Koninkrijk Ghana

Mark Cartwright
door , vertaald door Theo Poot
gepubliceerd op
Translations
Afdrukken PDF
Traditional House, Oualata (by c.hug, CC BY-SA)
Traditioneel huis, Oualata c.hug (CC BY-SA)

Het Ghana-rijk bloeide in West-Afrika vanaf ten minste de 6e tot de 13e eeuw. Het Ghana-rijk lag niet in hetzelfde gebied als het huidige Ghana, maar in de westelijke savanne van Soedan (het huidige zuiden van Mauritanië en Mali), ingeklemd tussen de Sahara in het noorden en de regenwouden in het zuiden.

De handel in het Ghana-rijk werd vergemakkelijkt door de overvloed aan ijzer, koper, goud en ivoor en de gemakkelijke toegang tot de rivieren Niger en Senegal en hun zijrivieren. De koningen van Ghana, die in de hoofdstad Koumbi Saleh woonden, werden enorm rijk en bouwden voorraden op van goudklompjes die alleen zij mochten bezitten. Daardoor verspreidde de reputatie van Ghana zich naar Noord-Afrika en Europa, waar het werd beschreven als een sprookjesland van goud. Het Ghana-rijk stortte vanaf de 12e eeuw in als gevolg van droogte, burgeroorlogen, de opening van handelsroutes elders en de opkomst van het Sosso-koninkrijk (ca. 1180-1235) en daarna het Mali-rijk (1240-1645).

West-Afrika en de Soedan-regio

De Soedan-regio in West-Afrika (niet te verwarren met de moderne staat met die naam), waar het Ghana-rijk zich zou ontwikkelen, was al sinds het neolithicum bewoond, zoals blijkt uit grafheuvels, megalieten en overblijfselen van verlaten dorpen uit de ijzertijd. De rivier de Niger overstroomde geregeld delen van dit droge grasland en de savanne, waardoor er minstens 3500 jaar geleden vruchtbare landbouwgrond ontstond, een ontwikkeling die sterk werd bevorderd door de voldoende jaarlijkse regenval in de regio. Granen als rode Afrikaanse rijst en gierst werden met succes verbouwd, evenals peulvruchten, knol- en wortelgewassen, olie- en vezelgewassen en fruit. Visserij en het hoeden van vee en geiten waren andere belangrijke bronnen van voedsel.

De naam Ghana is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van een lokale titel die 'koning' betekent.

Lokale koperafzettingen werden geëxploiteerd en gebruikt voor de handel, terwijl metaalbewerking in de regio, zoals blijkt uit archeologische vondsten, minstens tot de 6e eeuw teruggaat. Er zijn ook veel vondsten gedaan van fijn aardewerk, waarvan een deel in de hele regio werd verhandeld, zoals blijkt uit chemische analyse van de klei. Evenzo werd goud waarschijnlijk lokaal gewonnen of gezeefd en vervolgens verhandeld langs de talrijke waterwegen in de regio, maar concreet bewijs uit deze vroege periode ontbreekt. De hele geschiedenis van de regio en het Ghana-rijk vóór de 11e eeuw blijft inderdaad vaag vanwege een gebrek aan schriftelijke bronnen en de nogal magere resultaten van de archeologie. Deze laatste is in de 21e eeuw echter sterk toegenomen, en zowel de ouderdom als de omvang van de West-Afrikaanse handel worden nu als groter beschouwd dan eerder werd gedacht.

Stichting

De precieze stichting van het Ghana-rijk, ofwel het Koninkrijk Ghana zoals het soms wordt genoemd, is niet bekend. Het kan al in de 6e eeuw zijn geweest, maar bewijs van een soort politiek apparaat is pas later te zien. De periode tussen de 9e en 11e eeuw wordt beschouwd als die waarin het rijk op zijn hoogtepunt was. De naam Ghana is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van een lokale titel die 'koning' betekent.

Trans-Saharan Trade Routes
Handelsroutes door de Sahara Aa77zz (Public Domain)

Het Ghana-rijk bestond voornamelijk uit het Soninke-volk (ook bekend als Sarakole), dat Mande (ook bekend als Mandingo) sprak en het savannegebied tussen de rivier de Niger in het zuidoosten en de rivier de Senegal in het zuidwesten bewoonde. Deze rivieren en de Sahara-woestijn in het noorden vormden een natuurlijke driehoek van vlakke graslanden die door het Ghana-rijk zou worden bezet (het huidige zuidelijke deel van Mauritanië en Mali). De regio die door de Soninke werd gedomineerd, wordt in de inheemse mondelinge overleveringen vaak Wagadu genoemd, of Wangara, de term die moslimgeografen gebruikten voor de Midden-Niger.

