Hanno: Carthaagse Ontdekkingsreiziger

Mark Cartwright
door , vertaald door Menno Kok
gepubliceerd op
Translations
Afdrukken PDF

In de 5de eeuw v.Chr. zeilde de Carthaagse ontdekkingsreiziger Hanno de Pilaren van Heracles voorbij en verliet het Middellandse Zeegebied op weg naar tot dan toe onbekende gebieden langs de Atlantische kust van Afrika. In zijn zoektocht naar nieuwe goederen en handelsmogelijkheden kwam hij exotische en onbekende bijzonderheden tegen, zoals rusteloze inlanders, snelvoetige pygmeeën, gorilla’s en uitbarstende vulkanen. De expeditie werd, zelfs in de Oudheid, gezien als een van de meest gevierde ontdekkingsreizen die ooit zijn ondernomen.

Voyage of Hanno the Carthaginian Explorer
De Reis van Hanno de Carthaagse Ontdekkingsreiziger Bourichon (CC BY-SA)

Bronnen

Het eerstehands verslag van Hanno’s reis bleef bestaan gedurende de oudheid en is voor de moderne tijd bewaard gebleven via een enkel middeleeuws manuscript, dat op zichzelf een kopie was van een Griekse vertaling van het Perzische origineel dat was gekerfd in een toegewijde grafzerk omstreeks 400 v.Chr. Wetenschappers denken dat er op zijn minst twee delen missen van de bewaard gebleven tekst, waaronder de conclusie. Het werk, simpelweg de Periplus (reis langs de kust) genoemd is kort, echter gezien de schaarste aan Punische literatuur die bewaard is gebleven, is het van onschatbare waarde nog meer dan enkel het onderwerp van zeevaart en ontdekking. Het origineel van het bewaarde manuscript is onderdeel van de Codex Palatines Graecus 398 en bevindt zich in de bibliotheek van de universiteit van Heidelberg.

Hanno

Hanno wordt aangeduid in de Griekse tekst met de Griekse term basileus dat bijna zeker een vertaling is van het Perzische suffete, de hoogste administratieve rol in de Carthaagse regering, vaak vertaald als ‘magistraat’. Zijn naam komt veel voor in de machtige Carthaagse clan van de Magoniden en suggereert dat hij daarvan onderdeel uitmaakte. Hiernaast hebben we geen andere informatie over de leider van de expeditie. De Romeinse historicus Justinus noemt terloops een Hanno die in een oorlog met Mauritaanse inheemsen vocht in het midden van de 5de eeuw v.Chr. Aangezien Hanno’s expeditie koloniën stichtte in dit gebied (Marokko) en dit waarschijnlijk voor concurrentie met lokale stammen gezorgd zal hebben, is het mogelijk dat dit dezelfde persoon is geweest. Andere oude bronnen waarin de expeditie genoemd wordt zijn Herodotos in de 5de eeuw v.Chr., Palaephatus in de 4de eeuw v.Chr., het Mirabilium auscultationes van Aristoteles en verschillende latere Romeinse schrijvers zoals Plinius de Oudere en Arianus die waarschijnlijk het werk uit de eerste eeuw n.Chr. van Juba II van Mauritanië raadpleegde die De Omzwervingen van Hanno heette.

De precieze datum van de reis wordt niet genoemd, maar werd waarschijnlijk ondernomen ergens tussen de late 6de eeuw v.Chr. en 425 v.Chr. De Carthaagse schepen waren gemaakt van hout en hadden een enkel zeil met de mogelijkheid van roeikracht indien nodig. Ze beschikten niet over een kompas en vertrouwden op de sterren, met name de Kleine Beer, voor navigatie. Deze overwegingen brachten sommige wetenschappers ertoe om te beargumenteren dat er een specifieke (eind)bestemming was voor de expeditie, gebaseerd op de beschikbare tijd, zoals we later zullen zien.

Phoenician-Punic Ship
Fenicisch-Punisch Schip NMB (CC BY-SA)

Hieronder volgt de volledige tekst van Hanno (moderne namen, voor zover deze identificeerbaar zijn, zijn door de auteur tussen haakjes toegevoegd):

Dit is het verhaal van de lange reis van Hanno koning van de Carthagers naar Libische landen voorbij de Pilaren van Herakles [Straat van Gibraltar], dat hij op een tablet in de tempel van Kronos liet graveren:

I De Carthagers besloten dat Hanno voorbij de Pilaren van Herakles zou varen en Libisch-Fenicische [Carthaagse] steden zou stichten. Hij voer uit met zestig penteconters en ongeveer dertigduizend mannen en vrouwen, voorraden en andere noodzakelijkheden.

