Vrouwen in de oude Griekse wereld hadden in vergelijking met mannelijke burgers weinig rechten. Ze mochten niet stemmen, geen land bezitten en niet erven; de plaats van een vrouw was thuis en haar levensdoel was het grootbrengen van kinderen. Dat is het algemene beeld, en wanneer we het over Griekse vrouwen hebben, moeten we bedenken dat onze bronnen onvolledig en niet altijd onbevooroordeeld zijn.
Helaas bevat de informatie over specifieke stadstaten weinig gegevens over vrouwen en is deze bijna altijd afkomstig van mannelijke auteurs. Alleen vvoor Athene kunnen hun status en rol in detail worden beschreven. Ook zijn we niet zeker van de praktische en alledaagse toepassing van de regels en wetten die uit de Oudheid bewaard zijn gebleven. We weten wel dat Spartaanse vrouwen enigszins anders werden behandeld dan in andere staten. Ze moesten bijvoorbeeld net als mannen aan fysieke training doen, mochten land bezitten en konden wijn drinken.
Ook zijn er categorieën van vrouwenlevens die minder goed gedocumenteerd zijn dan andere, zoals die van vrouwelijk winkelpersoneel of prostituees en courtisanes; de sociale regels en gebruiken die op hen van toepassing waren, zijn nog onduidelijker dan die voor de vrouwelijke gezinsleden van burgers. Ten slotte waren er enkele uitzonderlijke en bevoorrechte vrouwen die boven de beperkingen van de Griekse samenleving uitstegen, in contrast met het lot van hun seksegenoten; zij verwierven blijvende roem als dichteres (Sappho van Lesbos), filosofe (Arete van Cyrene), leider (Gorgo van Sparta en Aspasia van Athene) of arts (Agnodice van Athene).
Vrouwen in de mythologie
Gezien hun beperkte rol in de echte samenleving is er een verrassend sterke cast van vrouwelijke personages in de Griekse religie en mythologie. Athena, de godin van de wijsheid en beschermvrouwe van Athene, valt op als een krachtige figuur, gezegend met intelligentie, moed en eergevoel. Zoals gebruikelijk in de meeste oude culturen waar landbouw cruciaal was voor de gemeenschap, namen vrouwelijke vruchtbaarheidsgodinnen een uiterst belangrijke plaats in en werden zij bijzonder vereerd; bij de Grieken waren Demeter en Persephone de meest gerespecteerde godinnen .
Net als in andere oude, door mannen gedomineerde literatuur worden vrouwen vaak neergezet als onruststokers, van de jaloerse Hera tot Aphrodite die haar charmes inzet om mannen hun verstand te laten verliezen. Mythen en literatuur staan bol van vrouwelijke personages die hun best doen om de plannen van mannelijke helden te dwarsbomen, van de opperheks Medea tot de knappe, maar dodelijke Sirenen. Ook worden ze soms afgeschilderd als louter beheerst door wilde passie en extatische emoties, zoals de Maenaden. Daarentegen wordt de ideale kuise vrouw, trouw aan haar afwezige echtgenoot, belichaamd door Penelope in Homerus' Odyssee. Ook de Muzen worden in positieve zin voorgesteld, en niet alleen geprezen om hun fysieke schoonheid maar ook om hun veelzijdige bedrevenheid in de kunsten. Of deze fictieve personages enige invloed hadden op de rol van vrouwen in het echte leven is een open vraag, net als de meer intrigerende vraag wat Griekse vrouwen zélf vonden van dergelijke door mannen gecreëerde rolmodellen? Misschien zullen we het nooit weten.
