De Olmeken-beschaving, gelegen in het oude Mexico, bloeide in het preklassieke (formatieve) Meso-Amerika van ca. 1200 tot ca. 400 v.Chr. Monumentale heilige complexen, enorme stenen sculpturen, balspelen, het drinken van chocolade en dierengoden waren allemaal kenmerken van de Olmeken-cultuur die werden doorgegeven aan de volkeren die deze eerste grote Meso-Amerikaanse beschaving overnamen.
Met hun kerngebieden in de Golf van Mexico (nu de staten Veracruz en Tabasco) werden de invloed en handelsactiviteiten van de Olmeken vanaf 1200 v.Chr. zelfs verbreid tot in het zuiden van het huidige Nicaragua. Veel Olmeekse vestigingsplaatsen werden tussen 400 en 300 v.Chr. systematisch en opzettelijk verwoest.
Het raadsel van de Olmeken
De Olmeekse beschaving is een raadsel. We weten zelfs niet hoe ze zichzelf noemden, want Olmeek was hun Azteekse naam en betekende 'rubbermensen'. Door een gebrek aan archeologisch bewijs zijn etnische afkomst, locatie en omvang van veel van hun nederzettingen onbekend. De Olmeken hebben echter hun goden en religieuze praktijken met behulp van symbolen gecodificeerd en vastgelegd. De precieze betekenis van deze verslagen is zeer omstreden, maar de complexiteit ervan suggereert op zijn minst een soort georganiseerde religie met een priesterschap. De religieuze praktijken van de Olmeken, zoals mensenoffers, grotrituelen, pelgrimstochten, offergaven, balspelen, piramides en een schijnbaar ontzag voor spiegels, werden ook doorgegeven aan alle volgende beschavingen in Meso-Amerika tot aan de Spaanse verovering in de 16e eeuw.
Olmeekse steden
De welvaart van de Olmeken was aanvankelijk gebaseerd op de exploitatie van de vruchtbare en goed bewaterde kustgebieden van de Golf van Mexico, waar gewassen als maïs en bonen (vaak twee keer per jaar) werden geoogst, wat een landbouwoverschot opleverde. Ze verzamelden ongetwijfeld ook het overvloedig aanwezige plantaardige voedsel, palmnoten en zeedieren, waaronder schildpadden en schelpdieren. Rond 1200 v.Chr. ontwikkelden zich belangrijke stedelijke centra in San Lorenzo (het vroegste), La Venta, Laguna de los Cerros, Tres Zapotes en Las Limas. San Lorenzo bereikte een climax van welvaart en invloed tussen 1200 en 900 v.Chr., toen het dankzij zijn strategische ligging, veilig voor overstromingen, de lokale handel kon controleren. Typisch Olmeekse handelsgoederen waren onder meer obsidiaan, jade, serpentijn, mica, rubber, aardewerk, veren en gepolijste spiegels van ilmeniet en magnetiet.
Bewijzen van de hoogontwikkelde cultuur van San Lorenzo zijn onder meer de aanwezigheid van heuvelstructuren, mogelijk een vroeg balveld, uitgehouwen basalten afwateringskanalen door een van de kunstmatige heuvels en de Rode Paleisstructuur met roodgeschilderde vloeren en werkplaatsen. Rond 900 v.Chr. begint de vindplaats van San Lorenzo sporen van systematische vernietiging te vertonen, terwijl La Venta juist tot bloei komt en de nieuwe hoofdstad wordt, met uiteindelijk een bevolking van ongeveer 18.000 inwoners.
De drie locaties San Lorenzo, La Venta en Laguna de los Cerros kenden alledrie een bilaterale symmetrie in hun opzet en in La Venta werd de eerste piramide in Meso-Amerika gebouwd. Het meest opvallend is de vooraf uitgedachte architectonische indeling van de religieuze centra van deze nederzettingen. In La Venta bijvoorbeeld zijn de gebouwen symmetrisch geplaatst langs een noord-zuidas, met vier kolossale hoofden die naar buiten gericht zijn op belangrijke punten en die lijken te fungeren als bewakers van het complex. Een enorme ceremoniële trappenpiramide (nu een vormloze heuvel), een verzonken plein dat ooit was omzoomd met 2 meter hoge basaltkolommen, en twee kleinere piramides/heuvels zijn kenmerken die keer op keer zouden worden gekopieerd op de belangrijkste locaties van latere Meso-Amerikaanse culturen, die evenveel aandacht besteedden aan de precieze uitlijning van gebouwen. La Venta werd, net als San Lorenzo, tussen 400 en 300 v.Chr. op systematische en opzettelijke wijze verwoest.
Religieuze overtuigingen
Net als bij andere aspecten van de Olmeekse cultuur zijn de details over hun religie vaag. Niettemin is het dankzij een steeds groter wordende hoeveelheid archeologisch bewijs mogelijk om enkele van de belangrijkste kenmerken van de Olmeekse religie te reconstrueren. De Olmeken leken een bijzondere eerbied te koesteren voor natuurlijke plaatsen die verbonden waren met de belangrijke kruispunten van hemel, aarde en onderwereld. Grotten konden bijvoorbeeld naar de onderwereld leiden en bergen met zowel bronnen als grotten konden toegang bieden tot alle drie de werelden. Belangrijke Olmeekse berggebieden waren El Manatί, Chalcatzingo en Oxtotitlan.