Koumbi Saleh

De hoofdstad van het Ghana-rijk was hoogstwaarschijnlijk Koumbi Saleh (bij gebrek aan andere in aanmerking komende kandidaten). Ook bekend als Ghana, ligt het 322 km ten noorden van het huidige Bamako, Mali. De hoofdstad was veel groter dan eerder werd gedacht. De middeleeuwse Arabische beschrijvingen van een bevolking van 40-50.000 inwoners lijken nu conservatief, gezien recente opgravingen die aantonen dat de stad zich uitstrekte over een gebied van 45 hectare met vele andere kleinere nederzettingen in de directe omgeving. Opgravingen hebben ook een belangrijke moskee, een groot openbaar plein en delen van een ommuring en een monumentale poort aan het licht gebracht. De huizen waren doorgaans gelijkvloers en gebouwd met in de modder gedroogde bakstenen, aangestampte aarde en hout of steen, materialen die al sinds de prehistorie in de regio worden gebruikt tot op de dag van vandaag. De Arabische reiziger Al-Bakri, die de stad bezocht aan het einde van de geschiedenis van het rijk in 1076, beschrijft de hoofdstad als omringd door bronnen, met geïrrigeerde velden waarop tal van groenten werden verbouwd. Hij vervolgt:

De koning heeft een paleis en een aantal koepelvormige woningen, allemaal omgeven door een omheining die lijkt op een stadsmuur... Rondom de koningsstad staan koepelvormige gebouwen en bosjes en struikgewas waar de tovenaars van dit volk wonen, de mannen die verantwoordelijk zijn voor de religieuze cultus. Daarin bevinden zich hun afgoden en de graven van hun koningen.

(geciteerd in Fage, 668)

Koning en regering

Het rijk, dat in feite een conglomeraat van dorpen was dat door één koning werd geregeerd, bloeide dankzij een goedgetraind leger met cavalerie-eenheden en toegang tot grondstoffen, zoals ijzererts voor de vervaardiging van wapens en goudvoorraden om de soldaten te betalen. Het is misschien veelzeggend dat smeden en metaalbewerkers in de regio Soedan al lang een hoge status genieten. Het bezit van kamelen, die nuttig waren voor het vervoer van goederen en mensen, was ook een factor van de superioriteit van de Soninke ten opzichte van hun rivalen. Met deze voordelen verwierf het Ghana-rijk nieuwe gebieden en nieuw tribuut van onderworpen stamhoofden, en konden ze eerst de lokale en vervolgens ook de regionale handel monopoliseren.

Trans-Saharan Camel Caravan
Kamelenkaravaan in de Sahara Holger Reineccius (CC BY-SA)

De koning van Ghana was een absoluut monarch en tevens hoofd van justitie en religie van de staat. Er hing een zekere mystiek rond de heerser, deels vanwege zijn rol als leider van de animistische religie van zijn volk. Er werden offers en plengoffers gebracht te zijner ere, er golden strikte etiquetteregels in zijn aanwezigheid en toen hij stierf, werd zijn graf gebouwd in een heilig bos waar niemand mocht komen. De reiziger Al-Bakri beschreef de koning van Ghana als volgt:

De koning tooit zich als een vrouw, draagt kettingen en armbanden, en wanneer hij voor het volk zit, zet hij een hoge hoed op die versierd is met goud en omwikkeld met tulbanden van fijn katoen... Achter de koning staan tien pages met schilden en zwaarden versierd met goud, en aan zijn rechterhand staan de zonen van de vazalkoningen van zijn land, gekleed in prachtige gewaden en met hun haar doorvlochten met goud.

(geciteerd in Krieger, 322)

De koning maakte wel gebruik van vertrouwde adviseurs en vanaf de 11e eeuw wierf hij zelfs moslimhandelaren aan als tolken en ambtenaren die hielpen bij het beheren van de economie en het bijhouden van de goederen die het land binnenkwamen en verlieten.

Handelsgoederen werden vaak tweemaal belast, eenmaal bij binnenkomst in het land en nogmaals bij vertrek.

West-Afrikaanse handel

Het Ghana-rijk domineerde vanaf de 6e of 7e eeuw de handel in Centraal-West-Afrika in de bovenloop van de rivier de Niger. De controle over de regionale handel was een lucratieve bezigheid voor de koningen van Ghana, die goederen als goud, ivoor, huiden, struisvogelveren en slaven doorverkochten aan de islamitische handelaren (met name de Sanhaja-Berbers), die met kamelenkaravanen vanuit Noord-Afrika de Sahara doorkruisten en het hooggewaardeerde zout naar het zuiden brachten. Goederen werden vaak dubbel belast: eenmaal bij binnenkomst in het land en nogmaals bij vertrek.

Naast de inkomsten uit de doorvoerhandel had het Ghana-rijk toegang tot zijn eigen hulpbronnen, met name ijzererts en goud uit de velden van Bambuk, die de elite ruilde voor luxegoederen, waaronder fijne stoffen, kralen, koper en paarden, die allemaal door Arabische handelaren uit het noorden werden aangevoerd. Een ander ruilmiddel dat in Ghana naast goud werd gebruikt , was koperdraad. De koningen van Ghana onderstreepten nogmaals hun superieure positie door iedereen buiten henzelf te verbieden goudklompjes te bezitten; handelaren moesten genoegen nemen met goudstof. Dit beleid had als bijkomend voordeel dat de koning de goudmarkt kon controleren en ervoor kon zorgen dat de waarde ervan niet daalde als er op een bepaald moment te veel goud in omloop was.