Meisjes
Net als in veel andere door mannen gedomineerde en agrarische culturen liepen meisjes een veel groter risico om bij de geboorte door hun ouders te worden achtergelaten dan jongens. Kinderen van burgers gingen naar scholen waar het leerplan lezen, schrijven en rekenen omvatte. Zodra zij deze basisvaardigheden onder de knie hadden, richtte de studie zich op literatuur (zoals Homerus), poëzie en muziek (met name de lier). Atletiek was ook een essentieel onderdeel van de opvoeding van jongeren. Meisjes kregen een opleiding die vergelijkbaar was met die van jongens, maar met meer nadruk op dans, gymnastiek en muzikale vaardigheden, waarmee ze konden pronken tijdens muziekwedstrijden of godsdienstige festivals en ceremonies. Het uiteindelijke doel van de opleiding van een meisje was de voorbereiding op haar rol bij het grootbrengen van een gezin, niet in de eerste plaats het stimuleren van intellectuele ontwikkeling.
Pederastie was ook een belangrijk onderdeel van de opvoeding van een meisje (en bestond dus niet alleen tussen volwassen mannen en jongens). Dit betekende een relatie tussen een volwassene en een adolescent die weliswaar seksuele relaties omvatte, maar daarnaast ook een soort mentoraat waarbij de oudere haar wereldse en praktische ervaring als opvoedster overbracht op de jongere.
Jonge vrouwen
Van jonge vrouwen werd verwacht dat ze als maagd trouwden, en het huwelijk werd meestal geregeld door hun vader, die de echtgenoot koos en van hem een bruidsschat in ontvangst nam. Als een vrouw geen vader had, werden haar belangen (huwelijksvooruitzichten en vermogensbeheer) behartigd door een voogd (kyrios of kurios), wellicht een oom of een ander mannelijk familielid. Ze trouwden gebruikelijk op de leeftijd van 13 of 14 jaar, en het matchen (damar) van man en vrouw had met liefde weinig te maken. Natuurlijk kon er liefde tussen het paar ontstaan, maar het beste waarop men kon hopen was philia – een algemeen gevoel van vriendschap/liefde; eros, de liefde van het verlangen, zocht de man vaak elders. Van alle vrouwen werd verwacht dat ze zouden trouwen; in de Griekse samenleving was geen plaats of rol voor ongetrouwde volwassen vrouwen.
Getrouwde vrouwen
Thuis werd van vrouwen verwacht dat ze de kinderen grootbrachten en het huishouden runden. Ze kregen hulp van slaven als de man zich die kon veroorloven. Contact met mannen buiten de familie werd afgeraden en vrouwen brachten hun tijd vooral door met activiteiten binnenshuis zoals wolbewerking en weven. Ze mochten op bezoek gaan bij vriendinnen en konden deelnemen aan openbare religieuze ceremoniëen en festivals. Of vrouwen theatervoorstellingen mochten bijwonen, is onder wetenschappers nog steeds omstreden. Duidelijker is dat het vrouwen niet was toegestaan openbare bijeenkomsten bij te wonen, net zo min als stemmen of een openbaar ambt bekleden. Zelfs de naam van een vrouw mocht – om welke reden dan ook – niet in het openbaar worden genoemd .
Getrouwde vrouwen stonden, althans in de ogen van de wet, volledig onder het gezag van hun echtgenoten. Schrijvers als Aristoteles twijfelden er niet aan dat vrouwen intellectueel niet capabel waren om zelf belangrijke beslissingen te nemen. In de praktijk kunnen individuele echtparen hun leven natuurlijk wel op een meer gelijkwaardige manier hebben gedeeld. Van vrouwen werd verwacht dat ze trouw waren aan hun echtgenoten, maar het omgekeerde gold niet, aangezien echtgenoten vrijelijk gebruik konden maken van de diensten van prostituees, inwonende minnaressen en courtisanes. Elke vrouw die de eer van de familie niet hooghield (en daarmee de legitimiteit van de mannelijke lijn niet beschermde) maakte zich schuldig aan de ernstige misdaad van moicheia, met gevolg dat haar de toegang tot openbare religieuze ceremoniën werd ontzegd. Een echtgenoot die ontdekte dat zijn vrouw seksuele relaties had met een andere man, kon de minnaar doden zonder vervolging te hoeven vrezen.