De namen van de goden van de Olmeken zijn niet bekend, behalve dat ze vaak natuurlijke verschijnselen als regen, de aarde en vooral maïs vertegenwoordigden. Om deze reden hebben herkenbare goden uit de Olmeekse kunst nummers gekregen in plaats van namen (bijvoorbeeld God VI). De Olmeken hechtten speciale betekenis aan de dieren in hun omgeving, vooral aan de dieren aan de top van de voedselketen, zoals jaguars, adelaars, kaaimannen, slangen en zelfs haaien. Ze identificeerden deze dieren met goddelijke wezens en geloofden misschien ook dat machtige heersers zich naar believen konden transformeren in zulke angstaanjagende wezens. De Olmeken combineerden ook graag dieren om vreemde en wonderlijke wezens te creëren, zoals de weerjaguar, een kruising tussen een mens en een jaguar, die mogelijk hun oppergod was. We weten ook dat ze een hemeldraak aanbaden en dat ze geloofden dat vier dwergen de hemel ondersteunden, mogelijk als vertegenwoordigers van de vier windrichtingen, die samen met andere Olmeekse goden zo belangrijk werden in latere Meso-Amerikaanse religies.
Olmeekse kunst
De meest opvallende erfenis van de Olmeken-cultuur zijn ongetwijfeld de kolossale stenen hoofden die zij maakten. Deze werden uit basalt gehouwen en hebben allemaal unieke gelaatstrekken, zodat ze kunnen worden beschouwd als portretten van echte heersers. De hoofden kunnen bijna 3 m hoog zijn en 8 ton wegen. De steen waaruit ze werden gehouwen, werd in sommige gevallen 80 km of meer vervoerd, vermoedelijk met behulp van enorme balsahouten vlotten. Er zijn 17 exemplaren ontdekt, waarvan 10 uit San Lorenzo. De heerser draagt vaak een beschermende helm (voor in de oorlog of bij het balspel) en soms zijn er jaguarpoten over het voorhoofd te zien, die misschien een jaguarvel voorstellen dat als symbool van politieke en religieuze macht werd gedragen. Het feit dat deze gigantische sculpturen alleen het hoofd weergeven, kan worden verklaard door het geloof in de Meso-Amerikaanse cultuur dat alleen het hoofd de ziel bevatte.
Een ander blijvend bewijs van de Olmeken is te vinden in rotstekeningen en schilderingen. Deze zijn vaak gemaakt rond de ingangen van grotten en stellen meestal zittende heersers voor, zoals bijvoorbeeld in Oxtotitlan, waar een figuur een groen vogelpak draagt, en in Chalcatzingo, waar een andere heerser op de troon zit, omringd door een maïslandschap. Op andere locaties zijn ook schilderingen te vinden van grotrituelen, bijvoorbeeld in Cacahuazqui, Juxtlahuaca en Oxtotitlan.
Jade en keramiek waren andere populaire materialen voor beeldhouwwerken, evenals hout, waarvan enkele voorbeelden opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven in de moerassen van El Manati. Een van de goden die het meest voorkwam in kleine sculpturen was God IV, ook wel de Regenbaby genoemd, een tandeloze menselijke baby met een open mond, een gespleten hoofd en een hoofdband, soms met daarnaast stroken gekreukt papier aan de zijkant van zijn gezicht - een ander kenmerk dat ook bij goden uit latere culturen voorkomt en dat staat voor de stroken papier en rubbersap die tijdens rituelen werden verbrand, omdat men dacht dat de rook regen zou brengen.
Het wellicht belangrijkste jade-snijwerk is de Kunz-bijl, een ceremoniële bijlkop die nu in het American Museum of Natural History in New York te zien is. De jade is bewerkt om een weerwolf-jaguarwezen voor te stellen, waarbij alleen jaden gereedschap is gebruikt, en vervolgens gepolijst, waarschijnlijk met een jade-schuurmiddel. Dieren waren een populair onderwerp, vooral de krachtigste dieren zoals jaguars en adelaars. Het is intrigerend dat de Olmeken hun sculpturen, zelfs grotere stukken, vaak begroeven, misschien als een ritueel om de herinnering levend te houden.
Erfenis in Meso-Amerika
De Olmeken beïnvloedden de beschavingen waarmee ze in Meso-Amerika in contact kwamen, met name op het gebied van beeldhouwkunst met keramiek en jade. Voorwerpen met Olmeekse afbeeldingen zijn gevonden in Teopantecuanitlan, 650 km verwijderd van het hart van het Olmeekse gebied. Bovendien zouden veel goden uit de Olmeekse kunst en religie, zoals de luchtdraak (een soort kaaiman met vlammende wenkbrauwen) en de gevederde slangengod, in latere religies in vergelijkbare vorm terugkeren. Vooral de slangengod zou worden getransformeerd tot de belangrijke goden Kukulcan voor de Maya's en Quetzalcoatl voor de Azteken. Deze artistieke en religieuze invloed, samen met de kenmerken van nauwkeurig uitgelijnde ceremoniële terreinen, monumentale piramides, offerrituelen en balspelen, betekende dat alle latere Meso-Amerikaanse culturen veel te danken hadden aan hun mysterieuze voorlopers de Olmeken.