The Ghana Empire
Het Rijk van Ghana Luxo (CC BY-SA)

Mosliminvloed

De islam werd door moslimhandelaren over de hele regio verspreid toen zij in contact kwamen met lokale handelaren en de elite van stedelijke gebieden. Leiders hebben wellicht ingezien dat het (eventueel in schijn) aannemen van de religie, of op zijn minst het tolereren ervan, gunstig zou zijn voor de handel. Er zijn inderdaad geen aanwijzingen dat de koningen van het Ghana-rijk zelf tot de islam zijn bekeerd. Integendeel, de hoofdstad van Ghana, Koumbi Saleh, was vanaf het midden van de 11e eeuw verdeeld in twee verschillende steden. De ene stad was islamitisch en telde 12 moskeeën, terwijl de andere, op slechts 10 km afstand en verbonden door vele tussenliggende gebouwen, de koninklijke residentie was met veel traditionele cultusheiligdommen en één moskee voor bezoekende handelaren. Deze scheiding weerspiegelde het voortbestaan van inheemse animistische geloofsovertuigingen naast de islam, waarbij de eerste door plattelandsgemeenschappen werden beoefend.

Verval

De eerste fase in het verval van het Ghana-rijk begon in het midden van de 11e eeuw. Rond 1076 werd de hoofdstad geplunderd door de Almoraviden uit Noord-Afrika (ca. 1055 - ca. 1147), wellicht als vergelding voor de poging van de heersers van Ghana om zich te mengen in de handel van commerciële centra in de Sahara. Het Ghana-rijk had daarna moeite om zich te herstellen; mogelijk werden er door de Almoraviden islamitische heersers opgelegd, maar er is geen concreet bewijs voor enige vorm van verovering. Ondertussen verloren de koningen van Ghana steden als Awdaghost (gesticht in 1055), waardoor Berberse handelaren meer controle kregen over de handel in de regio.

Het Ghana-rijk begon in de 12e eeuw echt in te storten. De neergang zette in toen andere concurrerende handelsroutes verder naar het oosten werden geopend en toen het klimaat gedurende een langere periode ongewoon droog werd, wat de landbouwproductie beïnvloedde. De heersers van Ghana hielpen zichzelf ook niet, aangezien het rijk werd geteisterd door een reeks burgeroorlogen, waarbij de verdeeldheid wellicht voortkwam uit het inherente conflict tussen islamitische en animistische geloofsovertuigingen. Ondertussen maakten veel opstandige stamhoofden gebruik van de zwakke centrale regering om zich onafhankelijk van het rijk te verklaren, met name Tekrur in de regio West-Soedan, dat de Senegal-rivier controleerde en zich zelfs had aangesloten bij de Almoraviden.

Het koninkrijk Sosso (ook bekend als Susu, ca. 1180-1235) was de grootste erfgenaam van het uiteenvallende Ghana-rijk, geholpen door de ineenstorting van de Almoraviden in het midden van de 12e eeuw. Het koninkrijk Sosso zou echter van korte duur zijn, aangezien hun koning Sumanguru (ook bekend als Sumaoro Kante, regering vanaf ca. 1200) in 1235 werd verslagen door Sundiata Keita. Sundiata veroverde in 1240 ook de oude hoofdstad van Ghana en stichtte vervolgens het Mali-rijk (1240-1645), het grootste en rijkste rijk dat Afrika tot dan toe had gekend.

Over de vertaler

Theo Poot
1953. Na 45 jaar onderwijs nu gepensioneerd. Ervaring in basis- en voortgezet onderwijs (docent geschiedenis), educatief schrijven en redactie (geschiedenismethodes, digitale projecten), toets- en examenconstructie.

Over de auteur

Mark Cartwright
Mark is een fulltime schrijver, onderzoeker, historicus en redacteur. Speciale interesse gaat uit naar kunst, architectuur en het ontdekken van ideeën die alle beschavingen gemeen hebben. Hij heeft een MA in politieke filosofie en is een WHE Publishing Director.

Citeer dit werk

APA-stijl

Cartwright, M. (2026, februari 17). Koninkrijk Ghana. (T. Poot, Vertaler). World History Encyclopedia. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-11778/koninkrijk-ghana/

Chicago-stijl

Cartwright, Mark. "Koninkrijk Ghana." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia, februari 17, 2026. https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-11778/koninkrijk-ghana/.

MLA-stijl

Cartwright, Mark. "Koninkrijk Ghana." Vertaald door Theo Poot. World History Encyclopedia, 17 feb 2026, https://www.worldhistory.org/trans/nl/1-11778/koninkrijk-ghana/.

Advertenties verwijderen