De moderne geneeskunde heeft haar oorsprong in de klassieke wereld. De oudste beschavingen gebruikten magie en kruiden om ziektes te genezen, echter werd ook religie gebruikt om hen voor schade te behoeden en hun gezondheid te beschermen. De medische zorg van vandaag heeft haar wortels in het oude Griekenland. Met de introductie van Asklepios en Hygieia in Athene, ontstond een zeer belangrijk helende cultus die bestond vanaf ongeveer 500 v.Chr. tot 500 n.Chr. Hygieia speelt een zeer ongebruikelijke rol in de Griekse religie door haar onduidelijke identiteit. Ze werd gelinkt aan Asklepios in de vijfde eeuw v.Chr. en samen werden ze het meest beroemde genezende paar in de Griekse en Romeinse wereld. Een van de belangrijkste problemen is de identiteit van Hygieia. Ze was onder verschillende namen bekend die voortdurend door elkaar werden gebruikt in de moderne literatuur vanaf de late 19de eeuw n.Chr. Termen als godin, personificatie, abstractie en verlengstuk van Asklepios zijn slechts een aantal van de labels die aan haar gegeven zijn. Het is een interessante vraag waarom zowel moderne wetenschappers als historici verschillende aanduidingen gebruikten voor Hygieia, terwijl oude bronnen letterlijk aangeven dat zij een godin is. Een voorbeeld hiervan is de eerste Eed van Hippokrates, die stelt: Ik zweer bij Apollo, de genezer, Asklepios, Hygieia en Panakeia, met alle goden en alle godinnen als getuige, om mij, naar mijn kunnen en mijn oordeel, te houden aan de volgende eed en overeenkomst (Eed van Hippocrates).
De conclusie is derhalve dat we de definities van personificatie dienen te bespreken. Wat is personificatie? Houdt het de antropomorfische representatie van levenloze zaken in? Welke fases van personificatie kunnen worden vastgesteld? Volgens Stafford is gezondheid een van de psychologische hoedanigheden die wordt gepersonifieerd in de klassieke wereld, wellicht het meest parallel aan slaap (Hypnos/Somnus), dat sterke associaties had met de genezende culten en die zelfs slapend aan de voeten van Hygieia kon worden weergeven. Welke relatie bestaat er verder nog tussen Griekse concepten zoals prosōpopoiia en ēthopoiia en valt het samen met het Latijnse personificare?
Ten tweede moeten we ons afvragen wat goden zijn. Zijn de Griekse goden onsterfelijk en leven ze op de Olympus? Drinken ze nectar en eten ze ambrosia, terwijl ze onzichtbaar doch nog steeds alomtegenwoordig mensen bespelen? Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen Olympische goden en Griekse goden, omdat mythologie fundamenteel iets anders is dan religie.
Ten derde is er de discussie over mythologie. Alhoewel er niet veel mythologie over haar bestaat, staat ze in verband met verschillende goden zoals Apollo, Athena en Asklepios en tevens met de Egyptische godin Isis Medica die dezelfde eigenschappen heeft als Asklepios en Hygieia. Er bestaat ook een verband met de Romeinse Bona Dea. Haar hoedanigheid maakt het mogelijk om haar te identificeren met Hygieia. Verdere identificatie is mogelijk op grond van het feit dat Bona Dea werd aanbeden als Bonae Dea Hygiae en er een connectie met Minerva bestaat, de Romeinse evenknie van Athena. Minerva werd ook vereerd als een genezende godin, Minerva Medica genoemd. Over de aard van Athena, Apollo, Isis en Bona Dea bestaat geen twijfel. Deze figuren worden vereerd als goden. Asklepios zelf is een moeilijk geval. Hij startte als sterveling, werd vervolgens demi-god, dan weer een lagere godheid, om uiteindelijk de meest belangrijke medische god uit de Griekse wereld te worden. Als we kijken naar vergelijkbare mythologie, maakt dit Hygieia belangrijker?
Tot slot bespreken we de historische context. Hygieia had in de zevende en zesde eeuw v.Chr. al haar eigen cult, hetgeen door het Orakel van Delphi is bevestigd; hierna ontwikkelde het zich tot een meer dan lokale cultus in Griekenland en Rome, waar het geïncorporeerd werd met de religieuze tradities van Asklepios, god van de geneeskunde. Toen in 429 en 427 v.Chr. de pest uitbrak in Athene, duurde het niet lang voordat Hygieia en Asklepios naar Athene gehaald werden. Het jaar van hun introductie was 420 v.Chr.