II Twee dagen nadat we de Pilaren van Herakles voorbijgingen, stichtten wij de eerste stad aan wie we de naam Thymiateron [Tanger] gaven. Ten zuiden ervan bevond zich een grote vlakte.

III Vervolgens zeilden we naar het westen en kwamen we aan bij Soloeis, een Libische kaap bedekt door bomen. Daar bouwden wij een tempel voor Poseidon.

IV Een halve dag lang reisden we naar het oosten en bereikten een meer niet ver van de zee, bedekt door forse groei van hoog riet, waar olifanten en vele andere wilde dieren aten.

V Een dagreis verder vanaf het meer stichtten we de steden aan de kust, Karikon Teichos, Gytte, Akra, Melitta en Arambys genaamd.

VI Vandaar gingen we verder en kwamen we bij de grote rivier de Lixos [de Draa in Marokko], die stroomde vanuit Libië, waar de nomaden die de Lixitae [Berbers] genoemd worden hun kuddes lieten grazen. We verbleven enige tijd bij hen en raakten bevriend.

VII Vanaf daar landinwaarts woonden de ongastvrije Ethiopiërs in een land begeven met wilde dieren en omgeven door hoge bergen. Ze zeggen dat de Lixos daarvandaan naar beneden stroomt en dat in deze bergen er vreemd uitziende Troglodieten wonen, die volgens de Lixitae sneller kunnen rennen dan paarden.

VIII We namen vertalers van de Lixitae mee en zeilden voor twee dagen naar het zuiden langs de kust van de woestijn [Sahara] en vervolgens één dag naar het oosten en troffen een klein eiland aan met een omtrek van 5 stadiën [ongeveer 1 km] aan het einde van een golf. We richtten daar een nederzetting op en noemden het Cerne. Op basis van onze reis schatten we in dat het direct tegenover Carthago lag, omdat de reis vanuit Carthago naar de Pilaren en vandaar naar Cerne vergelijkbaar leken.

IX Daarvandaan voeren we een grote rivier op die de Chretes [Senegal] heette en bereikten een meer met drie eilanden die groter waren dan de Cerne. Na een dag varen vandaar, bereikten we het einde van het meer, waar we van zeer hoge en overhangende bergen vol met wilde mensen gekleed in huiden van wilde dieren belaagd werden met stenen, ons versloegen en voorkwamen dat we aan land konden komen.

X Van daaruit kwamen we aan bij een andere grote en brede rivier dat wemelde van de krokodillen en nijlpaarden. We keerden om en gingen terug naar Cerne.

XI We voeren daarvandaan 12 dagen naar het zuiden, ons vastklampend aan de kust, die in zijn geheel bewoond werd door Ethiopiërs die geen weerstand boden maar voor ons vluchtten. Hun taal was onbegrijpelijk, zelfs voor onze Lixitae.

XII Op de laatste dag gingen we voor anker bij enkele hoge bergen die bedekt waren met bomen waarvan het hout zoet rook en dat gevlekt was.

XIII We voeren in twee dagen om deze heen en kwamen aan bij een enorme stroom met op beide oevers een vlakte waar we ’s-nachts met intervallen overal grote en kleine branden zagen ontvlammen [heidebranden?]

XIV Hier sloegen we water in en zeilden vijf dagen langs de kust totdat we aankwamen bij een grote baai die onze vertalers de Hoorn van het Westen noemden. In de baai bevond zich een groot eiland en op dit eiland was een groot meer met zout water met daarin een ander eiland waar we aan land gingen. Overdag zagen we niets anders dan een bos, maar ’s-nachts ontwaarden wij velen vuren en hoorden we de klanken van fluiten en het geluid van bekkens en trommels alsmede een grote kakafonie van stemmen. Angst bekroop ons en de waarzeggers smeekten ons het eiland te verlaten.

XV We reisden vandaar haastig langs een vlammende kust vol met brandend wierook. Grote stromen van vuur en lava storten zich in naar beneden in de zee en het land was onbereikbaar door de hitte.

XVI Bevreesd gingen we er snel vandoor en na vier dagen zagen we het land dat ’s-nachts vol vlammen was. Er was in het midden een hoge vlam die groter was dan de rest en die leek te reiken tot aan de sterren. Bij daglicht bleek dit een zeer hoge berg te zijn die de Strijdwagen van de Goden genoemd werd [Mount Cameroon?].

XVII Vandaar zeilden we drie dagen langs vurige lavastromen en bereikten wij een golf die de Hoorn van het Zuiden heette.

