt geschapen is noch levend, noch dood. Hij kan niet voor zichzelf zorgen."

Enki maakt bezwaar en wijst erop dat zij hem een aantal uitdagende wezens heeft voorgelegd en dat hij ze allemaal heeft weten te verbeteren. Ninmahs antwoord hierop is verloren gegaan omdat de tablet op dit punt gebroken is, maar wanneer het verhaal verdergaat, is Enki duidelijk de winnaar van de uitdaging, en het werk eindigt met de regels: „Ninmah kon geen gelijke bieden aan de grote heer Enki. Vader Enki, uw lof is zoet!"

Hoewel de godin in deze mythe aan aanzien inboet, werd zij nog steeds beschouwd als een machtige godheid tot wie men zich in tijden van nood kon wenden en op wie men kon vertrouwen voor bescherming en leiding. In elke mythe, elk gedicht of elk verhaal waarin Ninhursag voorkomt, wordt zij in verband gebracht met het leven, zorgzaamheid, de schepping en de rol van de moedergodin.

Ninhursag, de Grote Moeder

Ninhursag komt ook voor in de Atrahasis, waar zij mensen vormt uit klei vermengd met het vlees, het bloed en de intelligentie van een van de goden die zichzelf opoffert ten behoeve van de velen. In de Atrahasis wordt ook Enki genoemd als de schepper van de mensen, die hen bedenkt als middel om de goden te ontlasten van de last van het werk. In deze mythe, wanneer Enlil de Grote Zondvloed over de wereld laat losbarsten en de mensheid wordt vernietigd, rouwen alle goden, maar Ninhursag wordt specifiek genoemd als zijnde degene die huilt om de dood van haar kinderen.

In sommige mythen, die vermoedelijk uit een vroegere periode stammen, is zij de gemalin van Anu en medeschepper van de wereld. In weer andere wordt zij geïdentificeerd met Kishar (ook bekend als Ki), moeder aarde. Kramer merkt op dat Ninhursag als laatste van de vier scheppende goden wordt genoemd, maar:

In vroegere tijden had deze godin waarschijnlijk een nog hogere rang en werd haar naam vaak vóór die van Enki vermeld wanneer de vier goden samen werden opgesomd.

(122)

Ze bleef echter deel uitmaken van de lijst van de Zeven Goddelijke Krachten, de oudste Sumerische goden: Anu, Enki, Enlil, Inanna, Nanna, Ninhursag en Utu-Shamash. Elk van deze goden had zijn eigen specifieke gaven voor de mensen, maar Ninhursag, als de Grote Moeder, stond aan het hoofd van de hele mensheid, zowel gewone mensen als koningen. Ze werd in de eerste plaats gezien als de beschermster van vrouwen en kinderen, die de leiding had over de bevruchting, de zwangerschap en de geboorte, maar bekleedde ook een zeer eervolle positie onder de goden.

The Atrahasis III Tablet
Kleitablet van Atrahasis III The Trustees of the British Museum (Copyright)

Wetenschapper E. A. Wallis Budge merkt op dat zij „de goden schiep en koningen zoogde, en dat terracottafiguren haar afbeelden terwijl zij een kind aan haar linkerborst zoogt" (84). In het oude Mesopotamië werd, net als elders, de linkerkant als vrouwelijk en „donker" beschouwd, terwijl de rechterkant mannelijk en „licht" was (een concept dat iedereen die tegenwoordig bekend is met reiki, zal aanspreken). Beelden die de godin voorstellen, leggen altijd op de een of andere manier de nadruk op de linkerkant. In het voorbeeld dat Wallis Budge geeft, is dat een kind aan de linkerborst, maar de symboliek zou ook een onbedekte linkerborst, een opgeheven linkerarm of een ander detail kunnen zijn.

Ninhursag werd vereerd in de stad Adab en werd ook in verband gebracht met Kesh (zoals een van haar namen, Belet-ili van Kesh, bevestigt), niet met Kish, zoals vaak ten onrechte wordt vermeld. Zij werd bovendien gedurende duizenden jaren geëerd met tempels in Ashur, Ur, Uruk, Eridu, Mari, Lagash en vele andere steden in heel Mesopotamië. Kramer merkt op:

De vroege Sumerische heersers beschreven zichzelf graag als 'voortdurend door Ninhursag met melk gevoed'. Zij werd beschouwd als de moeder van alle levende wezens, de moedergodin bij uitstek.