Stafford stelt dat in het jaar 420 v.Chr. Hygieia voor het eerst verschijnt als autonome godin, als ze samen met Asklepios aankomt in Athene. Voor deze gebeurtenis speelde haar geschiedenis zich af op twee locaties, namelijk in Athene en op de Peloponnesos. Deze plaatsen komen weer samen in het zogenoemde Telemachos Monument uit de vierde eeuw v.Chr., dat een gedetailleerde beschrijving geeft van de oorsprong van de cultus van Asklepios. Het monument bestaat uit een staande Asklepios met een vrouwelijk figuur aan zijn rechterzijde (Hygieia) en een hond aan haar voeten. Aan zijn linkerzijde bevindt zich een kleiner figuur dat zijn handen opheft alsof hij in gebed is. Dit is waarschijnlijk Telemachos. Jayne vertelt dat ondanks dat Hygieia en Asklepios vanuit Epidauros naar Athene kwamen, Hygieia haar eigen ontwikkeling kende, apart van Asklepios met wie ze in de vijfde eeuw v.Chr. in Athene arriveert.
Volgens Parker is de vijfde eeuw v.Chr. een eeuw van religieuze vernieuwing. Deze eeuw wordt gekenmerkt door de introductie van nieuwe culten, omdat er ‘nieuwe goden’ naar Athene kwamen. Drie veranderingen kunnen worden geconstateerd in de vijfde eeuw v.Chr.: als eerste het belang van kleine culten, ten tweede de toevoegingen van nieuwe epitheta aan oude goden en ten derde de introductie van ‘buitenlandse goden’. Een voorbeeld van de toename van kleinere culten is de cult van Athena Nike, wiens altaar de Akropolis opluisterde sinds het midden van de zesde eeuw v.Chr. Deze cult komt echter pas tot bloei rond 450 v.Chr. bij de viering van de overwinning van de Delisch-Attische Zeebond in Perzië. Andere voorbeelden van religieuze vernieuwing is de constructie van nieuwe tempels voor Poseidon in Sounion en Nemesis Rhamnous tussen circa 450 en 430 v.Chr.
De tweede innovatie wordt gekenmerkt door de toevoeging van nieuwe epitheta aan bestaande goden, aangezien de Atheners het redelijk gebruikelijk vonden om goden te verenigen met abstracties. Voorbeelden zijn goden zoals Artemis Aristoboule, Artemis Eukleia en Zeus Eleutherios. Tot slot werden er ‘buitenlandse goden’ geïntroduceerd die de Grieken xenikoi theoi noemden. Deze term kan niet simpelweg vertaald worden als ‘buitenlandse goden’, samen met de moderne uitleg van de term ‘buitenlands’, omdat voor de Athener een man uit Epidauros ook een xenikos was. Het cruciale onderscheid is niet tussen niet-Griekse en Griekse goden, maar tussen de goden die zij traditioneel vereerden in publieke culten en de rest. Volgens Herodotos zijn de goden overal dezelfde en hebben ze slechts verschillende namen. Voorbeelden van zulke goden zijn Dionysos, Bendis, Pan en Asklepios. Naast een cultus van Hygieia bleef er een cultus van Athena Hygieia bestaan. Plutarchos vertelt het volgende verhaal in zijn Perikles over een vreemd voorval dat zich voordeed in de loop van de constructie, hetgeen aantoont dat de godin niet tegen het bouwwerk was, maar meewerkte en hielp om het te vervolmaken.
Een van de kunstenaars, de meest snelle en handige werker van allen, gleed uit en viel naar beneden van grote hoogte en lag er zo slecht bij, dat de artsen geen hoop hadden op herstel. Toen Perikles zich hierover zorgen maakte verscheen de godin ’s-nachts aan hem in een droom en beval een behandeling aan die hij toepaste en dat in korte tijd en met groot gemak de man genas. En naar aanleiding van deze gebeurtenis was het dat hij een koperen standbeeld plaatste van Athena Hygieia in het citadel nabij het altaar, waarvan gezegd wordt dat daar al stond. Het was echter Phidias die het beeld van de godin met goud bewerkte en het is zijn naam die de inscriptie op het voetstuk weergeeft als maker.
(Plutarchos, Perikles 13.8.)
Het sanctuarium van Athena Hygieia aan de westzijde van de Akropolis was zeer belangrijk tijdens de viering van de Panathenaia alsmede het altaar dat door de Atheners als eerste was opgericht. Garland stelt dat het belangrijkste genezende heiligdom, voor de komst van Asklepios naar Athene, dat van Athena Hygieia was. In de mythologie is Hygieia de dochter, zus of vrouw van Asklepios. Een nadere verklaring is dat de Homerische goden niet langer voldeden aan de wensen van de bevolking en dat er daarom nieuwe reddende goden nodig waren. Hygieia wordt soms in verband gebracht met Amphiaros, met name in Oropos, de voornaamste plaats van aanbidding. Ze verschijnt verschillende keren alleen of gezamenlijk met deze held. Pausanias zegt dat het vierde deel van het grote altaar van Amphiareion werd gedeeld met Aphrodite, Panakeia, Iaso, Hygieia en Athena Hygieias. Stafford stelt dat het delen van het altaar door Hygieia van invloed was op de Atheense cult. Na de slag bij Chaironeia verplaatste Amphiareion zich van Oropos naar Athene, waar Hygieia plaats zou hebben gekregen in het Atheense Amphiareion vanaf 330 v.Chr. en daarna. Goden konden inderdaad elkaar verdringen. Een ander voorbeeld is Apollo die Gaia verdrong als god van het orakel.