Als de vader van een vrouw stierf, erfde zij meestal niets als zij broers had. Als zij enig kind was, nam haar voogd, of, indien zij getrouwd was, haar echtgenoot het beheer over de erfenis op zich. In sommige gevallen waarin een alleenstaande vrouw de nalatenschap van haar vader erfde, was zij verplicht te trouwen met haar naaste mannelijke familielid, doorgaans een oom. Vrouwen konden erven bij het overlijden van andere mannelijke familieleden, mits er geen mannelijke erfgenaam in de lijn was. Vrouwen hadden wel enige persoonlijke bezittingen, meestal verkregen als geschenken van familieleden, veelal bestaande uit kleding en sieraden. Vrouwen konden geen testament laten opmaken en bij overlijden gingen al hun bezittingen naar de echtgenoot.
Huwelijken konden op drie gronden worden beëindigd. De eerste en meest voorkomende was verstoting door de echtgenoot (apopempsis of ekpempsis). Een reden werd niet gevraagd, alleen teruggave van de bruidsschat werd verwacht. Een tweede reden voor beëindiging was het verlaten van het ouderlijk huis door de vrouw (apoleipsis), en in dit geval moest de nieuwe voogd van de vrouw optreden als haar wettelijke vertegenwoordiger. Dit kwam echter zelden voor, en de reputatie van de vrouw in de samenleving werd hierdoor geschaad. De derde grond voor beëindiging was wanneer de vader van de bruid zijn dochter terugvroeg (aphairesis), waarschijnlijk om haar aan een andere man met een aantrekkelijkere bruidsschat aan te bieden. Deze laatste optie was echter alleen mogelijk als de vrouw geen kinderen had. Als een vrouw weduwe werd, moest ze met een naaste mannelijke verwant trouwen om ervoor te zorgen dat het bezit binnen de familie bleef.
Andere rollen
Vrouwen waren natuurlijk ook aanwezig in de diverse andere klassen van niet-burgers. Als slaven verrichtten ze allerlei taken en werkten ze ook in bedrijven als winkels en bakkerijen. De groep waarover we de meeste informatie hebben, is die van de sekswerkers. Vrouwen werden hier in twee categorieën ingedeeld. De eerste en misschien wel meest voorkomende was de bordeelprostituee (pornē). Het tweede type was de prostituee uit de hogere klasse (hetaira). Deze laatste vrouwen waren geschoold in muziek (met name fluitspel) en cultuur en gingen vaak langdurige relaties aan met getrouwde mannen. Het was ook deze klasse van vrouwen die mannen (in alle opzichten) vermaakte tijdens het veelgeroemde symposium: het besloten drinkfeest voor uitsluitend mannelijke gasten.
Ten slotte namen sommige vrouwen deel aan cultussen en traden ze op als priesteressen van bepaalde vrouwelijke godheden (met name Demeter en Aphrodite) maar ook van Dionysos. Priesteressen hadden, in tegenstelling tot hun mannelijke tegenhangers, de extra beperking dat ze vaak, maar niet altijd, werden geselecteerd omdat ze maagd waren of de menopauze al achter de rug hadden. Deelnemers konden daarentegen van beide geslachten zijn, en bij rituelen met beperkingen konden zowel mannen als vrouwen zijn uitgesloten. Het vruchtbaarheidsfeest Thesmophoria was het meest wijdverspreide evenement van deze soort en werd alleen bijgewoond door getrouwde vrouwen. Elk jaar werden in Athene vier jonge vrouwen geselecteerd om de priesteres van Athena Polias te dienen en het heilige peplos-gewaad te weven dat het cultusbeeld van de godin zou sieren. Misschien wel de beroemdste vrouwelijke religieuze rol was die van het oude Pythia-orakel in Delphi, dat de uitspraken van Apollo interpreteerde.