XVIII Aan het einde van deze baai bevond zich een eiland, net als de eerste, met een meer waarin zich een ander eiland bevond, vol met wilden. Veruit de meesten waren vrouwen met ruige lichamen die door onze vertalers Gorilla’s [Pygmeeën?] werden genoemd. We waren niet in staat om door middel van achtervolging een mannelijk exemplaar te vangen omdat allen, gewend aan het beklimmen van steile rotswanden, weg wisten te komen en zich verdedigden door middel van het gooien van stenen. Echter wisten we drie vrouwen te vangen die degenen die hen meenamen beten en verminkten, omdat ze hen niet wilden volgen. We doodden en vilden hen en brachten hun huiden terug naar Carthago. Want we reisden niet verder dan onze voorraden ons toelieten (geciteerd in Moscati, 182-3).

Analyse

De Griekse vertaling van Hanno’s tekst heeft zichzelf enkele vrijheden toegestaan qua namen en bevat geografische onnauwkeurigheden. De historicus S. Moscati komt met de plausibele suggestie dat deze bewust zijn opgenomen om ongewilde concurrentie voor de Carthaagse handel te voorkomen. Het laatste gedeelte van de reis is voer voor discussie onder historici. Enkelen suggereren dat Hanno niet verder kwam dan Sierra Leone, waar anderen van mening zijn dat hij zo ver naar zuiden kwam als Kameroen of Gabon. Zelfs de kortere reis waar sommigen de voorkeur aan geven, omdat het voor Hanno lastig zou zijn geweest om qua tijd zuidelijker te komen, zou nog steeds een heenreis van ongeveer 5.000 kilometer (3.000 mijl) hebben betekend.

Greek and Phoenician Colonization
Griekse en Fenicische Kolonisatie Kelly Macquire (CC BY-NC-SA)

Het feit dat de Carthagers langs de westkust van Afrika afdaalden wordt bevestigd door Herodotos (die enkel de Periplus kan hebben geparafraseerd) in Boek IV:196 van zijn Historiën en het feit dat de gehele expeditie gericht was op het stichten van koloniën, wijst er in sterke mate op dat de Carthagers eerder de kust hadden bezocht om te bepalen dat het de moeite waard was om Hanno’s grote vloot erop uit te zenden. Plinius de Oudere vermeldt dat de reis begon in Gades (Cádiz) en dat, bij terugkomst, de ‘gorilla’-huiden bewaard bleven in de tempel van Juno (Tanit of Asterte) in Carthago. De ‘gorilla’s’ uit de tekst is daadwerkelijk de meest significante nalatenschap van de reis omdat die term, die van onbekende betekenis was in Hanno’s tekst en waarschijnlijk niet verwees naar dieren (chimpansees worden vaak gesuggereerd), werd toegepast door Thomas Savage, een bioloog uit de 19de eeuw n.Chr., voor de nu bekende Afrikaanse apen.

Andere Carthaagse reizigers volgden snel en exploiteerden de nieuwgevonden bronnen van goud, waarvan de ruilhandel wordt beschreven door Herodotos. Vervolgens zou een andere beroemde reiziger, de Griek Polybios, in de voetstappen van Hanno treden en langs dezelfde Atlantische kustlijn zeilen in de 2de eeuw v.Chr. Om wat voor reden dan ook zou echter de volgende 1000 jaar enige verdere verkenning van betekenis van de Afrikaanse kust en binnenland uitblijven.

Bibliografie

World History Encyclopedia is een Amazon-partner en ontvangt een commissie op in aanmerking komende boekenaankopen.

Over de vertaler

Menno Kok
Na mijn rechtenstudie ben ik de afgelopen jaren werkzaam geweest als salarisadministrateur in de uitzendbranche. Zolang ik mij kan herinneren heb ik een grote interesse gehad voor geschiedenis en dan met name de klassieke oudheid.

Over de auteur

Mark Cartwright
Mark is een fulltime schrijver, onderzoeker, historicus en redacteur. Speciale interesse gaat uit naar kunst, architectuur en het ontdekken van ideeën die alle beschavingen gemeen hebben. Hij heeft een MA in politieke filosofie en is een WHE Publishing Director.

Citeer dit werk

APA-stijl

Cartwright, M. (2026, januari 05). Hanno: Carthaagse Ontdekkingsreiziger. (M. Kok, Vertaler). World History Encyclopedia. https://www.worldhistory.org/trans/nl/2-913/hanno-carthaagse-ontdekkingsreiziger/

Chicago-stijl

Cartwright, Mark. "Hanno: Carthaagse Ontdekkingsreiziger." Vertaald door Menno Kok. World History Encyclopedia, januari 05, 2026. https://www.worldhistory.org/trans/nl/2-913/hanno-carthaagse-ontdekkingsreiziger/.

MLA-stijl

Cartwright, Mark. "Hanno: Carthaagse Ontdekkingsreiziger." Vertaald door Menno Kok. World History Encyclopedia, 05 jan 2026, https://www.worldhistory.org/trans/nl/2-913/hanno-carthaagse-ontdekkingsreiziger/.

Advertenties verwijderen