Een andere context wordt bepleit door mensen te vertellen dat ze gezond kunnen blijven door verstandig te leven. Athena is tevens de godin van de wijsheid en vormt daarmee een logisch verband. Bell voegt toe dat Hygieia voornamelijk een godin is van de fysieke gezondheid, echter dat haar rol ook de mentale gezondheid omvatte en dat ze ook geassocieerd kan worden met Athena Hygieia. Een derde opvatting, volgens Warren, is dat het Athena degene is die Asklepios leert hoe de doden terug tot leven te brengen. Tot slot geeft Compton een vierde verklaring, namelijk dat oude concepties van gezondheid en ziekte geen onderscheid maakten tussen mentale en fysieke aandoeningen. Daarom kunnen Athena Hygieia en Hygieia makkelijk met elkaar geassocieerd worden. Voorgaande ideeën gaan tegen de opvatting in dat de relatie tussen Athena Hygieia en Hygieia puur toevallig is, omdat de cultus van Asklepios pas aan het einde van de vijfde eeuw v.Chr. werd geïntroduceerd en Hygieia niet als een apart figuur in de literatuur of kunst voorkwam. Wroth impliceert dat Athena het epitheta “Hygieia” gebruikte om haar medische vaardigheden te benadrukken. Dit zou een juiste veronderstelling zijn, indien de afnemende tevredenheid over de goden in aanmerking wordt genomen. De godinnen konden los van elkaar bestaan. Een meer overtuigend argument voor een duidelijker onderscheid tussen Athena Hygieia en Hygieia wordt gegeven door Stafford als ze Farnell citeert. Farnell geeft aan dat rond 330 v.Chr. er nog steeds offers gemaakt werden aan Athena Hygieia. Dit spreekt de stelling tegen dat de Hygieia van het Telemachos monument een ontwikkeling is van de Atheense Hygieia en na 420 v.Chr. niet meer over Athena Hygieia wordt gesproken, zoals eerder beargumenteerd door Mitchell Boyask. Farnell zelf noemt het jaar 330 v.Chr. niet. Het lijkt erop dat zijn positie is gebaseerd op de viering van de Panathenaia. Alle toewijdingen aan Athena van later dan 420 v.Chr. worden weergegeven, echter ontbreekt er een duidelijke onderbouwing. Stafford duidt dit met het feit dat in 330 v.Chr. offers aan Athena Hygieia werden gemaakt tijdens de Kleine Panathenaia en dat deze handelingen vastgelegd werden door de geheven belasting op het nieuw ontdekte veld in het Oropos van de vierde eeuw v.Chr.
Persoonlijk volg ik de redenatie dat Hygieia haar eigen regionale cult had in de zevende en zesde eeuw v.Chr., maar dat Hygieia echt beroemd werd toen ze haar intrede deed in Athene rond 420 v.Chr. Het Telemachos monument uit de vroege vierde eeuw v.Chr. bevestigt deze theorie. Verder kreeg Hygieia haar eigen altaar in het Asklepeion naast Asklepios. Daarnaast bestond er reeds een cult van Athena Hygieia in 420 v.Chr. die zou verdwijnen na de aankomst van Asklepios en Hygieia, maar een korte opleving had toen in 330 v.Chr. tijdens de Kleine Panathenaia mensen aan haar offerde. De cult van Hygieia en Athena Hygieia kunnen elkaar hebben opgevolgd, zodat Athena Hygieia als een apart figuur niet langer nodig was. De introductie en ontwikkeling van de cult van Hygieia kan binnen het idee worden geplaatst dat de vijfde eeuw v.Chr. een eeuw was van religieuze innovatie, waar oude goden nieuwe epitheta kregen, kleine culten belangrijker werden en “nieuwe” goden hun entree maakten in de Griekse religie.
Conclusie
We kunnen zeggen na dit korte essay dat Hygieia zeer belangrijk was in haar rol als beschermster van de gezondheid van de oude Grieken, eerst in Athene en vervolgens in de rest van de Grieks-Romeinse wereld. Haar connectie met Asklepios versterkte haar positie. Het meest belangrijke voorbeeld is de Eed van Hippokrates waarin zij wordt genoemd na Asklepios. Ze maakte onderdeel uit van de meest belangrijke triade van genezende goden samen met Apollo en Asklepios. Als Athena Hygieia moest ze de Atheners beschermen. De evenknie van Athena Hygieia was Minerva Medica en door de vergelijkende mythologie met Isis en Bona Dea Hygieia werd haar rol verder versterkt. Verder werd ze gezien als de meest belangrijke partner van Asklepios in zijn culten door heel Griekenland en Italië. Ze werd geëerd vanaf de zevende eeuw v.Chr. tot de vijfde eeuw n.Chr. en zelfs wordt tegenwoordig haar naam nog gebruikt in ons woord hygiëne. Gezondheid in de oudheid was net zo belangrijk als het tegenwoordig is.