(122)

Het volk aanbad de godin net zoals elke andere Mesopotamische godheid, door middel van persoonlijke rituelen en offers of giften aan de tempel. Er waren geen tempeldiensten waarbij gelovigen samenkwamen voor wekelijkse erediensten, maar de vele festivals die het hele jaar door werden gehouden, boden gelegenheden om iemands toewijding in het openbaar te betuigen.

Mosaic Column from the Temple of Ninhursag
Mozaïekzuil uit de tempel van Ninhursag Osama Shukir Muhammed Amin (Copyright)

Conclusie

Zoals opgemerkt, verloren vrouwelijke godheden in het tweede millennium v.Chr. aan status toen de mannelijke goden van de Amorieten van Babylon onder Hammurabi de overhand kregen. Na de heerschappij van Hammurabi, vanaf circa 1750 v.Chr., zouden mannelijke goden het pantheon van Mesopotamië domineren, en zelfs nadat de Amorieten waren verslagen, bleef ditzelfde patroon bestaan. De immens populaire godin Inanna/Ishtar zou ondergeschikt worden aan mannelijke goden zoals de Assyrische Assur, en de machtige godin Ereshkigal, die over de onderwereld heerste, zou een mannelijke gemalin (Nergal) krijgen om samen met haar te regeren.

Na verloop van tijd zou de linkerkant, die met het godinnenconcept werd geassocieerd, in verband worden gebracht met duisternis en het kwaad, zoals blijkt uit het woord 'sinister', dat oorspronkelijk Latijn was voor 'links' maar de betekenis kreeg van 'bedreigend', 'kwaadaardig' en soortgelijke begrippen, lang voordat het woord met dergelijke connotaties in het Laatmiddeleeuwse Engels (circa 1375-1425) verscheen. De gewoonte om een trouwring aan de linkerhand te dragen vond zijn oorsprong in Rome om kwade krachten die met de linkerkant werden geassocieerd af te weren.

Het is geen toeval dat in de Hebreeuwse legende van Lilith de opstandige eerste vrouw van Adam uit zijn linkerzijde tevoorschijn komt om later met haar demonen uit het paradijs weg te vliegen; de godinnenfiguur en haar symbolen moesten worden omgekeerd en beladen met negatieve associaties, opdat de mannelijke goden de overhand konden krijgen.

Ninhursag onderging dezelfde neergang als de andere godinnen, en tegen de tijd van de val van het Assyrische Rijk in 612 v.Chr. werd zij niet langer aanbeden. Haar invloed wordt echter als aanzienlijk beschouwd in de ontwikkeling van latere godinnen, aangezien zij in verband is gebracht met Hathor en Isis uit Egypte, Gaia uit Griekenland en Cybele uit Anatolië, de latere Magna Mater van Rome, die zou bijdragen aan de ontwikkeling van de figuur van de Maagd Maria.

Vragen en antwoorden

Wie is Ninhursag?

Ninhursag is de Sumerische moedergodin die bekendstond als Moeder van de Goden en Moeder van de Mensen. Ze wordt in verband gebracht met vruchtbaarheid, zorg, de bevalling, de schepping en de bescherming van vrouwen en kinderen. Men neemt aan dat zij de inspiratiebron is voor de figuur van Moeder Aarde.

Wanneer komt Ninhursag voor het eerst voor in geschreven bronnen?

Ninhursag duikt voor het eerst op in Mesopotamische geschriften uit de Vroeg-Dynastieke periode I (circa 2900-2750/2700 v.Chr.).

Hoe oud is Ninhursag?

Er zijn aanwijzingen dat Ninhursag, ook onder andere namen, al in de Obeid-periode (circa 6500-4000 v.Chr.) werd aanbeden, waardoor zij een van de oudste godheden is.

Met welke andere moedergodinnen wordt Ninhursag in verband gebracht?

Ninhursag wordt onder andere in verband gebracht met Cybele uit Anatolië, Isis uit Egypte, Gaia uit Griekenland, de Grote Moeder uit Rome en de Maagd Maria uit het christendom.

Over de vertaler

Over de auteur

Citeer dit werk

APA-stijl

Mark, J. J. (2026, september 16). Ninhursag: De eerste Moeder Aarde. (T. Poot, Vertaler). World History Encyclopedia. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-15604/ninhursag/

Chicago-stijl

Mark, Joshua J.. "Ninhursag: De eerste Moeder Aarde." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia, september 16, 2026. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-15604/ninhursag/.

MLA-stijl

Mark, Joshua J.. "Ninhursag: De eerste Moeder Aarde." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia, 16 sep 2026, https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-15604/ninhursag/.

Advertenties verwijderen